Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `pruim`

  1. aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet. (Naar Hieronymus van Alphen) (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden)
  2. de rijpste pruimen zijn geschud (=het belangrijkste werk is gedaan of grootste deel van de oogst is binnengehaald)
  3. Het eten is niet te pruimen. (=het smaakt niet)

6 betekenissen bevatten `pruim`

  1. de peentjes opscheppen (=de boel opruimen)
  2. tabula rasa maken (=geheel herbeginnen - de boel helemaal opruimen)
  3. een Augiasstal reinigen (=het opruimen van een vreselijk vuile boel)
  4. de boel aan kant maken (=opruimen)
  5. aan kant doen (=opruimen)
  6. schoon schip maken (=schulden betalen, de boel opruimen, na ruzie/problemen samen er uit komen en het verleden laten rusten)

Het dialectenwoordenboek kent 7 spreekwoorden met `pruim`

  1. Bargoens: tot in de pruimentijd (=tot ziens)
  2. Overmeers: 'n tsieke toebak (=een pruim tabak)
  3. Overmeers: nen hoedvul pruimen (=een zakje pruimen)
  4. Oudenbosch: tot in dun pruimetijd wir zumme mar ze-ge (=tot over lange tijd maar weer)
  5. Kerkdriels: tot de pruimetijd wor (=tot ziens)
  6. Sallands: Vrogger zaatn de brommers op de proem'm en now de proem'n op de brommers (wief op 'n solex) (=Vroeger zaten de brommers op de pruimen en nu de pruimen op de brommer)
  7. Lutters: Vrogger zaatn de brommers op de proem'm en now zit de proem'm op de brommers (olde wieven op solexen) (=Vroeger zaten de brommers op de pruimen en nu de pruimen op de brommers)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen