Spreekwoorden met `kat`

Zoek


52 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kat`

  1. wat van apen komt wil luizen (wat van katten komt wil muizen) (=zijn afkomst kan men niet verloochenen)
  2. zo wijs als Salomo`s kat zijn (=erg wijs denken te zijn, maar eigenlijk totaal niet zijn)

50 dialectgezegden bevatten `kat`

  1. de kat zit in derloezje , tes ruzz'instratjen (=onenigheid in het gezin) (Wichels)
  2. de katte krauwt (=de kat krabt) (Waregems)
  3. de katte uit d'orloge kijke (=de kat uit de boom kijken) (Gents)
  4. de muize speele tiene in de keuke (=als de kat van huis is, dansen de muizen) (Gents)
  5. De wouf bie de sjäöp zètte (=De kat op het spek binden) (Sittards)
  6. den oup (=aap) uit d'orlooze (=uurwerk) kaaken (=de kat uit de boom kijken) (Gents)
  7. det is ein krank veugelke väör de kat (=hij gaat het niet halen; het ziet er niet goed uit) (Heitsers)
  8. Di-j hebbe de kat vergaete te voore (=Het regent die dag) (Weerts)
  9. dich bès ne gemaekëlëke (=jij ziet de kat uit de boom-laat het door anderen oplossen) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. Die heure kop in e keldergat en der komt giejen kat mer binne. (=Wordt gezegd van een vrouw met een lelijk gezicht.) (Ransts)
  11. doar zit een oar in de boter; doar zitte kat in dorlozjie; doar ange ze in de trapees (=daar was er ruzie) (Sint-Niklaas)
  12. doë vènd ën kat hër joeng nimei èn trèg (=dat is een hopeloze opdracht) (Munsterbilzen - Minsters)
  13. doo vint 'n kat hier jing nie trèg (=waar een kat haar jongen niet meer in terugvindt) (Genker)
  14. dor zit een kat in dorlozjie; ze moaken ambras; zangen in de trapees (=ze maken ruzie) (Sint-Niklaas)
  15. dr zit wat in dat de kat nie lust (=heet) (Klazienaveens)
  16. ê's naon ne veugel veu de kat (=hij is in slechte staat (gezondheid ) ) (Marks)
  17. een kat ien ' t nauw mokt roare sprong' n (=in gevaar doet men soms rare dingen) (Westerkwartiers)
  18. een kat in ene zak gelle (=een kat in een zak kopen) (Vlijtingens)
  19. eerst de kat uut de boom kiek'n (=eerst alles rustig overzien) (Westerkwartiers)
  20. ein kat inne zak kuipe (=miskoop doen) (Opglabbeeks)
  21. Ge mot ön kat een kat noeme (=Je moet het zeggen zoals het is) (Stals)
  22. Ge mut een kat een kat noeme (=Je moet rechtuit zijn, geen blad voor de mond nemen) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  23. geen kat te zien, alléén mèr zand (=de dominee predikt in de woestijn) (Munsterbilzen - Minsters)
  24. get on de graute klok hange (=de kat de bel aanbinden) (Munsterbilzen - Minsters)
  25. haaj vènd zelfs n kat hër joeng nimei trèg (=wat een rommel!) (Munsterbilzen - Minsters)
  26. hang dat on de kat hërre stat (=dat gelooft toch niemand) (Munsterbilzen - Minsters)
  27. Het heeft geen zin je af te vragen 'wat als' (=As es kat een koei was konne we ze melleke bej de stoof) (Essens)
  28. hieër kom in oos hoês, de kat és met d'n heilige geist aan't sleipe (=de boel staat op zijn kop) (Weerts)
  29. Hieër kom in oos hoês, de kat is met d'n Heilige Geist aant sleîpe (=de hele boel staat op zijn kop) (Weerts)
  30. hij kikt as 'n kat ien 'n vremd pakhuus (=hij overziet de nieuwe situatie eerst eens goed) (Westerkwartiers)
  31. hij knipt de kat ien 't duuster'n (=hij is ietwat achterbaks) (Westerkwartiers)
  32. hij lopt d'r om hen as 'n kat om de hiete brij (=hij durft de zaak niet goed aan te pakken) (Westerkwartiers)
  33. hij speult d'r met as 'n kat met 'n muus (=hij heeft er geen werk van) (Westerkwartiers)
  34. Ich zen 't altaed gewiest, ooch as e kat gejónkt hit (=Ik krijg van alles de schuld) (Stals)
  35. iemëd opvraaje (=omwille van 't smeer likt de kat de kandeleer) (Munsterbilzen - Minsters)
  36. Ik heb eine smaak in de mónd asof d'r ein kat in haet zitte jônge (=Een vieze smaak in de mond hebben) (Venloos)
  37. ik snij de kat de staart nie af! (=dat doe ik echt niet) (Westlands)
  38. je kenne 't mooi vertelle (=maak dát de kat wijs!) (Westfries)
  39. Je kinne an de kat of an de keis (=Kiezen of delen) (Westfries)
  40. kat en kogel verzuupe (=alles verdrinken) (Genneps)
  41. kat in 't bakkie! Okidokiii! (=Komt voor elkaar!) (Rotterdams)
  42. kewderslekke (=grijs gestreepte kat) (Kaprijks)
  43. likte kat get lang èn haus, kraajgste rènger op zen daus (=is er stilte in de natuur dan komt er onweer in 't uur) (Munsterbilzen - Minsters)
  44. Me kieke de kat uut de boam (=we kijken de kat uit de boom) (Zeeuws)
  45. men moet de kat niet op 't spek biend'n (=men moet een dief geen gelegenheid geven) (Westerkwartiers)
  46. muuskes die vreug piepe kriege äöverdaag (of: ‘s aoves) de kat (=je houdt het geen hele dag vol als je te hard werkt of te hard van stapel loopt) (Heitsers)
  47. n kat énne zak koope (=blindelings geloven) (Munsterbilzen - Minsters)
  48. ne man hèt ne boës, n vroo hèt ne knèch (=een hond heeft een baas, een kat personeel) (Munsterbilzen - Minsters)
  49. ne voëgel ver de kat (=ten dode opgeschreven) (Bilzers)
  50. Ne vogel veu de kat (=Ten dode opgeschreven) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen