Spreekwoorden met `jan`

Zoek

36 dialectgezegden bevatten `jan`

  1. jan mutte klak (=het gewone volk) (Opglabbeeks)
  2. jan pakt de leuning (=dat wordt knokken) (Rotterdams)
  3. jan pankouk jan poffert jan eeroppeldaif, doe mos noar mie luustern aans krigst doe wat mit slaif! (=deugniet, stout kind) (Gronings)
  4. jan rap en zien moat (=het gewone volk) (Westerkwartiers)
  5. jan strovvel over de geut (=onhandige lomperd) (Westerkwartiers)
  6. jan Tod, dee heet altied de vinger inne vot (=jan Tod krabt zich vaak in zijn bilnaad) (Heldens)
  7. jan van as bank (=bank in het park) (Bergs)
  8. Jau dag jan (=Dat zal wel, dat moet je niet geloven) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  9. jullije jan (=Aanduiding familie lid (jan) ) (Waalwijks)
  10. kumt altijd és jan mi z'n eksters, (=komt altijd te laat) (Ossies)
  11. liever kaajkepòt van het harde wèglôope as kaajdôod dur et afwòchte. (=beter blode jan dan dode jan.) (Tilburgs)
  12. meddertied komt jan ien 'e boksem (=alles komt te zijner tijd) (Westerkwartiers)
  13. Met jan en alle man het koffer in duiken (=Met iedereen naar bed gaan) (Amsterdams)
  14. mèt Sint Job paote ze de boeëne hals äöver kop, en dae neet anges kan dae paotj ze mèt Sint jan (=vanaf begin mei kunnen bonen gepoot worden (naamdag Sint Job op 10 mei), uiterlijk eind juni kun je de laatste oogst bonen zaaien (naamdag Sint jan op 24 juni)) (Heitsers)
  15. Naar jan Dop gaan (=Naar het uitvaartcentrum gaan) (Helders)
  16. nau konste ziëker den dikke jan authange (=bluf nu maar!) (Munsterbilzen - Minsters)
  17. ne jan kis-mën-Kl.... (='n nietsnut) (Munsterbilzen - Minsters)
  18. Ne jan men kloewete (=Een druktemaker) (Diesters)
  19. Ne jan mijn klooten (=Zich beter vinden dan anderen) (Bevers)
  20. ne strongtkloût, ne jan min kloûten, ne zjaarman (=een pretentieus iemand) (Sint-Niklaas)
  21. nen jan men kloeten (=een pocher) (Antwerps)
  22. onze janzes (=het gezin van mijn broer jan) (Kaprijks)
  23. opassen oor anders kom jan iik je illen (=bang makerij) (Zeeuws)
  24. sjaun sjink zjang, ja zjang sjaun sjink (=mooie hesp jan) (Bilzers)
  25. sjuun sjoenk jang (=mooie hespen jan) (Opglabbeeks)
  26. t´is mee jan zelf zeker (=je ziet er deftig uit) (Klings)
  27. unne rèèke jan Koole (=iemand die er financieel goed bij zit) (Tilburgs)
  28. van ziêne Jân maake (=zich erg druk maken) (Weerts)
  29. wat 'n jan Gat (=wat een slome duikelaar) (Westerkwartiers)
  30. wat 'n jan Hen (=wat een sulletje) (Westerkwartiers)
  31. wat 'n jan Salie! (=welk een sloom persoon!) (Westerkwartiers)
  32. wie, jan Lère Gatspie en dan witte nog nie wie (=wie bedoel je) (Dongens)
  33. zën eege vërbij lope (=meer of gewichtiger doen dan je normaal doet of aankunt -de grote jan willen uithangen) (Munsterbilzen - Minsters)
  34. Zjang Maajers, mèt zen braudkar, koëm mekan altijd zaot trèg iëver den Driëf van Eegebilze (=Het paard van bakker jan Meyers kende de weg van Eigenbilzen over de Dreef van buiten, als Zjang weer eens zat was.) (Munsterbilzen - Minsters)
  35. Zjang sjoen sjoehn oan. (=jan heeft mooie schoenen aan.) (Genker)
  36. Zjang van Gon van Roebbe wont atter wir zaot wor noë haus gerieje én de graute plantekürf van zene viloo (=jan Hanssen van Eik aan de Kapel werd eigenhandig door Gon in zijn eigen plantenkorf naar huis gereden vanuit één of ander café in Munster) (Munsterbilzen - Minsters)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen