Spreekwoorden met `ant`

Zoek


66 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ant`

  1. je van kant maken (=zelfmoord plegen)
  2. kant noch wal raken (=totale onzin zijn)
  3. kantje boord (=op het nippertje)
  4. met een lantaarn te zoeken (=heel zeldzaam , moeilijk te vinden)
  5. onder de mantel van (=onder de schijn van)
  6. onder de pantoffel zitten (=thuis niets te vertellen hebben)
  7. oude bomen moet men niet verplanten (=oude mensen doet men liever niet verhuizen)
  8. quantum libet (=zoveel men wil) (Latijn)
  9. spreeuwen willen wel kersen eten, maar geen bomen planten. (=wel van alles willen profiteren, maar er niets voor willen doen.)
  10. testantibus actis (=volgens de akten) (Latijn)
  11. van de kant zijn (=gestart zijn)
  12. van een mug een olifant maken (=van een klein probleem onnodig een groot probleem maken, erg overdrijven)
  13. van wanten weten (=goed weten hoe men iets moet aanpakken)
  14. verplant geen oude bomen (=je moet geen oude mensen uit hun vertrouwde omgeving halen)
  15. wat Jantje is zal Jan worden. (=wel ouder worden maar dezelfde streken houden)
  16. wie zijn ogen sluit, waant zich in Rome (=als je de realiteit negeert, ben je niet bewust van wat er werkelijk gaande is.)

87 betekenissen bevatten `ant`

  1. er een halszaak van maken (=iets heel erg aantrekken en ernstig nemen)
  2. elke medaille heeft een keerzijde (=iets van twee kanten bekijken, aan iedere zaak zitten twee kanten, vaak een positieve en minder positieve kant)
  3. iets met argusogen bekijken (=iets wantrouwend bekijken. Iets nauwlettend in de gaten houden)
  4. in de slappe was (=in de contanten, in het geld)
  5. hoge bomen/masten vangen veel wind (=in een hoge positie heeft men ook veel verantwoordelijkheid)
  6. je druk maken over (=je kwaad maken om, je aantrekken van)
  7. bezoek en vis blijven drie dagen fris (=je moet geen gasten te lang laten logeren want dan ga je je aan hun gewoonten ergeren)
  8. wie zichzelf bewaart, bewaart geen rotte appel (=je moet voorzichtig omgaan met jezelf, want het is niet vervangbaar)
  9. onder iemands duiven schieten (=klanten van een ander overhalen om klant te worden bij jou)
  10. niet het vele is goed, maar het goede is veel. (=kwaliteit is beter dan kwantiteit)
  11. de haring hangt aan zijn eigen kieuwen (=men dient verantwoording te nemen voor de eigen daden)
  12. geen ja en geen neen zeggen (=nog twijfelen aan het antwoord)
  13. de bal terugkaatsen (=op een vraag die gesteld wordt geen antwoord geven, maar een tegenvraag stellen; op een kritische opmerking van iemand reageren door zelf ook meteen een kritische opmerking te maken over de ander)
  14. de gebraden haan uithangen (=op onverantwoordelijke wijze erg veel geld uitgeven aan met name lekker eten en drinken)
  15. oude paarden jaagt men achter de schans (=oudere werknemers worden soms aan de kant gezet)
  16. een jan-contant (=solide koopman / iemand die contant betaalt)
  17. iemand van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=steeds verschillende baantjes hebben maar in geen enkel baantje succesvol zijn)
  18. het hoofd breken over iets (=trachten een antwoord te vinden op een moeilijke vraag)
  19. iemand het volle pond geven (=uitvoerig en duidelijk antwoorden)
  20. uit alle hoeken en gaten (=van alle kanten)
  21. van heinde en verre (=van alle kanten, vanuit alle landen)
  22. iemand na in den bloede zijn (=van iemand een bloedverwant zijn)
  23. van twee walletjes eten (=van verschillende kanten voordeel behalen (negatief))
  24. tekst en uitleg geven (=verantwoording afleggen)
  25. een roze bril op hebben (=verliefd op iemand zijn en hierdoor zijn/haar mindere kanten niet zien)
  26. laten waaien (=verwaarlozen, zich er niets van aantrekken)
  27. je lijn vasthouden (=voortgaan volgens de vanaf het begin gehanteerde aanpak)
  28. aan dovemans deur kloppen (=vragen terwijl men geen gunstig antwoord hoeft te verwachten)
  29. tap hem maar borg hem niet (=wantrouw hem)
  30. als de bruid verpatst is wordt zij gewild. (=wat niet meer beschikbaar is lijkt aantrekkelijker voor anderen)
  31. er over vallen (=zich een probleem aantrekken)
  32. maling aan iets of iemand hebben (=zich nergens iets van aantrekken)
  33. iets over z`n kant laten gaan (=zich nergens iets van aantrekken)
  34. er heet noch koud van worden (=zich nergens iets van aantrekken)
  35. god noch gebod vrezen (=zich nergens iets van aantrekken - een misdadig leven leiden)
  36. ijskoud zijn gang gaan (=zich nergens van aantrekken)
  37. een loopje met iemand nemen (=zich weinig van iemand aantrekken (die de leiding heeft))




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen