296 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `TT`
- de kroon op het werk zeTTen (=het werk prachtig voltooien)
- de kuierlaTTen nemen (=te voet gaan)
- de lakense bril erbij opzeTTen (=bijzonder scherp toekijken)
- de mancheTTen aandoen (=boeien aandoen)
- de meitak op een werk zeTTen (=het werk afmaken)
- de pataTTen afgieten. (=urineren)
- de poes op de bak zeTTen. (=urineren)
- de prins op het wiTTe paard (=de man van je dromen)
- de puntjes op de i zeTTen (=de details erbij zetten - orde op zaken stellen)
- de raTTen verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
- de roTTe appels uit de mand halen (=de minder getalenteerde personen wegsturen, de minder goede dingen sorteren van de goede dingen)
- de schouders eronder zeTTen (=zich voor iets inspannen)
- de slagpen uiTTrekken (=van zijn macht beroven)
- de sokken erin zeTTen (=hard weglopen)
- de sterkte van de keTTing wordt bepaald door de zwakste schakel (=het geheel is niet sterker dan het zwakste onderdeel)
- de tanden op elkaar zeTTen (=zichzelf dwingen om stil te zijn of door te zetten.)
- de tering naar de nering zeTTen (=leven met de middelen die men heeft)
- de vleespoTTen van Egypte (=een vroegere tijd van grote welvaart)
- de voet dwars zeTTen (=iets verhinderen of bemoeilijken)
- een biTTer beetje (=een klein beetje)
- een biTTere pil slikken (=grote moeite ergens mee hebben)
- een boom(pje) opzeTTen (=een informele discussie starten)
- een droge maart en een naTTe april is de boeren naar hun wil (=weerspreuk)
- een geloof dat bergen kan verzeTTen (=een sterk geloof)
- een groene Kerstmis een wiTTe Pasen. (=als Kerst warm is wordt Pasen koud)
- een grote mond hebben/opzeTTen (=brutaal zijn)
- een hoge borst opzeTTen (=eigenwijs en hoogmoedig zijn)
- een kaTTenrug maken (=diep buigend groeten)
- een keel opzeTTen (=hard schreeuwen)
- een keTTing is niet sterker dan de zwakste schakel (=het geheel is maar zo sterk als het zwakste onderdeel)
- een kies uiTTrekken (=veel geld afhandig maken)
- een krop opzeTTen (=een hoge borst opzetten - een fiere houding aannemen)
- een lang gezicht trekken/zeTTen (=laten merken dat men niet tevreden is)
- een naTTe deken (=een borrel)
- een naTTe mei geeft boter in de wei (=weerspreuk)
- een ongeleTTerde boer (=weinig geleerd persoon)
- eén roTTe appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
- een tandje bijzeTTen (=extra inspanning leveren. (de gashendel een tand verschuiven))
- een verdieping op zijn huis zeTTen (=hypotheek nemen)
- een veTTe bek halen. (=goed eten, vooral frituur)
- een veTTe gans bedruipt zichzelf (=een rijk iemand kan zichzelf redden)
- een veTTe keuken een mager testament (=wie veel uitgeeft tijdens het leven, laat weinig na)
- een wiTTe raaf (=iets wat zelden voorkomt, een zeldzaamheid)
- elke keTTer heeft zijn leTTer (=ieder denkt dat de eigen mening bewezen kan worden)
- er de angel uiTTrekken (=ervoor zorgen dat iets minder gevaarlijk wordt door het meest gevaarlijke deel onschadelijk te maken; iets minder pijnlijk maken)
- er dik in ziTTen (=de kans is groot dat het zo is)
- er een kruisje bij zeTTen (=er attent op maken)
- er een punt achter zeTTen (=er voorgoed mee stoppen)
- er een streep onder zeTTen (=er een eind aan maken, ermee stoppen)
- er geen tiTTel of jota van afweten (=er helemaal geen kennis van hebben)
152 betekenissen bevatten `TT`
- er voor piet snot bij zitten (=er voor niets bijziTTen)
- er voor spek en bonen bij zitten (=er voor niets bijziTTen)
- goed en bloed voor iets offeren (=ergens alles voor over hebben (goed=beziTTingen, bloed=het leven))
- acht slaan op iets (=ergens goed op leTTen)
- het hoofd stoten (=ergens onpreTTig tegen aan lopen)
- rozen (paarlen) voor de zwijnen werpen (=geld of moeite verspillen aan iets nuTTeloos)
- een gek en zijn geld blijven nooit lang bij elkaar (=geld uitgeven aan nuTTeloze en onnodige dingen)
- hoog spel spelen (=gevaarlijk spel spelen, veel inzeTTen)
- goed van de tongriem gesneden (=gezegd van een vloTTe prater)
- op je qui vive zijn (=goed opleTTen)
- geheel oog zijn (=heel goed opleTTen)
- geheel oor zijn (=heel goed opleTTen - goed luisteren)
- steen en been vriezen. (=heel hard vriezen (alles wordt zo hard als steen en boTTen))
- wat de boer niet kent, dat vreet hij niet (=hij wenst uitsluitend gerechten te nuTTigen die hij reeds kent)
- veel koeien, veel moeien. (=hoe meer beziTTingen hoe meer zorgen)
- elk vogeltje zingt zoals het gebekt is (=ieder laat zich uit op een wijze die door zijn eigen aard en opvaTTingen bepaald worden)
- wie een kluitje heeft, heeft er graag een turfje bij (=ieder probeert zijn beziTTingen te vermeerderen)
- iemand achter de broek/veren/vodden zitten (=iemand aansporen/opjagen / nauwleTTend volgen)
- iemand de huid over de oren halen (=iemand afzeTTen, bedriegen)
- met iemand afrekenen (=iemand betalen; iemand iets betaald zeTTen)
- iemand de ijzers aanleggen (=iemand boeien of onder grote druk zeTTen)
- een kind van zijn tijd (=iemand die leeft volgens de in zijn tijd heersende opvaTTingen)
- iemand de wind uit de zeilen nemen (=iemand dwars ziTTen)
- iemand in het gareel slaan (=iemand dwingen voor je te werken, iemand aan het werk zeTTen)
- iemand op de hak nemen (=iemand er tussen nemen (grap uithalen) of spoTTend over iemand praten)
- iemand het vuur na aan de schenen leggen (=iemand onder druk zeTTen)
- iemand het mes op de keel zetten (=iemand onder zware druk zeTTen)
- iemand een kool stoven (=iemand op een onpreTTige manier ertussen nemen)
- iemand de duimschroeven aanzetten (=iemand scherp ondervragen, onder grote druk zeTTen)
- bloot slaat dood (=iemand voor het blok zeTTen: iemand dwingen een keuze te maken)
- een lange arm hebben (=iemand zelfs vanaf een grote afstand nog dwars kunnen ziTTen)
- naar de mutsaard rieken (=iets klopt zeer niet (mutsaard = brandstapel) / verdacht worden van keTTerij)
- het paard achter de wagen spannen (=iets nuTTeloos doen of verkeerd aanpakken)
- er de gek mee scheren (=iets of iemand bespoTTen)
- een ondergeschoven kindje zijn (=iets of iemand is miskend. Zie bedstede voor de leTTerlijke betekenis)
- elke medaille heeft een keerzijde (=iets van twee kanten bekijken, aan iedere zaak ziTTen twee kanten, vaak een positieve en minder positieve kant)
- iets met argusogen bekijken (=iets wantrouwend bekijken. Iets nauwleTTend in de gaten houden)
- over mijn lijk (=ik zal mij daar met alle kracht tegen verzeTTen)
- in de p zitten (=in de penarie ziTTen)
- in de pee zitten (=in de penarie ziTTen)
- knijp zitten (=in de problemen ziTTen)
- in de patatten zitten (=in de puree ziTTen)
- van het padje af zijn (=in de war zijn, malende / preTTig gestoord zijn)
- aan de bedelstaf raken (=in een situatie terechtkomen waarin je geen geld of beziTTingen meer hebt)
- in de penarie zitten (=in grote moeilijkheden ziTTen)
- op je tandvlees lopen (=in totale uitpuTTing voortdoen, zijn laatste krachten gebruiken)
- in de broei zitten (=in verlegenheid ziTTen)
- je met hand en tand verzetten (=je heftig verzeTTen en er alles aan doen om het niet te laten doorgaan)
- op een blind paard wedden. (=je inzeTTen voor iets wat gedoemd is te mislukken)
- de koe trekt de melk op. (=je krijgt niet wat je verwachTTe)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen