89 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `PL`
- iemand het zwijgen oPLeggen (=er met niemand over mogen praten en niemand iets mogen vertellen)
- iemand iets in de maag sPLitsen/stoppen (=iemand met iets opzadelen)
- iemand van rePLiek dienen (=iemand gevat antwoorden)
- iemand wel achter het behang kunnen PLakken (=iemand heel vervelend vinden, waardoor je het liefst even helemaal niets meer met hem of haar te maken zou willen hebben)
- iets met de paPLepel ingegoten krijgen (=iets van kinds af aan leren.)
- ik maak een PLatvis van je (=iemand dreigen in elkaar te slaan)
- in de PLooi zetten (=op orde brengen)
- je kunt van een kale kikker geen veren PLukken (=er valt niets te halen bij iemand die niets heeft)
- je PLaneet lezen (=de toekomst voorspellen)
- je PLezier niet opkunnen (=er veel plezier aan beleven)
- liever brood in de zak, dan een PLuim op de hoed (=van eer kan men niet leven)
- met andermans kalf PLoegen (=terwijl je de hulp van een ander gebruikt, doen alsof je het zelf alleen gedaan hebt)
- niet PLuis zijn (=iets is er niet in orde)
- onder de PLak zitten (=niets durven tenzij de partner het goed vindt)
- op je PLaat gaan (=vallen)
- op rotsen PLoegen (=iets doen wat tevergeefse moeite is)
- opgestaan is PLaats vergaan (=als je even wegloopt kan iemand anders op je stoel gaan zitten)
- oude bomen moet men niet verPLanten (=oude mensen doet men liever niet verhuizen)
- pas op de PLaats maken (=geen voortgang maken. Geen groei of ontwikkeling doormaken)
- PLak en gard ontwassen zijn (=ook zonder begeleiding wel kunnen leven)
- PLat op de buik gaan (=aan iemand toegeven, zich overleveren)
- PLatgetreden paden/wegen (=dingen die anderen al eerder gedaan hebben)
- PLatvis eet je met de ramen open en rondvis met de ramen dicht (=m.a.w. platvis is een zomervis en rondvis is in de winter op z`n best)
- PLuimen in de wind waaien (=iets doen zonder na te denken)
- PLuk de dag (Carpe diem) (=geniet van vandaag)
- PLuk maar veren van een kikvors (=van een arme kan je niet veel geld eisen)
- spreeuwen willen wel kersen eten, maar geen bomen PLanten. (=wel van alles willen profiteren, maar er niets voor willen doen.)
- tussen beurs en geweten gePLaatst zijn (=een financieel goede - maar misdadige - zaak kunnen doen)
- van achter de koeien/PLoeg komen (=van boerenafkomst zijn)
- van de bedPLank zijn (=op de huwelijksnacht verwekt zijn.)
- van de bovenste PLank (=van de beste kwaliteit)
- van dik hout zaagt men PLanken (=niet al te nauwkeurig of zorgvuldig werken)
- van een kale kip kun je niet PLukken (=er valt niets te halen bij iemand die niets heeft)
- verPLant geen oude bomen (=je moet geen oude mensen uit hun vertrouwde omgeving halen)
- vissers en jagers, zijn vrouwenPLagers. (=vissers en jagers zijn vaak bij de vrouw weg)
- vogels van diverse PLuimage (=mensen met allerlei diverse achtergronden)
- wie PLast tegen de kerk, gaat gevaarlijk te werk (=een wandaad met verstrekkende gevolgen)
- wie PLeit om een paard, behoudt de staart. (=je kunt beter wat toegeven, dan het tot een duur en langslepende kwestie te laten komen)
- ze is zo PLat als een botje (scholletje) (=ze heeft bijna geen borsten)
183 betekenissen bevatten `PL`
- een schuimspaan zijn (=een zuiPLap of niksnut zijn)
- er een punthoofd van krijgen (=er comPLeet gek van worden)
- een hard hoofd in iets hebben (=er geen oPLossing in zien)
- er geen gat in zien (=er geen oPLossing meer voor zien)
- er niet mee getrouwd zijn (=er niet aan vastzitten, er niet toe verPLicht zijn)
- te binnen schieten (=er PLots aan denken)
- er de handen voor op elkaar krijgen (=er steun (apPLaus) voor krijgen)
- er komt een dominee voorbij (=er valt een PLotselinge stilte in een rumoerig gezelschap)
- je plezier niet opkunnen (=er veel PLezier aan beleven)
- er muziek in zitten (=er veel van kunnen verwachten en/of PLezier van beleven)
- om van te kotsen (=erg lelijk, absoluut onPLezierig)
- in zijn sas zijn (=erg tevreden met iets zijn of PLezier met iets hebben)
- de nacht brengt raad. (=ergens een nachtje over slapen leidt tot betere beslissingen of oPLossingen)
- iemand op zijn zeer trappen (=ergens over praten wat door iemand als erg onPLezierig ervaren wordt)
- een oude rat vindt licht een gat. (=ervaren mensen weten vaak een oPLossing te vinden)
- in het water vallen (=falen (een opzet, een voornemen, een PLan), mislukken, niet doorgaan)
- korte rekeningen maken lange vriendschappen. (=financiële geschillen moet je direct oPLossen)
- het veulen laten draven. (=gaan PLassen)
- tijd brengt raad. (=geduldig zijn leidt tot betere beslissingen of oPLossingen)
- met de handen in het haar zitten (=geen oPLossing meer weten)
- schaakmat zijn (=geen oPLossing meer weten)
- bij de pakken neerzitten (=geen oPLossing meer zoeken, niet meer verder doen)
- in de piepzak zitten (=geen oPLossing weten, Bang zijn voor de gevolgen)
- al zijn kruit verschoten hebben (=geen verdere oPLossingen meer weten - niet meer verder kunnen)
- goed geld naar kwaad geld gooien (=geld ergens insteken waarvan bekend is dat het verlies oPLevert)
- een lintje krijgen (=geridderd worden - een comPLiment krijgen)
- beer op sokken (=gezegd van een dik, PLomp persoon)
- op je qui vive zijn (=goed oPLetten)
- geheel oog zijn (=heel goed oPLetten)
- geheel oor zijn (=heel goed oPLetten - goed luisteren)
- je weet nooit hoe een koe een haas vangt (=het kan altijd nog op onverwachte wijze tot een oPLossing komen)
- er voor tekenen (=het met PLezier willen aanvaarden)
- de wijde wereld intrekken (=het verkennen van nieuwe PLaatsen, ervaringen en mogelijkheden buiten het vertrouwde)
- een eitje met iemand te pellen hebben (=hetzelfde als: een appeltje met iemand te schillen hebben. Nog iets met iemand moeten oPLossen.)
- grote vissen scheuren het net (=hooggePLaatste personen worden niet zo gemakkelijk gestraft)
- ieder moet zijn eigen stoep schoonvegen (=ieder moet zijn eigen problemen oPLossen - zich afvragen of hij zelf schuldig is)
- zoveel hoofden, zoveel zinnen (=iedereen heeft een eigen mening waarbij men moeilijk samen tot een oPLossing kan komen)
- iemand een pluim op zijn hoed steken (=iemand comPLimenteren)
- iemand een veer in de broek/kont steken (=iemand comPLimenteren of prijzen)
- iemand iets in de mond geven (=iemand de mening van een ander laten geven in PLaats van de eigen mening)
- iemand de pap in de mond geven (=iemand een gemakkelijke oPLossing zomaar aanbieden)
- iemand op zijn voorman zetten (=iemand nadrukkelijk op zijn PLicht wijzen)
- in iemands zwak tasten (=iemand op een gevoelige PLek raken)
- iemand een oor aannaaien (=iemand oPLichten)
- appels voor citroenen verkopen (=iemand oPLichten.)
- in iemands zakken zitten (=iemand PLagen)
- de pik op iemand hebben (=iemand voortdurend PLagen of aanvallen)
- iemand op de kast jagen (=iemand zijn goede humeur doen verliezen door PLagen)
- de pret alleen hebben (=iemands PLezier bederven)
- er geen spaan van heel laten (=iets comPLeet vernielen)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen