64 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Oede`
- niet het vele is goed, maar het gOede is veel. (=kwaliteit is beter dan kwantiteit)
- op gOede voet staan met iemand (=goed kunnen opschieten)
- op je hOede (of qui-vive) zijn (=voorzichtig zijn omdat het niet helemaal vertrouwd wordt)
- op je hOede zijn (=alert en voorzichtig zijn.)
- te gOeder naam en faam bekend staan (=bekend staan voor goede dingen)
- te gOeder trouw (=naar beste weten en eerlijk handelend)
- uit het gOede hout gesneden zijn (=van goede afkomst zijn / een goed karakter hebben)
- voor geen geld of gOede woorden (tot iets bereid zijn) (=niet bereid zijn tot iets, wat iemand ook ervoor biedt, en welke argumenten iemand ook naar voren brengt)
- voor gOede munt aannemen (=geloven)
- voor iets moeten blOeden (=de gevolgen moeten dragen)
- voorzichtigheid is de mOeder der wijsheid (=doe het voorzichtig, dan komt er geen schade)
- voorzichtigheid is de mOeder van de porseleinkast (=door voorzichtig te zijn, gaan tere zaken langer mee)
- wie naar zijn mOeder en vader niet hoort moet het kalfsvel volgen (=wie niet naar zijn ouders luistert, moet soldaat worden)
- zo vader, zo zoon (of: Zo mOeder, zo dochter) (=kinderen erven de eigenschappen van hun ouders)
102 betekenissen bevatten `Oede`
- de keel kost veel (=herhaalde dronkenschap leidt tot armOede)
- de schapen van de bokken scheiden (=het gOede van het slechte scheiden)
- parels/paarlen voor de zwijnen werpen (=het gOede verspillen aan hen die het niet verdienen/waarderen)
- het is altijd rouwen en trouwen (=het leven is een afwisseling van gOede en slechte tijden)
- kaf onder het koren (=het minder gOede onder het gOede)
- het is goed aan hem besteed (=hij verdient het, hij zal er op de gOede manier mee omgaan)
- iemand in het zadel helpen (=iemand aan een (gOede) functie/positie helpen)
- het zonnetje in huis (=iemand die zorgt voor een gOede, opgeruimde sfeer)
- iemand te paard helpen (=iemand een gOede baan helpen krijgen)
- iemand op de kast jagen (=iemand zijn gOede humeur doen verliezen door plagen)
- een goede beurt maken (=iets heel goed doen, een gOede indruk maken)
- de vlag dekt de lading niet (=iets onder een gOede naam verkopen zonder dat het ook die kwaliteit heeft)
- de snoeren zijn mij in lieflijke plaatsen gevallen (=ik ben op gOede plaatsen beland)
- door dik en dun (=in gOede en slechte tijden / alles overhebben voor iemand)
- in goede doen (=in gOede vorm)
- als een furie tekeergaan (=in razende wOede tekeergaan)
- de liefde van een man gaat door de maag. (=je kan een man veroveren met gOede kookkunst en lekker eten.)
- leringen wekken maar voorbeelden trekken (=je kan mensen iets willen leren , maar geef vooral het gOede voorbeeld)
- quod deus bene vertat (=laat God het ten gOede keren)
- je gram niet kunnen halen (=machteloos wOedend zijn)
- de gelegenheid maakt de dief (=men laat zich gemakkelijk verleiden door een gOede gelegenheid)
- ondank is `s werelds loon (=men wordt zelden bedankt voor een gOede daad)
- een Salomonsoordeel vellen (=met een heel vraagstuk een zeer wijze en gOede beslissing nemen)
- met vlag en wimpel slagen (=met een zeer gOede beoordeling slagen)
- goede raad is goud waard (=met gOede aanwijzingen kan je heel veel doen)
- terugverlangen naar de vleespotten van Egypte (=naar de gOede tijden terugverlangen)
- de plank misslaan (=niet het gOede inzicht hebben; ernaast zitten)
- onder de vleugels nemen (=onder zijn hOede nemen)
- koopmans goed, is eb en vloed. (=ondernemers hebben te maken met gOede ne slechte tijden)
- je slag slaan (=op het gOede moment de kansen benutten, bijv. dingen kopen)
- goed gemutst zijn (=opgewekt zijn, in een gOede, vrolijke bui zijn)
- het zijn niet de slechtste vruchten waaraan de wespen knagen (=over gOede mensen worden vaak onaardige dingen verteld)
- het kind met het badwater weggooien (=samen met het slechte ook het gOede wegdoen)
- geen vlieg kwaad doen (=uitsluitend gOede bedoelingen hebben, niemand tot last zijn)
- uit een goed nest komen (=van gOede afkomst zijn)
- uit het goede hout gesneden zijn (=van gOede afkomst zijn / een goed karakter hebben)
- de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens (=veel gOede voornemens hebben zonder ze daadwerkelijk uit te voeren)
- de mossel doet de vis afslaan. (=veel slechte waar op de markt doet de prijzen van de gOede waar dalen)
- de spiering doet de kabeljauw afslaan (=veel slechte waar op de markt doet de prijzen van de gOede waar dalen)
- uit een olievat zal men geen wijn tappen. (=verwacht geen gOede dingen van slechte mensen)
- op de kop tikken (=voor een gOede prijs iets kopen)
- je moet geen `hei` roepen voordat je de brug over bent (=vreugde over een gOede afloop is pas toepasselijk als er niets meer verkeerd kan gaan)
- beproeft alle dingen en behoudt het goede. (=weet wat er allemaal is, maar doe alleen de gOede dingen)
- vaste grond onder de voeten hebben (=weten waar men op steunt - in een gOede positie verkeren)
- die wel doet, wel ontmoet. (=wie anderen goed behandelt, kan zelf gOede behandeling verwachten.)
- wie goed doet, goed ontmoet (=wie gOede dingen doet voor andere mensen kan soms ook gOede dingen terug verwachten)
- wie zijn neus schendt schendt zijn aangezicht (=wie zijn gOede naam verliest, komt in moeilijkheden)
- in het harnas steken (=wOedend zijn)
- ook de beste boom geeft slechte vruchten (=zelfs gOede ouders kunnen kinderen hebben die het verkeerde pad inslaan.)
- geen mens zo gek of hij heeft een goeie trek. (=zelfs vreemde mensen hebben gOede eigenschappen)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen