Spreekwoorden met `EUR`

Zoek


63 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `EUR`

  1. ongenode gasten zet men achter de dEUR (=wie niet welkom is, laat men niet binnen of laat men zo lang mogelijk wachten)
  2. rozengEUR en maneschijn (=totaal geluk)
  3. te kust en te kEUR (=naar keuze)
  4. tussen bEURs en geweten geplaatst zijn (=een financieel goede - maar misdadige - zaak kunnen doen)
  5. via de achterdEUR (=indirect, onopgemerkt, stiekem)
  6. voor de dEUR staan (=ieder ogenblik kunnen beginnen, komen)
  7. voor de rode dEUR moeten gaan (=voor het gerecht komen)
  8. voor een vissers dEUR vissen (=vergeefse moeite doen)
  9. voor zijn eigen dEUR vegen (=zijn eigen problemen oplossen)
  10. voorbij de schout zijn dEUR mogen dragen (=wel gezien mogen worden)
  11. zeven klEURen bagger schijten (=erg bang zijn)
  12. zo gek als een dEUR (=stapelgek)
  13. zo zat als een dEUR (=helemaal bezopen zijn)

102 betekenissen bevatten `EUR`

  1. je zegel aan iets hechten (=goedkEURing of toestemming ergens aan geven)
  2. door merg en been gaan (=hartverschEURend zijn)
  3. op de letter (=heel nauwkEURig uitgesproken)
  4. het oude liedje (=het al zo vaak gebEURde of gezegde)
  5. de dood wil een oorzaak hebben. (=het is belangrijk onm te weten waarom iets gebEURt)
  6. beter laat dan nooit (=het is beter dat iets een beetje te laat komt, dan dat het nooit gebEURt)
  7. het moet zo tussen neus en lippen gebeuren (=het moet bijna ongemerkt gebEURen)
  8. het oog van de meester maakt het paard vet (=het werk gebEURt beter als de baas toezicht houdt)
  9. zijn pruik staat scheef (=hij is slecht gehumEURd)
  10. iemand het vierkante gat wijzen (=iemand de dEUR wijzen, wegsturen)
  11. iemand van het hoofd tot de voeten meten (=iemand heel nauwkEURig onderzoeken)
  12. iemand het land opjagen (=iemand uit zijn humEUR brengen)
  13. iemand op de kast jagen (=iemand zijn goede humEUR doen verliezen door plagen)
  14. je gal spuwen/uitbraken (=iets afkEURen en dat duidelijk laten merken)
  15. iets met lede ogen aanzien (=iets met tegenzin zien gebEURen)
  16. iets op de keper beschouwen (=iets nauwkEURig bekijken)
  17. iets onder de loep nemen (=iets nauwkEURig onderzoeken)
  18. uitstel van executie (=iets onaangenaams wordt tijdelijk uitgesteld Later gaat dit toch nog gebEURen)
  19. als Pasen en Pinksteren op één dag vallen (=iets wat nooit zal gebEURen)
  20. het zwaard van Damocles (=iets wat snel of ieder moment kan gebEURen)
  21. het woord hebben (=in een gesprek aan bEURt zijn)
  22. vuil water blust ook vuur. (=in moeilijke situaties moet je creatief en niet te kieskEURig zijn)
  23. daar kan je gif op innemen (=je mag er zeker van zijn dat het gaat gebEURen)
  24. je mening niet onder stoelen of banken steken (=je mening niet verbergen, openlijk voor je standpunten uit durven komen, bij voorbeeld van afkEURing van iets)
  25. bederf geen struif om een ei (=je moet het geheel niet afkEURen voor één gebrek)
  26. om door een ringetje te halen (=kEURig netjes)
  27. iets niet met droge ogen kunnen aanzien (=letterlijk: gaan huilen/tranen bij het zien gebEURen van iets)
  28. nakaarten heeft geen zin (=men moet niet doorgaan met zEURen over iets dat al geweest is)
  29. pimpelpaars met een goud randje (=met ondefinieerbare klEUR)
  30. gewogen en te licht bevonden (=na onderzoek afgekEURd zijn)
  31. op de kop af (=nauwkEURig / precies, exact)
  32. van dik hout zaagt men planken (=niet al te nauwkEURig of zorgvuldig werken)
  33. als hadden geweest is, is hebben te laat. (=niet zEURen over gedane zaken)
  34. eraan moeten geloven (=of iemand wil of niet, het moet toch gebEURen)
  35. nattevingerwerk zijn / Met de natte vinger doen (=onnauwkEURig, overhaast of zonder de geschikte methode of middelen uitgevoerd werk)
  36. beidt Uw tijd, duur Uw uur (=op de toren van de Amsterdamse koopmansbEURs)
  37. weten hoe de vork in de steel zit (=precies weten wat er gebEURd is)
  38. de bokkenpruik op hebben (=slecht gehumEURd zijn)
  39. het op de heupen hebben (=slecht gehumEURd, op geestdriftige wijze iets doen, zenuwachtig, verstoord zijn)
  40. als het regent in mei, is april voorbij (=spreekwoord dat de spot drijft met spreekwoorden die open dEURen intrappen)
  41. zuinig kijken (=telEURgesteld of verdrietig kijken)
  42. met de kous op de kop thuiskomen (=telEURgesteld thuiskomen)
  43. van een koude kermis thuiskomen (=telEURgesteld thuiskomen)
  44. op je neus kijken (=telEURgesteld zijn)
  45. het hoofd laten hangen (=trEURig zijn - het opgeven)
  46. in het huisje wegen (=uiterst nauwkEURig het gevraagde gewicht geven)
  47. de dienst uitmaken (=vertellen wat er gebEURen moet)
  48. wat heb ik nou aan mijn fiets hangen? (=wat gebEURt er nu voor iets raars?)
  49. wat het zwaarst is moet het zwaarst wegen (=wat het belangrijkste is moet het eerste gebEURen)
  50. in het veen kijkt/ziet men niet op een turfje (=wie rijk is let niet op een EURo meer of minder)

50 dialectgezegden bevatten `EUR`

  1. Mi Liechtmes est er gieë vrâke zu aerm of ze makt EUR penneke waerm (=Met Lichtmis is er geen vrouwke zo arm of ze maakt haar panneke warm) (Wichels)
  2. mijn treeze (beeze) luupt were mee guul EUR fuure bluut (=mijn echtgenote heeft een veel te kort rokje aan.) (Gents)
  3. ne schup in EUR fiole (=een schop in haar edele delen) (Massems)
  4. op zèen / EUR kap zitten (=op hem / haar afgeven) (Wichels)
  5. os tin EUR kop zit zittet nie in EUR gat (=als ze iets wil, gaat ze ervoor) (Brugs)
  6. se schoot mee EUR tallongs vonde zulle en se sloeg EUR knoessels omme (=pech) (Roeselaars)
  7. Sèèd EUR Regels (=maandstonden hebben) (Kortrijks)
  8. slum hinne legke EUR ei-jer in de neetele (=wees voorzichtig en geef je niet helemaal bloot) (Weerts)
  9. Staektj EUR veut neet wieter eweg as ' t laake reiktj (=gewoon doen) (Weerts)
  10. van EUR (=van haar) (Sint-Niklaas)
  11. Wad EUR es't? (=Hoe laat is het (lett. `Wat uur is het `)) (Vilvoords)
  12. waor eetie EUR opgetuigd? (=waar heeft hij haar vandaan gehaald?) (Oudenbosch)
  13. wejjen 't al det EUR gaat ope en tów gieët songer pörtje (=antwoord op:weet je het al) (Weerts)
  14. Wejjen 't al? Det EUR gaat oeëpe en tôw gieët sônger pörtje!! (=Reactie op "Weet je het al?") (Weerts)
  15. z' eet aen EUR klinke (=ze heeft zich laten doen, ze is bedrogen) (Lokers)
  16. z'eed EUR een kriek gelachen (=ze heeft het uitgeschaterd) (Wichels)
  17. z'hee EUR een jonk loate moake (=ze is ongewenst zwanger) (Gents)
  18. Z'is EUR neuze goan poeiern (=Ze is er stilletjes vanonder gemuisd) (Roeselaars)
  19. z'is in EUR gat gebeetn (=ze is beledigd) (Lauws)
  20. z'oot er EUR buuën'n op te wieëk gelaaed (=ze had er op gehoopt) (Wichels)
  21. z' eed EUR pruts' n (=ze heeft haar maandstonden) (Hams)
  22. z' ei veil hout vEUR EUR dEUR ligge (=ze heeft grote borsten) (Antwerps)
  23. zang et ool an EUR gat (=ze koopt onnodig kledij) (Lichtervelds)
  24. zangt et ol an EUR gat (=ze koopt graag nieuwe kleren) (Kortemarks)
  25. ze dei EUR beklag (=ze klaagde) (kortemarks)
  26. Ze dot mooi mit EUR en. (=Ze praat mooi hen mee) (Giethoorns)
  27. ze droaht EUR hoehnwerk in de wekn (=ze heeft rood haar) (Izegems)
  28. ze ee nogal toepé an EUR gat (=vrouw die uit de hoogte doet) (Aspers)
  29. ze eed EUR kap over de wjeir gesmeten (=een kloosterlinge die terug naar de wereld gaat) (Sint-Niklaas)
  30. EUR kappe over d' oage gesmeete (=een non die de kerkelijke gemeenschap verlaat) (Gents)
  31. ze foelt EUR nie up EUR gemak (=ze was ongemakkelijk) (Lichtervelds)
  32. ze goat achterwerts nor den bok gelijk fleets gitte vEUR EUR nie te moeten kiren (=vooruitziende vrouw) (Zottegems)
  33. ze legt EUR êrte bloît (=ze spreekt rechtuit) (Lichtervelds)
  34. ze liegt dat EUR neuze krult (=ze liegt veel) (kortemarks)
  35. Ze liept al joaren mee ne kwaker in EUR keel (=Zij heeft een kwater in de keel (gezwel)) (Bevers)
  36. ze lupt op EUR lèste (=de bevalling is voor heel binnekort) (Brakels)
  37. Ze mag zeekr' zelve EUR bootrams briën (=Zij is mollig) (Harelbeeks)
  38. ze peist da' skeizers katt' EUR nicht' is: gezegd van een ingebeelde, hovaardige vrouw (=Ze peinst dat 's keizers kat haar nicht is) (Klemskerks)
  39. ze rapt gièèn strooj van deîrde, ze zit up EUR luie fiege (=ze doet niets) (Kortemarks)
  40. ze sloat vanolles uut EUR bottn (=ze kraamt onzin uit) (Lichtervelds)
  41. ze volt med EUR gat in de beutre (=haar broodje is gebakken) (Lichtervelds)
  42. ze was op EUR tieën'n getert / getorten (=ze was beledigd) (Wichels)
  43. ze zit mee EUR prutsen (=maandstonden) (Moes)
  44. ze zit mee EURe brol, de ruuje vlegge angt uit, see EUR Marie (=ze heeft haar regels) (Gents)
  45. ze zit up EUR luie fiegge (=ze doet helemaal niets) (Lichtervelds)
  46. Zee dot mooi mit EUR en (=Ze praat mooi met hen mee) (Giethoorns)
  47. zee nogal kak an EUR gat (=ze heeft veel pretentie) (kortemarks)
  48. zèen / EUR lep trekken (=pruilen) (Wichels)
  49. zeet EUR kappe oovr daoge gesmeetn (=de non houdt het voor bekeken) (Kortemarks)
  50. zeet oîge in EUR ne bol (=ze is hoogmoedig) (kortemarks)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen