195 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ov`
- aan de heidenen overgeleverd (=in zware moeilijkheden - in de macht van mensen zonder scrupules)
- aan de Turken overgeleverd zijn (=slecht behandeld, bedrogen, mishandeld worden)
- aan dovemans deur kloppen (=vragen terwijl men geen gunstig antwoord hoeft te verwachten)
- achter de puttings overboord vallen (=reddeloos verloren zijn)
- al het goede komt van boven (=alle zegen komt van god)
- alles over de vloer halen (=alles verplaatsen)
- alles over een kam scheren (=alles en iedereen gelijk stellen)
- als bij toverslag (=zeer snel, plotseling)
- als de kan vol is, loopt zij over. (=als je te veel drinkt komt het er weer uit)
- als de maan vol is schijnt ze overal (=als iemand gelukkig is, kan iedereen dat zien)
- als een blinde over de kleuren oordelen (=spreken alsof men een kenner is, over iets waar men niets van weet)
- als er één schaap over de dam is, volgen er meer (=als één persoon iets nieuws geprobeerd heeft, durven anderen ook wel)
- als warme broodjes over de toonbank gaan (=zeer goed verkopen)
- alsof er een engeltje over je tong piest (=iets lekker vinden)
- armoe op de stal is armoe overal (=met te weinig dieren in de stal kun je geen geld verdienen)
- boven aarde staan (=overleden zijn maar nog niet begraven)
- boven de pet gaan (=er niets van begrijpen)
- boven de wet staan (=niet gebonden zijn aan de wet)
- boven het hoofd groeien (=onoverkomelijk worden)
- boven het hoofd hangen (=te wachten staan)
- boven Jan zijn (=uit de problemen zijn)
- boven water komen / boven water halen (=tevoorschijn komen / tevoorschijn halen, verschijnen, opduiken)
- boven water zijn (=alles is bekend geworden of is teruggevonden)
- boven zijn theewater (=dronken)
- dat gaapt als een oven (=dat is onwaarschijnlijk)
- dat gaapt zo wijd als een oven (=dat is hoogst onwaarschijnlijk)
- dat gaat mijn pet te boven (=daar begrijp ik niets van)
- dat hangt als een schijthuis boven de gracht (=dat is overduidelijk)
- dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd)
- dat staat als een paal boven water (=dat is een absolute zekerheid)
- de bovenhand krijgen (=winnen, zegevieren)
- de boventoon voeren (=het hoogste woord hebben)
- de bui over laten drijven. (=niet reageren op een moeilijke situatie)
- de één mag een paard stelen, de ander mag niet over het hek kijken. (=sommigen mogen alles, anderen mogen niets)
- de gal loopt over (=boos worden)
- de ganzen geloven niet dat de kuikens hooi eten. (=zelfs bij domme mensen vinden ongerijmdheden geen geloof.)
- de hand over zijn hart strijken (=voor één keer toestaan)
- de haring over de kop varen (=het doel voorbijschieten)
- de kaap te boven zijn (=het probleem overwonnen hebben)
- de kap over de haag smijten (=zijn priester- of kloostergelofte verbreken)
- de natuur gaat boven de leer (=men volgt eerder zijn karakter dan hetgeen men leert)
- de overhand hebben (=iets is meer aanwezig dan het ander / meer invloed hebben)
- de paal door de oven steken (=bankroet gaan, zich te gronde richten)
- de paal door de oven werken (=bankroet gaan)
- de rubicon overtrekken (=de beslissende stap ondernemen)
- de vijl erover laten gaan (=er de scherpe kantjes van afhalen)
- de vogel over het net laten vliegen (=goede kansen niet aangrijpen)
- de vogel over het touw laten gaan. (=een kans niet benutten)
- de vruchten zullen de beloften der bloemen overtreffen (=het is nu al goed, maar het eindresultaat wordt nog veel beter)
- denken moet je aan een paard overlaten, dat heeft een groter hoofd (=niet te veel denken maar doen)
318 betekenissen bevatten `ov`
- de oude mens afleggen (=(en de nieuwe aantrekken) een nieuw leven beginnen - beterschap beloven)
- aan de fep zijn (=(overmatig) drinken)
- aan het lijntje hebben/houden (=aan de praat houden / beloven, maar steeds weer uitstellen)
- voor de ganzen preken (=aan dovemans oren zeggen)
- plat op de buik gaan (=aan iemand toegeven, zich overleveren)
- ruw laten stikken (=aan zijn lot overlaten)
- in zijn eigen vet gaar koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft))
- kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
- de lijdensbeker tot de bodem ledigen (=al het slechte, tot het laatste toe, over zich heen krijgen)
- iemand over de hekel halen (=allerlei slechte dingen vertellen over iemand)
- de volle laag krijgen (=alles over zich heen krijgen)
- komt men over de hond, dan komt men over de staart (=als de grootste moeilijkheden overwonnen zijn, dan komt de rest vanzelf)
- komt tijd komt raad (=als er genoeg tijd overheen gaat, komt de oplossing vanzelf)
- gedeelde smart is halve smart (=als je over problemen praat, dan kan je het makkelijker verwerken / door de problemen/ellende van een ander is het gemakkelijker de eigen problemen/ellende te dragen)
- goed voorgaan doet goed volgen (=als je zelf op de goede manier handelt, nemen anderen dat vanzelf over)
- goed voorbeeld doet goed volgen (=als je zelf op de goede manier handelt, nemen anderen dat vanzelf over)
- wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft (=als je zoveel geeft zoveel je kunt, dan kan niemand je iets verwijten)
- hoogmoed deed nooit iemand goed. (=arrogantie en overmoed zijn slechte eigenschappen)
- onder zich hebben (=baas zijn over)
- je bent om op te eten (met boter en suiker). (=beeldig, snoezig, hartveroverend, snoeperig.)
- breek me de bek niet open (=begin daar maar niet over, want daar kan ik heel veel negatieve dingen over vertellen)
- geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
- op je zenuwen leven (=bijna overspannen geraken)
- groot bal op kleine aardappelen (=boven zijn stand leven)
- op de koop toe (=bovendien)
- kinderen die vragen worden overgeslagen (=brutale kinderen die altijd overal om vragen, worden genegeerd)
- daar zijn de daken met vlaaien bedekt (=daar is men rijk / Daar heeft men overvloed)
- dat ligt hem in zijn mond bestorven (=daar spreekt hij veel over)
- die snaar moet men niet aanroeren (=daarover moet niet gesproken worden)
- dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
- dat hangt als een schijthuis boven de gracht (=dat is overduidelijk)
- dat is een waarheid als een koe (=dat is overduidelijk waar)
- dat spreekt boekdelen (=dat is overduidelijk, bijv. `zijn gezicht spreekt boekdelen`)
- dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
- dat kan Bruin(tje) niet trekken (=dat kunnen we ons niet veroorloven (afgeleid van een populaire naam voor trekpaarden))
- de broek aan hebben (=de baas spelen (van een vrouw over haar man), het voor het zeggen hebben)
- de touwtjes in handen hebben (=de controle hebben over een situatie.)
- het kastje bij het muurtje laten blijven (=de dingen niet gaan overdrijven)
- de rokende vlaswiek niet uitblussen (=de ijverigheid niet doven)
- geen zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je zorgen over te maken)
- iemand kunnen maken en breken (=de mogelijkheid hebben te beslissingen over iemands leven en dood en welbevinden)
- niet door de beugel kunnen (=de norm overschrijden van wat aanvaardbaar of behoorlijk is)
- de grote vissen eten de kleine (=de ondergeschikten moeten doen wat de baas zegt / het slachtoffer worden van overmacht.)
- een streep door de rekening halen (=de schuld van iemand kwijtschelden en het er niet meer over hebben)
- als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men spreekt, laat zich dikwijls op dat moment zien)
- bezint eer ge begint (=denk goed na over de gevolgen voordat je actie onderneemt)
- door de bomen het bos niet meer zien (=door alle details het overzicht verliezen)
- eigen roem/lof stinkt (=door over jezelf op te scheppen maak je een nare indruk)
- het beestje bij zijn naam noemen (=duidelijk en precies zeggen hoe je over iets of iemand denkt; precies zeggen hoe iets zit)
- is de paus katholiek? (=een antwoord op een vraag waarvan het antwoord overduidelijk `Ja` is)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen