Spreekwoorden met `oud`

Zoek


194 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `oud`

  1. `t Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
  2. aan de draai houden (=bezig houden)
  3. aan een oud dak moet je veel herstellen (=verouderde zaken vergen nu eenmaal onderhoud)
  4. aan het (sleep)touw houden (=bezig houden / aan het lijntje houden)
  5. aan het lijntje hebben/houden (=aan de praat houden /  beloven, maar steeds weer uitstellen)
  6. aan zijn eindje vasthouden (=zijn standpunt handhaven)
  7. al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding (=wie zich mooi aankleedt wordt daarmee zelf nog niet mooi)
  8. al zo oud als de weg naar Kralingen (=erg oud)
  9. al zouden de raven het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
  10. als een pareltje in het goud zitten (=zich tussen aangename personen (buren) bevinden)
  11. als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien (=als ervaren mensen waarschuwen moet je luisteren)
  12. altijd de oude knecht blijven (=geen vorderingen maken (ook geen achteruitgang))
  13. altijd het oude liedje (=steeds weer hetzelfde)
  14. bakkerskinderen eten oud brood. (=aan het vak dat men uitoefent, besteedt men in zijn directe omgeving weinig aandacht.)
  15. bang zijn zich aan koud water te branden (=erg voorzichtig zijn)
  16. beproeft alle dingen en behoudt het goede. (=weet wat er allemaal is, maar doe alleen de goede dingen)
  17. bij kris en kras volhouden (=bij hoog en bij laag volhouden)
  18. bijl en blok zijn behouden. (=vrouw en kind hebben de bevalling overleefd.)
  19. brede schouders hebben (=veel kunnen verdragen)
  20. dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
  21. dat houdt me op de been (=dat zorgt ervoor dat ik door kan blijven gaan; daardoor houd ik het vol)
  22. dat raakt mijn koude kleren niet (=ergens niets mee te maken hebben en zich niet voor interesseren)
  23. de aanhouder wint (=wie volhoudt, zal uiteindelijk succes hebben.)
  24. de bocht achter/onder de arm houden (=extra voorzichtig zijn, iets nog niet garanderen. (een bocht houden in het touw dat je laat vieren))
  25. de boot afhouden (=niet meedoen - afwachten)
  26. de dans om het gouden kalf (=de strijd om rijk te worden)
  27. de derde streng houdt de kabel. (=alle goede dingen bestaan in drieën)
  28. de gulden middenweg (houden/bewandelen/verkiezen) (=een tussenstandpunt of tussenoplossing verkiezen)
  29. de hand op de knip houden (=zuinig zijn)
  30. de handen thuis houden (=niet aanraken)
  31. de hond de jas voorhouden (=iemand valse hoop geven op iets dat hij graag wil hebben)
  32. de kip met gouden eieren slachten (=een iets met veel rendement wegdoen)
  33. de noppen van de kleren houden (=onkosten met zich meebrengen)
  34. de ochtendstond/morgenstond heeft goud in de mond (=door vroeg te beginnen kan men meer werk verrichten)
  35. de oude adam (=de zondige natuur (aard))
  36. de oude Adam afleggen. (=slechte gewoonten of gedrag achterlaten om positieve veranderingen aan te brengen.)
  37. de oude mens afleggen (=(en de nieuwe aantrekken) een nieuw leven beginnen - beterschap beloven)
  38. de oude zuurdesem (=het oude kwaad)
  39. de oudste moet de wijste zijn (=van het oudste kind wordt het meeste verwacht)
  40. de schouders eronder zetten (=zich voor iets inspannen)
  41. de schouders ophalen (=er zich niets van aantrekken - er niets over willen weten)
  42. de teugels in handen hebben/houden (=de leiding hebben/houden)
  43. de vinger aan de pols houden (=in de gaten houden of alles goed gaat)
  44. door de ouderdom wordt de wolf grijs. (=mildheid komt met de jaren)
  45. dun snijden is het behoud van de worst. (=goed kunnen rondkomen door zuinig te zijn)
  46. een aap op de schouder hebben (=een probleem hebben waar je niet vanaf komt.)
  47. een achterdeurtje openhouden (=een redmiddel in nood houden)
  48. een glas op zijn tijd houdt de mot uit de maag. (=wordt gezegd door mensen die graag een borreltje lusten)
  49. een goed hart is goud waard (=je treft niet snel meer mensen met een goed karakter)
  50. een goede daad is goud waard (=iemand helpen is goed)

202 betekenissen bevatten `oud`

  1. Abraham gezien hebben (=50 jaar of ouder zijn)
  2. zes kruisjes hebben (=60 jaar oud zijn)
  3. aan de vruchten kent men de boom (=aan de nakomelingen kent men de ouders)
  4. aan het lijntje hebben/houden (=aan de praat houden /  beloven, maar steeds weer uitstellen)
  5. op het sleeptouw houden (=aan het lijntje houden)
  6. op tui houden (=aan het lijntje houden)
  7. de barricades opgaan (=actie voeren om iets voor elkaar te krijgen of juist tegen te houden)
  8. uit de oude doos (=al oud, nostalgisch)
  9. `t Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
  10. ogen van achteren en van voren hebben (=alles goed in de gaten houden)
  11. geen ding betert door ouderdom (=alles verslijt door de ouderdom)
  12. mei koel en wak, veel koren in de zak. (=als het in mei nat en koud is wordt de opbrengst hoog)
  13. dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
  14. laat je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet (=als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten)
  15. allemans vriend is allemans gek. (=als je iedereen te vriend wil houden, zal men misbruik van je maken.)
  16. een man een man, een woord een woord (=als je iets hebt beloofd, dan moet je je daar ook aan houden)
  17. die in het voorjaar niet zaait, in het najaar niet maait. (=als je jong bent moet je sparen voor je eigen oude dag)
  18. ouderdom komt met gebreken (=als je ouder wordt ga je van alles mankeren)
  19. een groene Kerstmis een witte Pasen. (=als Kerst warm is wordt Pasen koud)
  20. salva ratificatione (=behoudens bekrachtiging)
  21. aan de draai houden (=bezig houden)
  22. aan het (sleep)touw houden (=bezig houden / aan het lijntje houden)
  23. bij kris en kras volhouden (=bij hoog en bij laag volhouden)
  24. in het oog houden (=binnen het gezichtsveld houden)
  25. je kop erbij houden (=blijven opletten, aandacht vasthouden)
  26. voeling houden met (=contact houden met)
  27. dat is nog van voor de zondvloed (=dat is al heel oud)
  28. dat is een ver-van-mijn-bedshow (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt)
  29. dat groeit uit het raam (=dat kan men niet geheim houden)
  30. dat houdt me op de been (=dat zorgt ervoor dat ik door kan blijven gaan; daardoor houd ik het vol)
  31. volgens Bartjens (=de allereenvoudigste rekenstof (als referentie aan onderwijzer Willem Bartjens die een bekend rekenboekje schreef))
  32. het hinkende paard komt achteraan (=de grootste problemen houdt men voor het laatst)
  33. zoals de ouden zongen piepen de jongen (=de jongeren leren het van de ouderen)
  34. in zijn kraag duiken (=de kraag hoog opzetten tegen de koude)
  35. de teugels in handen hebben/houden (=de leiding hebben/houden)
  36. de tand des tijds (=de sleet door de ouderdom)
  37. de vrucht der ervaring rijpt niet aan jonge takken (=de verstandigste opmerkingen komen van oudere mensen)
  38. op het eind van de fuik vangt men de vis. (=de volhouder wint)
  39. genadebrood eten (=door anderen onderhouden worden)
  40. de gestage drup holt de steen (uit) (=door vol te houden wordt uiteindelijk wel het doel bereikt)
  41. door het lint gaan (=door woede je emoties niet (meer) onder controle kunnen houden)
  42. iets/iemand in de gaten hebben/krijgen (=doorkrijgen hoe dingen in elkaar steken of zicht houden op de situatie)
  43. de kat uit de boom kijken (=een afwachtende houding aannemen)
  44. het laken door het oog van de schaar halen. (=een deel voor jezelf houden.)
  45. een verborgen agenda hebben (=een doel hebben dat voor de anderen verborgen gehouden wordt, bijvoorbeeld in een samenwerkingsverband)
  46. voor het inkoppen hebben (=een eenvoudige kans om in een discussie een punt te maken dankzij een voorzet van een ander)
  47. boontjes uit water eten. (=een eenvoudige maaltijd.)
  48. een fluitje van een cent (=een eenvoudige taak)
  49. een straatje zonder eind (=een eindeloos proces, iets wat nooit ophoudt)
  50. een tang van een wijf. / Een oude tang (=een heks, feeks. / Een oude lastige vrouw)

50 dialectgezegden bevatten `oud`

  1. (h) oud oi weezn! (=kom niet tussen / onderbreek me niet (uithaal) ) (Waregems)
  2. (zéér oud woord ) slaphangere (=geroosterde (zoete) haring) (Zottegems)
  3. 'k rije mee tram zeevn (=ik ben zeventig jaar oud) (Waregems)
  4. 'n meanse is nooit te old umme te leern (=een mens is nooit te oud om te leren) (Vechtdals)
  5. 'n muurbloemke (=een oud vrijgezel meisje) (Westerkwartiers)
  6. 't is doar thee met widde pundjes (=het is daar oud en versleten) (Westerkwartiers)
  7. 't is kief-kief (='t is lood om oud ijzer) (Veurns)
  8. 't kom nie door z'un melkgebitje (=Een oud iemand die is overleden) (Westlands)
  9. 't stoad al oar op (=oud nieuws) (Kaprijks)
  10. 't Vriest makkelek op een oud skotsie. (=Jong geleerd, oud gedaan.) (Zaans)
  11. ' t plat is er af (=gezegd van een baby die enkele maanden oud is) (Leefdaals)
  12. a zal gieënen ouën top skieëren (=hij zal niet oud worden) (Meers)
  13. aa manne (=Een oud koppel) (Willebroeks)
  14. aa sjëbabbël (=oud wijf) (Millers)
  15. Aad jaar Nief jaar twiê koeken is eu paar kwèns aa ne gelukkige nievejaar (=oud jaar, nieuwe jaar twee koeken is een paar 'k wens je een gelukkig nieuwjaar) (Sint-Katelijne-Waver)
  16. aad wiëne ès ën graute guns, mér joenk blijve ès ën nog grutter kuns (=oud worden is een gunst, jong blijven een grotere kunst) (Munsterbilzen - Minsters)
  17. Aakes keun'n nie jongler'n (=Jong geleerd is oud gedaan.) (Hams)
  18. Âhdsjes kenne nie jonglere. (=Jong geleerd is oud gedaan.) (Haags)
  19. aj woorn (=oud worden) (Kaprijks)
  20. aof gaeve (=oud worden) (Munsterbilzen - Minsters)
  21. As 'n oer oud wordt, pist ze wijwoatre! (=Over iemand die veranderde van levenswijze) (Lokers)
  22. as ge ni oud wilt weurre moet a mor joenk oephange (=als je niet oud wil worden moet je je maar jong ophangen) (Antwerps)
  23. aste get adder bès, doert het ook get langer vër dich aut te rèste as vër dich miech te maoke (=als je oud bent ben je rapper moe dan uitgerust) (Munsterbilzen - Minsters)
  24. au vel /versleite badsloef (=oud persoon) (Vilvoords)
  25. begiene te kraoke (=oud beginnen te worden) (Tilburgs)
  26. beginne noë te lotte (=oud worden) (Munsterbilzen - Minsters)
  27. beumpie groot, plaantergie dood (=bomen worden oud) (Vechtdals)
  28. D'as van zjuèzekes taait (=Dat is al heel oud) (Londerzeels)
  29. d'es aa niës (nies) (=dat is allang bekend, dat is oud nieuws) (Wichels)
  30. d'es uit'n tèed van de Romèen'n (=dat is heel oud / uit de tijd van de Romeinen) (Wichels)
  31. daaj lèt ferm noeë (=zij wordt oud) (Munsterbilzen - Minsters)
  32. Daar heb je oud 99 weer of gewoon: oud99 (=daar heb je die Bemoeizuchtige v / m weer.) (Utrechts)
  33. dae begint ook al te kraoke (=die wordt stilaan oud) (Munsterbilzen - Minsters)
  34. dae és èn de grutte of adderdoem van (=hij is zo groot of oud als) (Munsterbilzen - Minsters)
  35. dae is van miene doon (=hij is even oud als ik) (Heitsers)
  36. dae voeëgel ès al vlèg (=vogel die oud genoeg is om uit te vliegen) (Munsterbilzen - Minsters)
  37. das aaën toek (=dat is oud spul) (Munsterbilzen - Minsters)
  38. dassoe aat as de stroat (=dat is heel oud) (Sint-Niklaas)
  39. dat ding stamt nog uut 't joar nul (=dat is een heel oud ding) (Westerkwartiers)
  40. dat weet k nie me, me enn alank o (=hoe oud is je vader) (Zeeuws)
  41. de Awbrök is hiel aajd (=de Servaasbrug is heel oud) (Mestreechs)
  42. de bès altijd zoe aad as zën haan, mér altijd adder dan zën taan (=je bent maar zou oud als je je zelf voelt) (Munsterbilzen - Minsters)
  43. de bès pas aad asset langer doert vër aut te rèste as vër miech te wieëne (=oud zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
  44. de bès pas daud as te nimei laefs (=je bent nooit te oud om te leven) (Munsterbilzen - Minsters)
  45. de blaer zin van de boom (=hij wordt oud) (Munsterbilzen - Minsters)
  46. de duvel is old (=de duivel is oud) (Westerkwartiers)
  47. De duvel is oud, met z'n mallemoer d'r bij ! (=Ik ben helemaal niet oud ! (als iemand zegt dat je oud bent)) (Utrechts)
  48. de ouwe moalen (an 'e Hollanderdyk) (=lompen en oud papier inleverpunt) (Leewarders)
  49. de wieës aad attet langer doert vër aut te rèste as vër miech te wiëene (=oud ben je pas als de tijd om uit te rusten langer wordt dan die om je moe te maken) (Munsterbilzen - Minsters)
  50. de zeve maedjes ginge nao naober en femilie aanzègke det d’r emes waas gestorve (=oud gebruik waarbij de dames in de buurt rondgingen om aan te kondigen dat er iemand was gestorven) (Heitsers)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen