Spreekwoorden met `nn`

Zoek


220 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `nn`

  1. als de armoede binnenkomt vliegt de liefde het venster uit (=armoede betekent vaak het einde van vriendschappen en relaties)
  2. als winnaar/beste uit de bus komen (=iets of iemand blijkt het beste te zijn)
  3. bederf geen pannenkoek om een ei (=op kleine dingen bezuinigen kan grotere gevolgen hebben)
  4. beminnen als het licht van zijn ogen (=erg graag zien)
  5. bergen kunnen verzetten (=veel taken kunnen verrichten; heel veel werk aankunnen)
  6. beter onbegonnen dan ongeeindigd (=beter niet beginnen als men het niet kan afwerken)
  7. bij het scheiden van de markt leert men de kooplui kennen (=iemands ware karakter blijkt pas als het erop aankomt)
  8. bij iemand nog wel kunnen schoolgaan (=aan iemand nog een voorbeeld kunnen nemen)
  9. binnen de kortste keren (=heel snel, bijna onmiddellijk)
  10. binnen de lijntjes kleuren (=netjes handelen, niets doen wat niet mag)
  11. binnen de perken blijven (=zodanig beperkt blijven dat het niet te veel overlast of schade veroorzaakt)
  12. binnen mikken zijn (=geborgen zijn)
  13. binnen zijn (=geborgen zijn)
  14. binnenskamers gebleven (=geheim gebleven)
  15. buiten iets kunnen. (=iets kunnen missen)
  16. cum annexis (=met bijbehoren) (Latijn)
  17. daar kan je gif op innemen (=je mag er zeker van zijn dat het gaat gebeuren)
  18. dat vlas is niet te spinnen (=daar is niets mee te beginnen)
  19. de aap binnen/weg hebben (=het geld ontvangen hebben)
  20. de appel wegdragen/winnen (=als schoonste erkend worden)
  21. de boog kan niet altijd gespannen zijn (=men moet zich soms ook kunnen ontspannen)
  22. de bot kunnen gallen (=een moeilijke taak aankunnen)
  23. de jongste schepen wijst het vonnis (=de kinderen willen het het best weten)
  24. de kaart van het land kennen (=de omstandigheden kennen)
  25. de kap maakt de monnik niet (=aan het uiterlijke kan men het innerlijke niet beoordelen)
  26. de kap/sluier/habijt aannemen (=in een klooster gaan)
  27. de kroon spannen (=het hoogtepunt vormen)
  28. de lading binnen hebben (=dronken)
  29. de ossen achter de ploeg spannen (=de zaak verkeerd aanpakken)
  30. de pot op kunnen (=in geen geval krijgen)
  31. de toets  kunnen doorstaan (=alle antwoorden op vragen/problemen weten)
  32. de vierschaar spannen. (=een rechtzitting houden. (vierschaar = middeleeuws gerechtelijk bestuur))
  33. de wereld op zijn duim kunnen draaien (=alles doen wat iemand wil)
  34. de zon in het water kunnen zien schijnen (=kunnen verdragen dat een ander ook iets krijgt)
  35. de zon niet in het water kunnen zien schijnen (=jaloers zijn, iets niet kunnen verdragen)
  36. door de achterdeur weer binnenkomen (=onverwacht terugkomen op een afgeronde situatie)
  37. door een eiken plank kunnen zien als er een gat in zit (=niet zo bijzonder zijn als je je voordoet)
  38. door en door kennen (=precies weten hoe iemand is)
  39. door het hennepen venster kijken (=opgehangen worden)
  40. een antenne hebben voor iets (=iets goed aanvoelen)
  41. een echte Hannes (=een onhandig persoon)
  42. een hennentaster (=iemand die zich druk maakt om ongelegde eieren)
  43. een huis met zilveren pannen. (=een huis waar een hoge hypotheek op rust)
  44. een lucifer in drieën kunnen kloven (=erg zuinig zijn)
  45. een oortje gespaard is een oortje gewonnen. (=alle beetjes helpen als je spaart.)
  46. een pannetje lusten (=een borrel lusten)
  47. een potje bij hen kunnen breken (=veel getolereerd worden)
  48. een proefballonnetje oplaten (=door het doen van een uitspraak de mening van anderen peilen)
  49. een Pyrrhusoverwinning behalen (=winnen wat zoveel heeft gekost dat je de volgende ronde niet meer aan kan)
  50. een schop van een ezel kunnen verdragen (=je moet het aankunnen dat iemand zonder verstand van zaken kritiek geeft)

378 betekenissen bevatten `nn`

  1. de oude mens afleggen (=(en de nieuwe aantrekken) een nieuw leven beginnen - beterschap beloven)
  2. de kap maakt de monnik niet (=aan het uiterlijke kan men het innerlijke niet beoordelen)
  3. niet in iemands schaduw kunnen staan (=aan iemand absoluut niet kunnen tippen)
  4. iemands maat niet kunnen halen (=aan iemand niet kunnen tippen)
  5. bij iemand nog wel kunnen schoolgaan (=aan iemand nog een voorbeeld kunnen nemen)
  6. het op de klompen aanvoelen (=achterafgepraat - Dat had men kunnen weten)
  7. verandering van weide doet de koeien goed. (=afwisseling en verandering positieve effecten kunnen hebben)
  8. de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
  9. niets afslaan behalve vliegen (=alles aannemen)
  10. zo vrij als een vogeltje in de lucht (=alles kunnen doen en laten wat iemand wil)
  11. een haaienmaag hebben (=alles kunnen verorberen)
  12. iemand om zijn vinger (kunnen) winden (=alles van iemand gedaan (kunnen) krijgen of alles mogen)
  13. komt men over de hond, dan komt men over de staart (=als de grootste moeilijkheden overwonnen zijn, dan komt de rest vanzelf)
  14. de spits afbijten (=als eerste ergens aan beginnen aan iets moeilijks)
  15. wie a zegt moet ook b zeggen (=als je eenmaal ergens aan begonnen bent, moet je het ook afmaken)
  16. wie scheep is moet varen (=als je ergens aan begonnen bent moet je er mee voortdoen)
  17. wee de wolf die in een kwaad gerucht staat (=als je je goede naam verliest is die haast niet terug te winnen)
  18. een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  19. meeuwen op het land, onweer aan het strand. (=als meeuwen het binnenland intrekken omdat er slecht weer op zee is)
  20. op de kloosters reizen (=altijd bij vrienden of kennissen logeren)
  21. van wal steken (=beginnen met spreken, beginnen met een verhaal)
  22. van leer trekken (=beginnen met vechten, duidelijk laten merken dat iets als vervelend ervaren wordt)
  23. aan de slag gaan (=beginnen te werken, starten)
  24. er voor gaan (=besluiten aan een onzekere onderneming te beginnen en zich er volledig voor in te zetten)
  25. beter onbegonnen dan ongeeindigd (=beter niet beginnen als men het niet kan afwerken)
  26. geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
  27. op je laatste benen lopen (=bijna niet meer kunnen van vermoeidheid)
  28. op je zenuwen leven (=bijna overspannen geraken)
  29. goede raad is duur (=bijna te moeilijk om raad te kunnen geven)
  30. in het oog houden (=binnen het gezichtsveld houden)
  31. in het oog hebben (=binnen het gezichtsveld zijn)
  32. met opgestoken/opgestreken/opgezet zeil naar iemand toe gaan (=boos naar iemand toe gaan of boos bij iemand binnen komen)
  33. uit je dak gaan (=buiten zinnen raken)
  34. dat vlas is niet te spinnen (=daar is niets mee te beginnen)
  35. die haring braadt niet (=dat (meestal geniepige) plannetje schijnt niet te lukken)
  36. dat is lariekoek (=dat heeft iemand verzonnen)
  37. dat raakt kant noch wal (=dat is geen zinnig argument)
  38. dat is de aap gevlooid (=dat is onbegonnen werk.)
  39. dat kan Bruin(tje) niet trekken (=dat kunnen we ons niet veroorloven (afgeleid van een populaire naam voor trekpaarden))
  40. dat is het geheim van de smid. (=dat specifieke kennis die alleen vakmensen kennen)
  41. de boter alleen op zijn koek willen hebben (=de anderen niets gunnen - zelf alles willen hebben)
  42. je ei kwijt kunnen (=de gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kunnen gebruiken)
  43. de druk is van ketel (=de grootste spanning is voorbij)
  44. de draad kwijt zijn (=de loop van het verhaal niet meer kunnen volgen)
  45. de mens wikt, maar God beschikt (=de mensen maken allerlei plannen, maar het is niet aan hen of dat ook gebeurt)
  46. fris gewaagd is half gewonnen (=de moedigste heeft de meeste kansen om iets te winnen)
  47. de kaart van het land kennen (=de omstandigheden kennen)
  48. het lieve leventje gaande (=de ruzie begonnen - de poppen aan het dansen)
  49. de hel breekt los (=de ruzie is begonnen.)
  50. de poppen aan het dansen (=de ruzie of problemen kunnen beginnen)

8 dialectgezegden bevatten `nn`

  1. De poeëre niet uutgevoeng' nn hen (=Niet wijs zijn) (Veurns)
  2. eur nn astre weunt oîge (=ze heeft lange benen) (Lichtervelds)
  3. ge zoe nn oap in ze kloîtn bytn (=je zou er gek van worden) (Lichtervelds)
  4. in nn oai en ne droai (=in een handomdraai) (Lichtervelds)
  5. je klapt lik nn astre (=hij praat veel) (Lichtervelds)
  6. je zal wel ekièè nn oap schêirn (=hij zal wel eens iets voorhebben) (Lichtervelds)
  7. jis zoî dom of t gat van nn oovn (=hij is zeer dom) (Lichtervelds)
  8. jis zoî dom of tachterste van nn eezle (=hij is zeer dom) (Lichtervelds)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen