153 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `hoo`
- alle hoop de bodem in (laten) slaan (=door iets geen enkele hoop meer (laten) hebben)
- als de ene hand de andere wast worden ze beide schoon (=de taak wordt gemakkelijk als je elkaar helpt)
- als de nood het hoogste is, is de redding nabij (=in hoge nood komt er vaak plotseling een oplossing)
- bij iemand nog wel kunnen schoolgaan (=aan iemand nog een voorbeeld kunnen nemen)
- boter op je hoofd hebben (=zelf ook schuldig zijn)
- boter op je hoofd smeren en droog brood eten. (=in de war zijn.)
- boven het hoofd groeien (=onoverkomelijk worden)
- boven het hoofd hangen (=te wachten staan)
- daar kan de schoorsteen niet van roken (=dat brengt niets op / men kan niet alleen van vriendelijke woorden leven)
- daar moet de schoorsteen van roken (=dat moet de inkomsten voortbrengen. Daar moeten we van bestaan)
- de druiven hangen te hoog (=van iets dat men niet krijgen kan, zeggen dat men het niet wil)
- de duivel schijt altijd op de grootste hoop (=het ongeluk treft meestal degenen die al in moeilijkheden verkeren.)
- de ganzen geloven niet dat de kuikens hooi eten. (=zelfs bij domme mensen vinden ongerijmdheden geen geloof.)
- de handen in de schoot (=werkloos)
- de haren uit het hoofd trekken (=enorm veel spijt hebben)
- de hoofden bij elkaar steken (=overleg plegen)
- de hoofdvogel schieten (=een hoofdprijs winnen, maar vaak ironisch bedoeld. Letterlijk: de hoofdvogel is de hoofdprijs bij het vogelschieten)
- de kans schoon zien (=van de gelegenheid gebruik maken)
- de lat hoog leggen (=moeilijk haalbare doelen stellen)
- denken moet je aan een paard overlaten, dat heeft een groter hoofd (=niet te veel denken maar doen)
- denken moet je aan een paard overlaten, die hebben een groter hoofd. (=je moet niet te veel denken)
- een bek als een hooischuur hebben (=een grote mond hebben)
- een dak boven zijn hoofd hebben (=woonruimte hebben, onderdak hebben)
- een garnaal heeft ook een hoofd (=schertsend gezegd van een kind dat koppig aan zijn mening vasthoudt)
- een hard hoofd in iets hebben (=er geen oplossing in zien)
- een hoofd als een boei krijgen (=een erg rode kleur krijgen in het gezicht, erg blozen)
- een hoofd als een ijzeren pot. (=een heel goed geheugen hebben)
- een leventje als een luis op een zeer hoofd (=een heerlijk leventje)
- een mond als een hooischuur (=een grote of erg brutale mond)
- een naald in een hooiberg/hooimijt zoeken (=iets zoeken dat bijna niet te vinden is)
- een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmanschap)
- een oud voerman hoort nog graag het klappen van de zweep (=iemand die oud is vindt het fijn te praten over dingen van vroeger)
- een plaat voor je hoofd hebben (=kortzichtig zijn, niet open staan voor de omgeving)
- een speld in de hooiberg zoeken (=iets onmogelijks proberen)
- een stalen voorhoofd hebben (=onbeschaamd zijn)
- een zwaar hoofd in iets hebben (=er weinig kans in zien)
- er behoort meer tot een huishouden dan het zoutvat. (=er zijn veel bijkomende kosten)
- er een punthoofd van krijgen (=er compleet gek van worden)
- er geen hoogte van kunnen krijgen (=iets maar niet kunnen begrijpen)
- er zouden geen achterklappers zijn waren er geen aanhoorders (=er wordt alleen geroddeld als er ook naar geluisterd wordt)
- geen haar op mijn hoofd die er aan denkt (=ik wil hiermee niet akkoord gaan)
- geen hoogvlieger zijn (=weinig talent hebben)
- geen turf hoog zijn (=erg klein zijn, erg teleurgesteld zijn)
- geen zee te hoog (=niets is onmogelijk)
- gehoor weigeren (=niet ingaan op)
- gehuisd en gehoofd zijn (=gegoede burger zijn)
- goed voor de schroothoop (=totaal verloren)
- handen in de schoot geeft geen brood. (=als je niets doet verdien je ook niets)
- heden in hoogheid verheven morgen onder de aarde (=vandaag nog heel belangrijk, maar morgen misschien al dood)
- het hart hoog dragen (=erg trots zijn)
79 betekenissen bevatten `hoo`
- iemand het hof maken (=aardig tegen iemand doen in de hoop aardig gevonden te worden)
- het hart in de schoenen zinken (=alle moed en hoop verliezen om problemen op te lossen)
- overdag hebben waar men `s nachts van droomt (=alles zomaar in de schoot geworpen krijgen)
- mei koel en wak, veel koren in de zak. (=als het in mei nat en koud is wordt de opbrengst hoog)
- hoop doet leven (=als je kan hopen op betere tijden, dan krijg je toch weer levenslust / zo lang je nog hoop hebt zijn er ook nog mogelijkheden)
- de appel wegdragen/winnen (=als schoonste erkend worden)
- draaien als een molen (=altijd meegaan met de heersende mening - naar de mond van de toehoorder praten)
- vis moet (wil) zwemmen (=bij een goede maaltijd hoort een goed glas wijn (bier))
- bij kris en kras volhouden (=bij hoog en bij laag volhouden)
- bij kris en kras zweren (=bij hoog en bij laag zweren)
- dat gaapt zo wijd als een oven (=dat is hoogst onwaarschijnlijk)
- dat is een brug te ver (=dat is te hoog gegrepen)
- dat is alleen voor pater en mater en niet voor het hele convent (=dat is voor jou te hoog gegrepen)
- dat staat niet in zijn woordenboek (=dat kent hij niet, daar doet hij niet aan mee, heeft hij nog nooit van gehoord)
- mastiek maken (=de dagelijkse schoonmaak verrichten)
- die de minste tanden hebben, kauwen het meest (=de domste mensen voeren gewoonlijk het hoogste woord)
- in zijn kraag duiken (=de kraag hoog opzetten tegen de koude)
- niet door de beugel kunnen (=de norm overschrijden van wat aanvaardbaar of behoorlijk is)
- ook tussen de mooie bloemen groeien brandnetels (=de schoonheid van de omgeving biedt geen garantie voor onaangename zaken)
- Oost-Indisch doof zijn (=doen alsof er niets gehoord wordt)
- zwoerd achter je oren hebben. (=doen alsof je iets niet hoort.)
- alle hoop de bodem in (laten) slaan (=door iets geen enkele hoop meer (laten) hebben)
- het beste paard van stal vergeten. (=een belangrijk persoon over het hoofd zien)
- de hoofdvogel schieten (=een hoofdprijs winnen, maar vaak ironisch bedoeld. Letterlijk: de hoofdvogel is de hoofdprijs bij het vogelschieten)
- peper in je achterwerk hebben (=een hoog tempo hebben)
- een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmanschap)
- de slaap der rechtvaardigen slapen (=een schoon geweten hebben)
- op dood spoor zitten (=een situatie waarin er geen vooruitgang of hoop is)
- een hoge borst opzetten (=eigenwijs en hoogmoedig zijn)
- goed je mondje kunnen roeren (=er goed voor zorgen dat je mening wordt gehoord)
- er een muisje van hebben horen piepen (=er iets van gehoord hebben)
- zolang er leven is, is er hoop (=er is altijd hoop, dus geef nooit op!)
- luisteren als een vink (=erg gehoorzaam zijn)
- de klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt (=ergens over gehoord hebben, zonder er echt iets van af te weten)
- iets uit de eerste hand hebben (=ergens zelf bij zijn geweest of hebben gehoord van iemand die het zelf heeft meegemaakt)
- met de rug tegen de muur staan (=geen kant op kunnen, hooguit een laatste uitweg)
- de boventoon voeren (=het hoogste woord hebben)
- de eerste viool spelen (=het hoogste woord hebben en de baas spelen)
- de kroon spannen (=het hoogtepunt vormen)
- de breedste riemen worden uit andermans leer gesneden (=het is gemakkelijk met kwistige hand te beschikken over wat een ander toebehoort)
- struisvogelpolitiek (=het negeren of ontkennen van een probleem in de hoop dat het vanzelf verdwijnt.)
- de sigaar zijn (=het slachtoffer zijn / de doodstraf krijgen (een sigaar wordt `onthoofd` voor gebruik))
- niet op je achterhoofd gevallen zijn (=hij is behoorlijk slim; hij heeft iets wel in de gaten)
- grote vissen scheuren het net (=hooggeplaatste personen worden niet zo gemakkelijk gestraft)
- hoe hoger het hart, hoe lager de ziel (uit het Fries) (=hoogmoed is het kenmerk van een dwaas)
- doorslaan als een blinde vink (=hoogst onlogisch redeneren)
- van hoop alleen kan men niet leven. (=hoop is belangrijk maar niet voldoende om te slagen in het leven)
- hoogmoed komt voor de val (=iemand die erg trots is of hoogmoedig, krijgt gauw de bijbehorende ellende)
- als een vis op het droge (=iemand die zijn draai niet kan vinden of daar niet thuis hoort)
- iemand de handen zalven (=iemand een geschenk geven in de hoop een gunst te bekomen)
13 dialectgezegden bevatten `hoo`
- haat ze bakkës tau, ei ich hèt tau hoo (=hou je mond, of moet ik hem dichtslaan) (Munsterbilzen - Minsters)
- hoo aof (=trap 't hem af) (Munsterbilzen - Minsters)
- hoo de aure mèr aof (=neem de tas vast met de oren!) (Munsterbilzen - Minsters)
- hoo doo'k d'r noo met? (=Wat moet ik nu doen?) (Aaltens)
- hoo esdana muigelaaik (=Hoe is dat nu mogelijk) (Dilbeeks)
- hoo geet ut ow? (=Hoe gaat het met je?) (Aaltens)
- hoo geet ut? Oh, geet wa. (=Hoe gaat het? Niet zo goed.) (Aaltens)
- hoo hej' t d' r met (=hoe gaat het met u) (Twents)
- hoo mich daud (=ik zweer het) (Munsterbilzen - Minsters)
- hoo mo'w d'r noo met an? (=Wat moeten we nu doen?) (Aaltens)
- hoo mo’k d’r noo met an? (=Wat moet ik nou doen?) (Aaltens)
- hoo older, hoo gekker. hoo jonger, hoo lekker. (=Hoe ouder, hoe gekker. Hoe jonger, hoe lekker.) (Aaltens)
- seffës hoo ich tich ës deftëg op zërn pens (=seffens krijg je een goed rammeling) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen