Spreekwoorden met `hoo`

Zoek


153 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `hoo`

  1. alle hoop de bodem in (laten) slaan (=door iets geen enkele hoop meer (laten) hebben)
  2. als de ene hand de andere wast worden ze beide schoon (=de taak wordt gemakkelijk als je elkaar helpt)
  3. als de nood het hoogste is, is de redding nabij (=in hoge nood komt er vaak plotseling een oplossing)
  4. bij iemand nog wel kunnen schoolgaan (=aan iemand nog een voorbeeld kunnen nemen)
  5. boter op je hoofd hebben (=zelf ook schuldig zijn)
  6. boter op je hoofd smeren en droog brood eten. (=in de war zijn.)
  7. boven het hoofd groeien (=onoverkomelijk worden)
  8. boven het hoofd hangen (=te wachten staan)
  9. daar kan de schoorsteen niet van roken (=dat brengt niets op / men kan niet alleen van vriendelijke woorden leven)
  10. daar moet de schoorsteen van roken (=dat moet de inkomsten voortbrengen. Daar moeten we van bestaan)
  11. de druiven hangen te hoog (=van iets dat men niet krijgen kan, zeggen dat men het niet wil)
  12. de duivel schijt altijd op de grootste hoop (=het ongeluk treft meestal degenen die al in moeilijkheden verkeren.)
  13. de ganzen geloven niet dat de kuikens hooi eten. (=zelfs bij domme mensen vinden ongerijmdheden geen geloof.)
  14. de handen in de schoot (=werkloos)
  15. de haren uit het hoofd trekken (=enorm veel spijt hebben)
  16. de hoofden bij elkaar steken (=overleg plegen)
  17. de hoofdvogel schieten (=een hoofdprijs winnen, maar vaak ironisch bedoeld. Letterlijk: de hoofdvogel is de hoofdprijs bij het vogelschieten)
  18. de kans schoon zien (=van de gelegenheid gebruik maken)
  19. de lat hoog leggen (=moeilijk haalbare doelen stellen)
  20. denken moet je aan een paard overlaten, dat heeft een groter hoofd (=niet te veel denken maar doen)
  21. denken moet je aan een paard overlaten, die hebben een groter hoofd. (=je moet niet te veel denken)
  22. een bek als een hooischuur hebben (=een grote mond hebben)
  23. een dak boven zijn hoofd hebben (=woonruimte hebben, onderdak hebben)
  24. een garnaal heeft ook een hoofd (=schertsend gezegd van een kind dat koppig aan zijn mening vasthoudt)
  25. een hard hoofd in iets hebben (=er geen oplossing in zien)
  26. een hoofd als een boei krijgen (=een erg rode kleur krijgen in het gezicht, erg blozen)
  27. een hoofd als een ijzeren pot. (=een heel goed geheugen hebben)
  28. een leventje als een luis op een zeer hoofd (=een heerlijk leventje)
  29. een mond als een hooischuur (=een grote of erg brutale mond)
  30. een naald in een hooiberg/hooimijt zoeken (=iets zoeken dat bijna niet te vinden is)
  31. een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmanschap)
  32. een oud voerman hoort nog graag het klappen van de zweep (=iemand die oud is vindt het fijn te praten over dingen van vroeger)
  33. een plaat voor je hoofd hebben (=kortzichtig zijn, niet open staan voor de omgeving)
  34. een speld in de hooiberg zoeken (=iets onmogelijks proberen)
  35. een stalen voorhoofd hebben (=onbeschaamd zijn)
  36. een zwaar hoofd in iets hebben (=er weinig kans in zien)
  37. er behoort meer tot een huishouden dan het zoutvat. (=er zijn veel bijkomende kosten)
  38. er een punthoofd van krijgen (=er compleet gek van worden)
  39. er geen hoogte van kunnen krijgen (=iets maar niet kunnen begrijpen)
  40. er zouden geen achterklappers zijn waren er geen aanhoorders (=er wordt alleen geroddeld als er ook naar geluisterd wordt)
  41. geen haar op mijn hoofd die er aan denkt (=ik wil hiermee niet akkoord gaan)
  42. geen hoogvlieger zijn (=weinig talent hebben)
  43. geen turf hoog zijn (=erg klein zijn, erg teleurgesteld zijn)
  44. geen zee te hoog (=niets is onmogelijk)
  45. gehoor weigeren (=niet ingaan op)
  46. gehuisd en gehoofd zijn (=gegoede burger zijn)
  47. goed voor de schroothoop (=totaal verloren)
  48. handen in de schoot geeft geen brood. (=als je niets doet verdien je ook niets)
  49. heden in hoogheid verheven morgen onder de aarde (=vandaag nog heel belangrijk, maar morgen misschien al dood)
  50. het hart hoog dragen (=erg trots zijn)

79 betekenissen bevatten `hoo`

  1. iemand het hof maken (=aardig tegen iemand doen in de hoop aardig gevonden te worden)
  2. het hart in de schoenen zinken (=alle moed en hoop verliezen om problemen op te lossen)
  3. overdag hebben waar men `s nachts van droomt (=alles zomaar in de schoot geworpen krijgen)
  4. mei koel en wak, veel koren in de zak. (=als het in mei nat en koud is wordt de opbrengst hoog)
  5. hoop doet leven (=als je kan hopen op betere tijden, dan krijg je toch weer levenslust / zo lang je nog hoop hebt zijn er ook nog mogelijkheden)
  6. de appel wegdragen/winnen (=als schoonste erkend worden)
  7. draaien als een molen (=altijd meegaan met de heersende mening - naar de mond van de toehoorder praten)
  8. vis moet (wil) zwemmen (=bij een goede maaltijd hoort een goed glas wijn (bier))
  9. bij kris en kras volhouden (=bij hoog en bij laag volhouden)
  10. bij kris en kras zweren (=bij hoog en bij laag zweren)
  11. dat gaapt zo wijd als een oven (=dat is hoogst onwaarschijnlijk)
  12. dat is een brug te ver (=dat is te hoog gegrepen)
  13. dat is alleen voor pater en mater en niet voor het hele convent (=dat is voor jou te hoog gegrepen)
  14. dat staat niet in zijn woordenboek (=dat kent hij niet, daar doet hij niet aan mee, heeft hij nog nooit van gehoord)
  15. mastiek maken (=de dagelijkse schoonmaak verrichten)
  16. die de minste tanden hebben, kauwen het meest (=de domste mensen voeren gewoonlijk het hoogste woord)
  17. in zijn kraag duiken (=de kraag hoog opzetten tegen de koude)
  18. niet door de beugel kunnen (=de norm overschrijden van wat aanvaardbaar of behoorlijk is)
  19. ook tussen de mooie bloemen groeien brandnetels (=de schoonheid van de omgeving biedt geen garantie voor onaangename zaken)
  20. Oost-Indisch doof zijn (=doen alsof er niets gehoord wordt)
  21. zwoerd achter je oren hebben. (=doen alsof je iets niet hoort.)
  22. alle hoop de bodem in (laten) slaan (=door iets geen enkele hoop meer (laten) hebben)
  23. het beste paard van stal vergeten. (=een belangrijk persoon over het hoofd zien)
  24. de hoofdvogel schieten (=een hoofdprijs winnen, maar vaak ironisch bedoeld. Letterlijk: de hoofdvogel is de hoofdprijs bij het vogelschieten)
  25. peper in je achterwerk hebben (=een hoog tempo hebben)
  26. een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmanschap)
  27. de slaap der rechtvaardigen slapen (=een schoon geweten hebben)
  28. op dood spoor zitten (=een situatie waarin er geen vooruitgang of hoop is)
  29. een hoge borst opzetten (=eigenwijs en hoogmoedig zijn)
  30. goed je mondje kunnen roeren (=er goed voor zorgen dat je mening wordt gehoord)
  31. er een muisje van hebben horen piepen (=er iets van gehoord hebben)
  32. zolang er leven is, is er hoop (=er is altijd hoop, dus geef nooit op!)
  33. luisteren als een vink (=erg gehoorzaam zijn)
  34. de klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt (=ergens over gehoord hebben, zonder er echt iets van af te weten)
  35. iets uit de eerste hand hebben (=ergens zelf bij zijn geweest of hebben gehoord van iemand die het zelf heeft meegemaakt)
  36. met de rug tegen de muur staan (=geen kant op kunnen, hooguit een laatste uitweg)
  37. de boventoon voeren (=het hoogste woord hebben)
  38. de eerste viool spelen (=het hoogste woord hebben en de baas spelen)
  39. de kroon spannen (=het hoogtepunt vormen)
  40. de breedste riemen worden uit andermans leer gesneden (=het is gemakkelijk met kwistige hand te beschikken over wat een ander toebehoort)
  41. struisvogelpolitiek (=het negeren of ontkennen van een probleem in de hoop dat het vanzelf verdwijnt.)
  42. de sigaar zijn (=het slachtoffer zijn / de doodstraf krijgen (een sigaar wordt `onthoofd` voor gebruik))
  43. niet op je achterhoofd gevallen zijn (=hij is behoorlijk slim; hij heeft iets wel in de gaten)
  44. grote vissen scheuren het net (=hooggeplaatste personen worden niet zo gemakkelijk gestraft)
  45. hoe hoger het hart, hoe lager de ziel (uit het Fries) (=hoogmoed is het kenmerk van een dwaas)
  46. doorslaan als een blinde vink (=hoogst onlogisch redeneren)
  47. van hoop alleen kan men niet leven. (=hoop is belangrijk maar niet voldoende om te slagen in het leven)
  48. hoogmoed komt voor de val (=iemand die erg trots is of hoogmoedig, krijgt gauw de bijbehorende ellende)
  49. als een vis op het droge (=iemand die zijn draai niet kan vinden of daar niet thuis hoort)
  50. iemand de handen zalven (=iemand een geschenk geven in de hoop een gunst te bekomen)

13 dialectgezegden bevatten `hoo`

  1. haat ze bakkës tau, ei ich hèt tau hoo (=hou je mond, of moet ik hem dichtslaan) (Munsterbilzen - Minsters)
  2. hoo aof (=trap 't hem af) (Munsterbilzen - Minsters)
  3. hoo de aure mèr aof (=neem de tas vast met de oren!) (Munsterbilzen - Minsters)
  4. hoo doo'k d'r noo met? (=Wat moet ik nu doen?) (Aaltens)
  5. hoo esdana muigelaaik (=Hoe is dat nu mogelijk) (Dilbeeks)
  6. hoo geet ut ow? (=Hoe gaat het met je?) (Aaltens)
  7. hoo geet ut? Oh, geet wa. (=Hoe gaat het? Niet zo goed.) (Aaltens)
  8. hoo hej' t d' r met (=hoe gaat het met u) (Twents)
  9. hoo mich daud (=ik zweer het) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. hoo mo'w d'r noo met an? (=Wat moeten we nu doen?) (Aaltens)
  11. hoo mo’k d’r noo met an? (=Wat moet ik nou doen?) (Aaltens)
  12. hoo older, hoo gekker. hoo jonger, hoo lekker. (=Hoe ouder, hoe gekker. Hoe jonger, hoe lekker.) (Aaltens)
  13. seffës hoo ich tich ës deftëg op zërn pens (=seffens krijg je een goed rammeling) (Munsterbilzen - Minsters)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen