52 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `OC`
- ad hOC negotium (=tot deze zaak behorend) (Latijn)
- advOCaat van de duivel spelen (=een mening geven waar je het zelf niet mee eens bent, maar die je geeft om reacties uit te lokken)
- advOCaat van kwade zaken (=wie slechte zaken verdedigt)
- boe nOCh bah zeggen (=niets zeggen)
- daar is kop nOCh staart aan te vinden (=daar geraak je niet uit wijs)
- dat raakt kant nOCh wal (=dat is geen zinnig argument)
- de aftOCht blazen (=vertrekken als de situatie bedreigend of te moeilijk wordt)
- de bOCht achter/onder de arm houden (=extra voorzichtig zijn, iets nog niet garanderen. (een bocht houden in het touw dat je laat vieren))
- de OChtendstond/morgenstond heeft goud in de mond (=door vroeg te beginnen kan men meer werk verrichten)
- door de bOCht gaan (=toegeven)
- een bOCht nemen (=van gedachten veranderen)
- er aan bekOCht zijn (=een slechte koop doen)
- er heet nOCh koud van worden (=zich nergens iets van aantrekken)
- er heg nOCh steg weten (=ergens de weg niet kennen)
- er is geen chOCola van te maken (=het is niet te begrijpen)
- er is met hem te eggen nOCh te ploegen (=er is met hem niets aan te vangen)
- er is reuk nOCh smaak aan (=het is weinig waard, het is niet interessant)
- er part nOCh deel aan hebben (=er niets van weten of niet aan deelgenomen hebben)
- god nOCh gebod vrezen (=zich nergens iets van aantrekken - een misdadig leven leiden)
- heg nOCh steg weten (=ergens de omgeving totaal niet kennen)
- het kind moet (tOCh) een naam hebben (=passend of niet, je moet het kunnen noemen)
- het zwaard van DamOCles (=iets wat snel of ieder moment kan gebeuren)
- hOC anno (=in dit jaar) (Latijn)
- hOC est (=dat is) (Latijn)
- hOC lOCo (=op deze plaats) (Latijn)
- iets op een prOCrustesbed leggen (=een regeling zo toepassen dat hij er voordeel van heeft)
- in vOCe (=op dat woord) (Latijn)
- je in allerlei bOChten wringen (=er op alle mogelijke wijzen proberen onderuit te geraken)
- kant nOCh wal raken (=totale onzin zijn)
- kind nOCh kraai hebben (=geen nazaten of andere familieleden hebben, alleen rekening moeten houden met zichzelf)
- klagers hebben geen nood en pOChers hebben geen brood (=zowel klagers als pochers kunnen de zaken nogal eens overdrijven)
- kort door de bOCht (=voorbarig, nuanceringen negerend. Voorbeeld: `De bewering dat fractiediscipline de democratie om zeep helpt is misschien wat te kort door de bocht.`)
- kruis nOCh munt hebben (=geen geld hebben)
- kruit nOCh lood hebben (=helemaal ongewapend zijn)
- lOCo citato (=op de aangehaalde plaats) (Latijn)
- men poot de aardappelen wanneer men wil, ze komen tOCh niet in april (=boerenregel. Aardappelen komen pas in mei uit)
- mossel nOCh vis (=noch het een noch het ander - goed noch slecht)
- op het prOCrustesbed leggen (=grofweg inkorten)
- rust nOCh duur hebben (=erg onrustig zijn)
- sap nOCh kracht hebben (=totaal geen waarde hebben)
- sine lOCo et anno (=zonder opgave van plaats en jaartal) (Latijn)
- slot nOCh zin (=geen touw aan vast te knopen)
- taal nOCh teken van iemand vernemen (=niets van iemand horen/zien)
- van god nOCh zijn gebod weten (=slechte dingen durven doen)
- van pomp nOCh pompstang weten (=erg dom zijn, weinig weten)
- van tijd nOCh uur weten (=hoegenaamd niet weten hoe laat het is - altijd te laat komen)
- van toeten nOCh blazen weten (=van iets geen verstand hebben)
- vis nOCh vlees (=het is niet bruikbaar, omdat het niet duidelijk is)
- vlees nOCh vis (=het is niet bruikbaar, omdat het niet duidelijk is)
- weten van kikken nOCh mikken (=nergens van weten)
40 betekenissen bevatten `OC`
- hoop doet leven (=als je kan hopen op betere tijden, dan krijg je tOCh weer levenslust / zo lang je nog hoop hebt zijn er ook nog mogelijkheden)
- een lijntje trekken (=cOCaïne snuiven)
- morgen brengen (=dat geloof je tOCh zelf niet! dat doe ik beslist niet!)
- dat sluit als een haspel in een zak (=dat raakt kant nOCh wal)
- het bloed kruipt waar het niet gaan kan (=de aard verloOChent zich nooit)
- het verloren schaap (zijn) (=de gezOChte (zijn))
- alle zeilen bijzetten (=de uiterste best doen om iets tOCh te bereiken)
- het krieken van de dag/dageraad (=de vroege OChtend)
- wie schrijft, die blijft. (=dOCumenteer alles goed voor je eigen bestwil)
- een straatje zonder eind (=een eindeloos prOCes, iets wat nooit ophoudt)
- belofte is een hemd der dwazen (=een nietszeggende belofte kan tOCh tijdelijk gelukkig maken)
- een pilaarbijter (=een zeer schijnheilig / hypOCriet persoon)
- door de molen halen (=een zeer uitgebreide prOCedure doen ondergaan)
- ergens een potje te vuur hebben staan (=ergens nOCh wat zeer ongunstigs te verwachten hebben)
- de bocht achter/onder de arm houden (=extra voorzichtig zijn, iets nog niet garanderen. (een bOCht houden in het touw dat je laat vieren))
- het is volle bak (=het is helemaal uitverkOCht; er zijn heel veel mensen)
- haring of kuit ergens van willen hebben (=hij wil iets zeker weten of uitgezOCht zien)
- dat is koren op zijn molen (=hij zal dat meteen gebruiken als argument voor wat hij tOCh al wilde)
- een schurftig paard vreest de roskam (=iemand die aan iets schuldig is, heeft liever niet dat datgeen onderzOCht wordt)
- gekke Henkie (=iemand die niets in de gaten heeft (bv. `Je denkt tOCh niet dat ik gekke Henkie ben ?`))
- er je eigen plasje overheen doen (=iets een beetje veranderen zodat helemaal naar je zin is. In werksituaties kan dit soms uit de hand lopen, als er veel belanghebbers zijn die allemaal hun eigen plasje over een dOCument willen doen. Het kan dan resulteren in een onleesbare tekst.)
- uitstel van executie (=iets onaangenaams wordt tijdelijk uitgesteld Later gaat dit tOCh nog gebeuren)
- iets achter de hand hebben (=iets ter beschikking hebben voor wanneer het nodig mOCht zijn (bv nood))
- het zwart op wit hebben (=in geschreven of gedrukte vorm. GedOCumenteerd)
- een goeie vis moet drie keer zwemmen (=in het water, in de boter of kookvOCht en in de wijn)
- krakende wagens lopen/rijden het langst (=nieuw hoeft niet altijd beter te zijn / mensen die vaak ziek zijn worden vaak tOCh heel oud)
- mossel noch vis (=nOCh het een nOCh het ander - goed nOCh slecht)
- eraan moeten geloven (=of iemand wil of niet, het moet tOCh gebeuren)
- tegen de verdrukking in groeien (=ondanks zware omstandigheden tOCh vooruit komen)
- onder de hamer komen (=op een veiling verkOCht worden)
- een kat komt altijd weer op zijn poten terecht. (=uiteindelijk komt het tOCh weer in orde.)
- spijkers op laag water zoeken (=uitermate achterdOChtig zijn, onprettige opmerkingen maken over onbelangrijke zaken)
- kort door de bocht (=voorbarig, nuanceringen negerend. Voorbeeld: `De bewering dat fractiediscipline de demOCratie om zeep helpt is misschien wat te kort door de bOCht.`)
- niets dan lege briefjes hebben in te brengen (=voorstellen waarvan je vooraf al weet dat deze tOCh niet bekeken worden)
- wie voor het oortje geboren is, zal tot de stuiver niet geraken (=wie in een lage sOCiale klasse geboren is, zal niet in een hogere sOCiale klasse terechtkomen)
- de kleintjes vallen niet groot (=wordt gezegd als eerder kleine vruchten verkOCht worden)
- wat van apen komt wil luizen (wat van katten komt wil muizen) (=zijn afkomst kan men niet verloOChenen)
- geen geld, geen Zwitsers (=zonder geld krijg je hulp nOCh koopwaar of er is altijd wel geld nodig om iets gedaan te krijgen)
- boerenverstand (=zonder scholing tOCh slim zijn)
- klagers hebben geen nood en pochers hebben geen brood (=zowel klagers als pOChers kunnen de zaken nogal eens overdrijven)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen