115 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `IC`
- aan het lICht brengen (=bekend maken (bijz. van ongunstige dingen))
- aan het lICht komen (=bekend worden van ongunstige dingen)
- adel verplICht (=wie in aanzien bij het volk staat, moet ook aan de verwachtingen van het volk voldoen)
- als de kat zICh wast, komt er gewis een gast (=als de kat zich wast komt er visite.)
- als niet komt tot iet kent iet zIChzelf niet (=een `parvenu` heeft dikwijls kapsones)
- bang zijn zICh aan koud water te branden (=erg voorzichtig zijn)
- beminnen als het lICht van zijn ogen (=erg graag zien)
- corpus delICti (=het voorwerp van de misdaad) (Latijn)
- dát doet de deur dICht (=dat wordt niet geaccepteerd)
- de barrICades opgaan (=actie voeren om iets voor elkaar te krijgen of juist tegen te houden)
- de deksel van de pot aflIChten. (=bekendmaken wat voorheen verborgen was)
- de grond onder zICh voelen wegzinken (=beschaamd zijn , geen oplossing meer zien)
- de hand aan zIChzelf slaan (=zelfmoord plegen)
- de hand met iets lIChten (=niet scherp opletten, het niet te streng nemen)
- de handen dICht mogen knijpen (=van geluk mogen spreken)
- de hielen lIChten (=weggaan)
- de kraan dIChtdraaien (=de (financiële) hulp sterk verminderen of stopzetten)
- de lade lIChten (=geld uit de lade halen)
- de muts zICh verkeerd staan (=een slecht humeur hebben)
- de Paus van dIChtbij zien. (=dronken zijn)
- de rubICon overtrekken (=de beslissende stap ondernemen)
- de schepen achter zICh verbranden (=een beslissing nemen en niet meer terug kunnen)
- de tijd aan zICh hebben (=weinig of niets te doen hebben)
- een beentje lIChten (=doen struikelen (letterlijk of figuurlijk))
- een ezel stoot zICh geen tweemaal aan dezelfde steen (=men maakt geen twee keer dezelfde fout)
- een gezICht als een oorwurm trekken (=erg ontevreden kijken (omdat er bijv. iets gedaan moet worden))
- een gezICht van ouwe lappen (=een huilerig of lelijk gezicht)
- een grote lantaarn, een klein lICht (=veel praat, maar weinig verstand)
- een lang gezICht trekken/zetten (=laten merken dat men niet tevreden is)
- een lIChtje opgaan bij iemand (=iets wordt duidelijk en helder)
- een oogje dIChtdrukken/toeknijpen/luiken (=niet optreden tegen iets wat eigenlijk niet mag. Iets gedogen)
- een oude rat vindt lICht een gat. (=ervaren mensen weten vaak een oplossing te vinden)
- een oude vogel is niet lICht te vangen. (=ervaren mensen laten zich niet makkelijk foppen.)
- een tipje van de sluier oplIChten (=een klein stukje van het onbekende onthullen)
- een vette gans bedruipt zIChzelf (=een rijk iemand kan zichzelf redden)
- een vos is niet lICht met één strik te vangen. (=slimme mensen laten zich niet makkelijk foppen.)
- een vriendelijk gezICht brengt overal lICht (=een vrolijk persoon weet vaak meer te bereiken dan een nors persoon)
- ex offICio (=ambtshalve) (Latijn)
- geen berICht is goed berICht (=als je niet weet hoe het met iets of iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt)
- geen groot lICht zijn (=niet al te slim zijn)
- geen lICht zonder schaduw (=tussen al het goeie zit altijd ook wel iets minder goeds)
- gewICht hechten aan (=belang hechten aan)
- gewICht in de schaal leggen (=een wezenlijk deel bijdragen)
- gewogen en te lICht bevonden (=na onderzoek afgekeurd zijn)
- goede waar prijst zIChzelf (=goed materiaal moet niet aangeprezen worden)
- het anker lIChten (=ergens vertrekken, weggaan en verder reizen)
- het daglICht niet kunnen verdragen/zien (=iets wordt stiekem of oneerlijk gedaan)
- het is lICht dansen op andermans vloer. (=geld van anderen uitgeven is makkelijk.)
- het kwaad straft zIChzelf (=wie kwaad doet, kwaad ontmoet)
- het levenslICht aanschouwen/zien (=geboren worden)
356 betekenissen bevatten `IC`
- het zwaard aangorden (=(zICh klaarmaken om) de strijd aan (te) binden)
- wat de heren wijzen moeten de gekken prijzen (=aan beslissingen van het hoger gezag moet men zICh onderwerpen)
- plat op de buik gaan (=aan iemand toegeven, zICh overleveren)
- de lijdensbeker tot de bodem ledigen (=al het slechte, tot het laatste toe, over zICh heen krijgen)
- op je hoede zijn (=alert en voorzIChtig zijn.)
- kromme sprongen maken (=alle moeite doen om zICh uit een situatie te redden)
- je ogen de kost geven (=alles goed in zICh opnemen)
- de volle laag krijgen (=alles over zICh heen krijgen)
- als de kat zich wast, komt er gewis een gast (=als de kat zICh wast komt er visite.)
- de ratten verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zIChzelf en vertrekken)
- eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zICh misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
- als het hek van de dam is lopen de varkens in het koren (=als er geen toezICht is springen kinderen of ondergeschikten uit de band)
- als de kat van honk is dansen de muizen op tafel (=als er geen toezICht is, doen de ondergeschikten hun zin)
- een pakje wordt een zakje. (=als je een probleem niet aanpakt kan het zICh uitbreiden en erger worden.)
- wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrIChten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
- van uitstel komt afstel (=als je iets niet meteen doet, loop je het risICo dat het nooit meer gebeurt)
- geen bericht is goed bericht (=als je niet weet hoe het met iets of iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht berICht ontvangt)
- een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zICh vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
- de kruik gaat zo lang te water tot ze barst/breekt (=als men steeds risICo`s blijft nemen, gaat het een keer mis)
- wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zICh rIChten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zICh datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
- haar wil is wet (=als wat zij wil niet gebeurt, dan ontstaan er grote conflICten)
- de paal door de oven steken (=bankroet gaan, zICh te gronde rIChten)
- de toon aangeven (=bepalen welke rIChting het op gaat)
- er voor gaan (=besluiten aan een onzekere onderneming te beginnen en zICh er volledig voor in te zetten)
- geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellICht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
- in het oog houden (=binnen het gezIChtsveld houden)
- in het oog hebben (=binnen het gezIChtsveld zijn)
- als een olifant in de porseleinkast (=buitengewoon onvoorzIChtig of tactloos)
- ik kijk wel uit (=dat doe ik niet, daar ben ik te voorzIChtig voor)
- na mij de zondvloed (=dat is een probleem dat zICh pas voordoet als ik er niet meer ben - het zal mijn tijd wel duren)
- dat spreekt boekdelen (=dat is overduidelijk, bijv. `zijn gezICht spreekt boekdelen`)
- het bloed kruipt waar het niet gaan kan (=de aard verloochent zICh nooit)
- aan de rand van het ravijn bloeien de mooiste bloemen (=de beste resultaten dragen tegelijkertijd de grootste risICo`s)
- mastiek maken (=de dagelijkse schoonmaak verrIChten)
- in de tredmolen lopen (=de dagelijkse sleur volgen - zICh onderwerpen)
- het waren allebeiden vuilaards. (=de een verwijt de ander iets waaraan hij zICh)
- het bloed spreekt (=de familieband doet zICh opmerken)
- je ei kwijt kunnen (=de gelegenheid hebben zICh te uiten; of, zijn creativiteit kunnen gebruiken)
- het koren van de molen zenden (=de klanten wegjagen - zIChzelf benadelen)
- de krenten uit de pap halen (=de meest aantrekkelijke gedeelten voor zIChzelf bestemmen, bijvoorbeeld de meest interessante taken uit een omvangrijk werk)
- met de helm (op) geboren zijn (=de toekomst kunnen voorspellen / bijzonder voorzIChtig zijn)
- het moeras insturen (=de verkeerde rIChting op sturen)
- olie drijft boven (=de waarheid komt aan het lICht)
- de raven zullen het uitbrengen (=de waarheid komt hoe dan ook aan het lICht)
- de kraaien zullen het uitbrengen (=de waarheid zal aan het lICht komen)
- als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men spreekt, laat zICh dikwijls op dat moment zien)
- denken met kousen en schoenen in de hemel te komen (=denken dat men zICh niet moet inspannen)
- onder de wal zijn (=dICht bij de wal zijn)
- op een kluitje (=dICht bij elkaar)
- schijn bedriegt (=dingen zijn niet altijd zoals ze zICh voordoen)
2 dialectgezegden bevatten `IC`
- IC hëb zau get waaj ë wild verkë èn mICh zitte, mèr ICh loêt ëm nie ielke daog aut (=ik heb een wild varken in me zitten, maar hij mag niet iedere dag los) (Munsterbilzen - Minsters)
- IC zoo dICh zau op zën blaute kont wille poenne (=hartelijk bedankt !) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen