53 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ring`1) (haring) bij de vleet (=in overvloed. (Een 'vleet' is een groot net dat door de haringloggers werd/wordt gebruikt.)) 2) al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding. (=wie zich mooi aankleedt wordt daarmee zelf nog niet mooi.) 3) alle springveren laten werken (=alle middelen aanwenden) 4) als haringen in een ton zitten (=zich erg dicht op elkaar bevinden) 5) bij schering en inslag gebeuren (=erg vaak gebeuren) 6) daar wringt de schoen (=weten waar het probleem zit) 7) dat is schering en inslag. (=dat komt bijzonder vaak voor [onderdelen van een weefgetouw].) 8) de dans ontspringen (=niet in het onheil betrokken worden) 9) de drager kan het beste zeggen waar de schoen wringt. (=degene die een probleem heeft, kan de kern van dit probleem vaak het scherpste benoemen.) 10) de ring van gyges hebben (=zich onzichtbaar kunnen maken) 11) de spiering doet de kabeljauw afslaan (=veel slechte waar op de markt doet de prijzen van de goede waar dalen) 12) de tering naar de nering zetten (=leven met de middelen die men heeft) 13) de uitzondering bevestigt de regel (=overal zijn er uitzonderingen.) 14) de vrucht der ervaring rijpt niet aan jonge takken. (=de verstandigste opmerkingen komen van oudere mensen.) 15) die haring braadt niet. (=dat (meestal geniepige) plannetje schijnt niet te lukken.) 16) door een ringetje halen (kunnen) (=er goed verzorgd uit zien) 17) door merg en been dringen/snijden (=buitengewoon kwetsend of doordringend zijn) 18) een Babylonische spraakverwarring (=door elkaar spreken zonder naar elkaar te luisteren en elkaar niet verstaan) 19) een gat in de lucht springen. (=ongeremd enthousiast zijn.) 20) een jatmous van een wijf, maakt de nering stroef en stijf (=het brengt ongeluk als je eerste klant een vrouw is.) 21) een spiering is vis als er anders niet is. (=als je honger hebt, ben je niet kieskeurig.) 22) een spiering uitwerpen om een kabeljauw te vangen (=iets kleins aan een ander geven met de gedachte zelf iets groots terug te krijgen) 23) elk is een dief in zijn nering (=ieder zoekt zijn voordeel) 24) er haring of kuit van willen hebben (=er het fijne van willen weten) 25) er uitzien als door een ringetje gehaald (=er keurig uitzien) 26) er uitzien alsof men door een ringetje gehaald was (=er keurig uitzien) 27) er uitzien om door een ringetje te halen (=er keurig uitzien) 28) ergens haring of kuit van willen hebben (=ergens precies alles van willen weten hoe het in elkaar steekt) 29) ervaring is de beste leermeester. (=van datgene dat je zelf hebt meegemaakt leer je het meeste) 30) huizen hoog springen (=erg gelukkig zijn) 31) ieder is een dief in zijn nering (=ieder zoekt zijn voordeel) 32) ik mag de tering krijgen (=er zeker in zijn.) 33) in de bres springen (=ter hulp schieten) 34) in het oog springen/vallen (=de aandacht trekken) 35) in verzekerde bewaring nemen (=opsluiten (in gevangenis)) 36) leringen wekken maar voorbeelden trekken (=je kan mensen iets willen leren , maar geef vooral het goede voorbeeld) 37) men moet niet verder springen dan zijn stok lang is (=men moet niet meer willen doen dan men aankan) 38) met iemand in aanvaring komen. (=ruzie of problemen met iemand krijgen.) 39) niet verder springen dan je pols lang is (=niet verder gaan dan mogelijk is) 40) niet verder springen dan zijn stok lang is (=niet meer doen dan hetgeen men aankan) 41) om door een ringetje te halen (=er keurig uitziend) 42) redenering van jan kalebas (=dwaze onlogische redenering) 43) uit de band springen (=uitbundig plezier maken, zonder rekening te houden met de regels van orde en fatsoen.) 44) uit zijn vel springen (=zeer kwaad zijn) 45) van de hak op de tak springen (=steeds weer van onderwerp wisselen en geen duidelijke rode draad in een verhaal hebben) 46) van de os op de ezel springen (=steeds van onderwerp veranderen) 47) verandering van spijs doet eten. (=eens iets anders te doen doet de mens goed) 48) verder springen dan zijn stok lang is (=meer willen doen dan men aankan) 49) voor iemand in de bres springen (=iemand helpen) 50) waar de schoen wringt (=waar iemand hinder van ondervindt.) 44 betekenissen bevatten `ring`1) een groentje zijn (=(ook: Groen als gras zijn. ) Ergens nog geen ervaring mee hebben) 2) iemand scheef aankijken (=aan iemand zijn afkeuring laten blijken) 3) boter bij de vis (=betaling bij de levering) 4) door merg en been dringen/snijden (=buitengewoon kwetsend of doordringend zijn) 5) dat gaat je niet in de kouwe kleren zitten. (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring).) 6) dat is lood om oud ijzer. (=dat komt op hetzelfde neer; dat brengt geen werkelijke verbetering) 7) het sluit als een bus (=de beredenering klopt) 8) op til zijn (=digen zijn op dit moment gaande (met name veranderingen)) 9) recht praten wat krom is. (=door een ingewikkelde, onjuiste redenering een onzuivere situatie, daad of besluit trachten van een rechtvaardiging te voorzien.) 10) tijd heelt alle wonden. (=door het verloop van tijd worden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg) 11) tijd slijt. (=door het verloop van tijd worden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg) 12) als de wijn is in de man, is de wijsheid in de kan. (=drank verdringt gezond verstand.) 13) redenering van jan kalebas (=dwaze onlogische redenering) 14) iets aan het handje hebben (=een beetje verkering hebben) 15) brandende kwestie (=een dringende, actuele zaak) 16) een klein lek doet een groot schip zinken. (=een geringe onachtzaamheid kan tot grote schade leiden.) 17) over een andere boeg gooien. (=een heel andere benadering gaan proberen om iets te trachten te bereiken.) 18) een harde knoest heeft een scherpe bijl nodig (=een slechte gewoonte is moeilijk te verdringen) 19) ergens zijn hoed voor afnemen (=er voor in bewondering staan) 20) iets in de vingers hebben (=ergens ervaring en deskundigheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zich hiermee bezig kan houden.) 21) altijd de oude knecht blijven (=geen vorderingen maken (ook geen achteruitgang)) 22) zijn zegel aan iets hechten (=goedkeuring of toestemming ergens aan geven) 23) het gaat van sassenbloed (=het gaat met grote opofferingen gepaard) 24) de vis wordt duur betaald. (=het vergt veel opoffering ( je moet er wat voor over hebben) om te krijgen wat je wilt.) 25) (haring) bij de vleet (=in overvloed. (Een 'vleet' is een groot net dat door de haringloggers werd/wordt gebruikt.)) 26) van Lillo komen. (=je dom houden. Volgens de overlevering vindt dit gezegde zijn oorsprong in het (ontkennende) gedrag van de inwoners van Fort Lillo na een aan hen toegeschreven roofoverval op een boerderij te Waarde in 1579.) 27) je mening niet onder stoelen of banken steken. (=je mening niet verbergen, openlijk voor je mening en standpunten uit durven komen, bij voorbeeld van afkeuring van iets.) 28) wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd. (=je moet waardering hebben voor het geringe.) 29) goed beslagen (=met de nodige kennis en ervaring) 30) overstag gaan (=na aandringen/lang er mee wachten toegeven) 31) nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten. (=nieuwe medewerkers (of: nieuwe leiders) pakken de zaken grondig aan, maar oude medewerkers (of: oude leiders) weten hoe het moet op grond van ervaring.) 32) de uitzondering bevestigt de regel (=overal zijn er uitzonderingen.) 33) iemand de oren afzagen (=steeds blijven aandringen) 34) het niet meer hebben (=totaal in verwarring geraken - van de kook zijn) 35) een voet in de stijgbeugel hebben (=uitzicht hebben op bevordering) 36) bokkesprongen maken (=van het een op het ander springen - zotte sprongen maken) 37) aan de weg timmeren. (=veel activiteiten ontplooien en daarmee naar buiten treden om verandering en vernieuwing te bewerkstelligen.) 38) vroeger, toen kraaiden de hanen nog. Tegenwoordig gapen ze alleen nog maar, zei de dove. (=veranderingen in een situatie zijn vaak niet feitelijk, maar een subjectieve beleving.) 39) kort door de bocht (=voorbarig, nuanceringen negerend. Voorbeeld:`De bewering dat fractiediscipline de democratie om zeep helpt is misschien wat te kort door de bocht.`) 40) wie zich aan een ander spiegelt spiegelt zich zacht (=wie uit het ongeluk van anderen lering trekt, zal minder ongeluk hebben) 41) een poolse landdag (=wilde, ongeregelde vergadering) 42) het is weer aan (=ze hebben weer verkering) 43) in zijn schulp kruipen (=zich in zichzelf terugtrekken, niet verder aandringen) 44) op de kleintjes letten. (=zuinig zijn. Ook de kleine uitgaven proberen terug te dringen.) Het dialectenwoordenboek kent 231 spreekwoorden met `ring`1) Waregems: 'k geev' em 'n pandoeringe (=ik geef hem een oplawaai) 2) Ouddorps: 'k go m'n eige thuus bringe (=Ik ga naar huis) 3) Baasrode: 'k zoen nukker graalék moete pisn (=ik zou eens dringend moeten plassen) 4) Brakels: 'n hoaveringe krijgn (=een rammeling krijgen) 5) Twents: 'n Kleen neuske ko'j gaauw snuutn (=Gering in aanzien, snel aftroeven) 6) Weerts: 'n Niêver wiêf en 'n niêver hin, bringe booter int vaat en ei-jer op d'n din (=Een hard werkende vrouw wordt gewaardeerd) 7) Overmeers: 'n panne heirink (=een pan haring) 8) Overmeers: 'n stringe goaren (=een streng garen) 9) Weerts: 'ne krînk um de maon kân nog in windj vergaon, 'ne krînk um de zón bringtj rengel in de tón (=weerspreuk) 10) Zottegems: ( zéér oud woord ) slaphangere (=geroosterde ( zoete) haring) 11) Hillegem: Aje moe kakke moeje kakke e! (=Iets wat dringend is moet je doen.) 12) Munsterbilzen - Minsters: al moeten et de kraeë autbringe (=ooit zal dit aan 't licht komen) 13) Munsterbilzen - Minsters: alle foetelkes koëmen aut, al bringen et de kraeë noë baute (=al gaat de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel) 14) Antwerps: allee , den allee is bouve (=allee (aansporing)) 15) Antwerps: Allee, mettez vite vos chandailles, springt oep oven ijzere peerd, en moakt nog nen tour du jardin ! (=Trek vlug jullie pulletjes aan, neem jullie fiets en maak nog eens de ronde van de tuin.) 16) Tilburgs: alleej, vurèùt meej de gèèt. (=aansporing om op te schieten.) 17) Munsterbilzen - Minsters: alleen zene mond goeng wijd genoeg oëpe (=de valschermspringer viel uit de lucht) 18) Bilzers: alles kup aut al moete de kraeën autbringe (=niets blijft verborgen) 19) Zaans: Alles met mate zai de kleremaker, en sloeg ze vrouw met de ellestok (=Aansporing tot matigheid) 20) Genneps: As hij ien de Maos springt, springde gij der zeker ok ien? (=naäpen leidt tot niks) 21) Kampers: as ij van de lange brugge springt, spring ie d`r tog ok niet achter an! (=Niet alles na doen) 22) Hillegem: Asge moet kaken moede kaken (=iets wat dringend is moet je doen) 23) Munsterbilzen - Minsters: aste boëve bès, bringste dan men sletse mèt (=stop met neuspeuteren !) 24) Munsterbilzen - Minsters: aste nau en dan ès trëg kieks op ze laeve, laefste twei kër (=wie van herinneringen kan genieten, leef meerdere keren) 25) Waarschoots: au hoaring za nie broan (=het het zal je niet lukken) 26) Munsterbilzen - Minsters: autse vel springe (=kwaad worden) 27) Bilzers: autze vel springe (=kwaad reageren) 28) Munsterbilzen - Minsters: baeter zinge dan springe (daase) (=je houdt beter het heft in eigen hand, dan naar anderen te moeten luisteren) 29) Walshoutems: Baloene pakke in de wermeshof onder de makrauseleer (=Meikevers vangen in de tuin onder de seringenboom) 30) Venloos: Beej Bierstekers van de schöp springe (=Aan de dood ontsnappen) 31) Munsterbilzen - Minsters: besjins bringste de sjokkepoej baeter hert on de twei hantëfe (=misschien breng je het hobbelpaard best met de handvaten hierheen) 32) wierings: blink een blink voer een stink (=opklaring) 33) Munsterbilzen - Minsters: bring ès get laeve èn de brauweraaj (=zet eens wat muziek op) 34) Munsterbilzen - Minsters: bringste men sloeffe mèt aste boëve bès (=stop toch eens met in je neus te peuteren) 35) Hoekschewaards: D'n haering over 't hôôd gezaaild (=De kans voorbij laten gaan) 36) Twents: d'r good met vot komm'n (=er goed uit springen) 37) Sint-Niklaas: da foart (=dat is een heel verandering (dat is even wennen)) 38) Hulsters (NL): da kank nie tuis bringen (=dat snap ik niet) 39) Bilzers: daaj és heil tiëgedroëds (=zij wringt tegen) 40) diesters: daan kan zen klak oept woater smaate en deronder springe (=over iemand die veel liegt en overdrijft) 41) Lopiks: Daar hek ook nog een blauwe maondag mee gelopen (=daar heb ik ook nog even verkering mee gehad) 42) Venloos: Dae bringe ze nao Bierstekers (=Hij wordt begraven) 43) Munsterbilzen - Minsters: dae deed altijd tiëgedroëds (=hij wringt altijd tegen) 44) Munsterbilzen - Minsters: dae ès autten doje opgeston (=hij is weer springlevend) 45) Munsterbilzen - Minsters: dae kan ich nie taus bringe (=die ken in niet) 46) Bilzers: dae kan ich nie tausbringe (=wie is dat ?) 47) Munsterbilzen - Minsters: dae kan ich nie tausbringe (=die ken ik niet !) 48) Weerts: Dao kumptj 'ne vreemdje haan oppe-n hoof (=Als iemand verkering krijgt) 49) Hulsters (NL): daor staank nie om te springen (=dat doe ik liever niet) 50) Oudenbosch: das un eule gewaorworring (=dat is een hele belevenis) 0 1 2 3 4 Volgende Bron
De spreekwoorden en gezegden zijn voor het grootste deel afgeleid van Wikiquote:
Nederlandstalige spreekwoorden,
Nederlandstalige gezegden en Wikipedia:
Lijst van Nederlandse spreekwoorden.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Tips en mededelingen Mededeling: Bedankt voor uw bezoek! | WoordenboekSpreekwoordenVertalenEncyclopedieRecente zoekopdrachtenTussen haakjes staat het aantal gevonden spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden• ring (53) • de (2547) • geen (261) • ergens (118) • wond (12) • I (1094) • heilig (14) • ergens het land (1) • geen voet (2) • de wa (32) • Geleer (2) • de oren sp (1) • ia (19) • kots (1) • als een kaa (2) | |||||||
| © Woorden.org MMXI | Over woorden.org | Gebruikersvoorwaarden | Woord begint met... | ||||||||