15 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `lappe`
- de broek lappen en het garen toegeven (=er veel verlies aan overhouden)
- de slappe lach hebben/krijgen (=niet kunnen stoppen met lachen)
- een gezicht van ouwe lappen (=een huilerig of lelijk gezicht)
- een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmanschap)
- een oud voerman hoort nog graag het klappen van de zweep (=iemand die oud is vindt het fijn te praten over dingen van vroeger)
- er zouden geen achterklappers zijn waren er geen aanhoorders (=er wordt alleen geroddeld als er ook naar geluisterd wordt)
- goed in de slappe was zitten (=veel geld hebben)
- het klappen van de zweep kennen (=precies weten hoe het eraan toegaat, ervaren zijn)
- iets aan je laars lappen (=geen notitie nemen van regels, wet of voorschriften)
- in de lappenmand zitten (=ziek zijn)
- in de slappe was (=in de contanten, in het geld)
- op de lappen (=een beetje opgeknapt - op stap om te drinken)
- op het slappe koord dansen (=zijn kunsten vertonen - ook :risico`s nemen)
- uit de school klappen (=iets vertellen wat men niet mag zeggen)
- vloeken als een bootwerker/kartouw/ketellapper/ketter (=onbeheerst vloeken)
Eén betekenis bevat `lappe`
- je mond voorbij praten (=meer zeggen dan dat er gezegd mag worden en/of het verklappen van een geheim)
17 dialectgezegden bevatten `lappe`
- dat zin nogal lappe (=het is nogal wat) (Neerharens)
- de musschje valle dôod van ut dak / Het is bloedjie hêet/ ik het het niet meer/ wat een pleurischjhitte/ tis zo warrem de lappe valle van me lijf (=de mussen vallen dood van het dak af) (Utrechts)
- Doëve lappe (=Duiven opleren) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Drek pérek ow tegen owen appel / sebiet hedde lappe (=Sebiet krijg je slaag) (Leopoldsburgs)
- Een broek lappe en gare toegeve. (=Het kost meer dan dat het opbrengt.) (Zaans)
- emes aan ‘n oeër lappe (=iemand een draai om z’n oren geven) (Heitsers)
- Hebbie 'goed' gegeten, dan kejje morrege lappe schijte. Eet je goed, dan poep-ie lappe. ('goed' als in 'kleding') (=Heb je goed gegeten?) (Rotterdams)
- iemëd get aoën zën viet lappe (=iemand met wat opsolferen) (Munsterbilzen - Minsters)
- iemëd peidsje lappe (=iemand pootje lichten, voet voor zijn been houden om hem te doen vallen) (Munsterbilzen - Minsters)
- iemëd peitsje lappe (=iemand voetje lichten) (Munsterbilzen - Minsters)
- iene puitje lappe (=Iemand laten struikelen) (Vejels)
- Naar de witte Doelen gaan. achter de gebreide broek kruipe, achter Kaap Kont kruipe, maffe, 'n duik in de vlooiebak neme, tusse de klamme lappe kruipe; naar de witte lakenstraat gaan (=Gaan slapen) (Rotterdams)
- oep de lappe goan (=uitgaan en drinken) (Winksels)
- Oep de lappe guin (=Biertjes gaan drinken) (Aarschots)
- oppe lappe gaon (=de bloemetjes buiten zetten) (Heitsers)
- peitsje lappe (=iemand moedwillig doen struikelen over je voeten) (Munsterbilzen - Minsters)
- Tzen lappe (=Dat is straf) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen