Eén spreekwoord bevat `kuis`
- de schop afkuisen (=stoppen met het werk)
10 dialectgezegden bevatten `kuis`
- 'k kuis mijn schup af (=Ik ben weg) (Waasmunsters)
- alles is kuis opgegaon (=er is niets overgebleven) (Oudenbosch)
- ik kuis mèn schup af! (=het voor bekeken houden) (Lommels)
- ik kuis mèn skip af (=ik hou ermee op, ik ben weg) (Meers)
- kuis mijn schup af (=ik ben weg) (Hams)
- kuis na mijn iuëre (=amaai) (Kaprijks)
- kuis na mijn iuëre (=wel, verdorie) (Kaprijks)
- kuis na mijn iuëre! (=wel, verdorie!) (Kaprijks)
- kust ma jen tanden, tis morgen peirdekoers (=kuis maar al je tanden, het is morgen paardenkoers (repliek, laatste woord)) (west-vlaams)
- ô toot zie fuil, wrijft er mor ies over (=kuis je mond eens af) (Sint-Niklaas)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen