Spreekwoorden met `kot`

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kot`

  1. het is er zo veilig als vlees in een hondenkot (=het is er volkomen onveilig)
  2. om van te kotsen (=erg lelijk, absoluut onplezierig)

50 dialectgezegden bevatten `kot`

  1. 'T es lyk 't kot van d'èlle (=Het is er zeer lawaaierig) (Harelbeeks)
  2. 't is hi'jt int kot (=Het is heet in huis) (Luyksgestels)
  3. 't kot was te klein (=er was grote ruzie) (Tiens)
  4. 't kot za were te klêënne zijn (=dat zal niet in goede aarde vallen) (Kaprijks)
  5. Aa is tot e kot in de nacht oep stap geweest (=Hij is heel laat op stap geweest) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  6. as onze paa dè zie, is ut kòt te klèèn (=als vader dat ziet, komen er moeilijkheden van) (Tilburgs)
  7. aut zë kot koeëmë (=uit de hoek komen) (Munsterbilzen - Minsters)
  8. blijf èn zën koej (=blijf in je kot) (Munsterbilzen - Minsters)
  9. Bluf in u kot (=Blijf thuis) (Lauws)
  10. d' er ze kot in en (=heimelijke voldoening beleven aan) (Veurns)
  11. daaj ès get kot aofgezaeg (=zij heeft korte beentjes) (Munsterbilzen - Minsters)
  12. daaj ès kot van stof (=zij is snel opvliegend) (Munsterbilzen - Minsters)
  13. daaj ès kot van vasse (=ze is rap geïrriteerd) (Munsterbilzen - Minsters)
  14. dae / daaj ès kot van vasse (=die is niet fel sprakerig) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. dae ès kot aoëngebonne (=hij heeft een kort lontje - snel geïrriteerd) (Munsterbilzen - Minsters)
  16. dae geet noë KERNISJ, das kot bij DE PANNE (=hij gaat nooit op reis) (Munsterbilzen - Minsters)
  17. dae kump nog iëver één bil gekroeëpe (=die kot nog bédelen op zijn knieën) (Munsterbilzen - Minsters)
  18. dae lik iedere daog op me kot (daok) (=met zoiets zit ik iedere dag opgescheept) (Munsterbilzen - Minsters)
  19. de bès kot van begrip! (=versta je mij niet goed) (Munsterbilzen - Minsters)
  20. de knaajn lope los ènt kot (=ze heeft geen BH aan) (Munsterbilzen - Minsters)
  21. der is gièèn kot mee toedn (=hij is onhandelbaar) (Kortemarks)
  22. dich kumps mich nimei ént kot (=jij komt niet meer in mijn huis) (Munsterbilzen - Minsters)
  23. Die kom no'h á van kot (=Die komt nogal uit de hoek, ook financieel) (Zeeuws)
  24. die zit nooit opur kot (=die is nooit thuis) (Hulsters (NL))
  25. é net er zu kot in (=iemand die zich verheugd in andermans miserie) (Langemarks)
  26. een kot in maan kaws (=Een gat in mijn kous) (Mols)
  27. èn wëlk kot èster naut niks on de hand (=ieder huisje heeft zijn kruisje) (Munsterbilzen - Minsters)
  28. geeste met de hinne op stek, zitste wersjaanlëk èn t verkeirde kot (=ga je vroeg slapen, moet je heel goed opletten dat je de juiste kamer kiest) (Munsterbilzen - Minsters)
  29. get kot doër den drae goên (=weinig ruimte voor nuanceringen laten) (Munsterbilzen - Minsters)
  30. Het kot is te klaan (=Het stuift er, er is ruzie) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  31. het kot was te klaan (=er was heibel in huis) (winksels)
  32. iemed aut ze kot lokke (=iemand open kaart doen spelen) (Bilzers)
  33. in ieder kot istr etwod (=ieder huisje heeft zijn kruisje) (Lichtervelds)
  34. in iedre kot istruntwod (=ieder huisje heeft zijn kruisje) (Kortemarks)
  35. in twente hoal' t ze va' n kot gebed en ' n laang' n metwos (=in Twente houden ze van een kort gebed en een lange metworst) (Twents)
  36. je komt uut ze kot (=hij maakt zich kwaad) (Kortemarks)
  37. k zien no men kot (=ik ga naar huis) (Brugs)
  38. kot aongebonne (=vlug op je tenen getrapt) (Munsterbilzen - Minsters)
  39. kot in de nacht (=diep in de nacht) (Kaprijks)
  40. kot kot kotkedei (=roep der hen die een ei legt) (Sint-Niklaas)
  41. kot mè goed (=kort en bondig) (Munsterbilzen - Minsters)
  42. kot van droeëd (=kort aangebonden) (Munsterbilzen - Minsters)
  43. kot van ojem; amechteg (=kortademig) (Bilzers)
  44. kot van stof (=kittelorig) (Munsterbilzen - Minsters)
  45. kot van vasse (=kort aangebonden) (Munsterbilzen - Minsters)
  46. kot van vassë zin (=geïrriteerd reageren) (Munsterbilzen - Minsters)
  47. Mijne lik kot bij kortrëk, mér wid van waorëgem (=menen en weten, dat is een groot verschil) (Munsterbilzen - Minsters)
  48. nau bénech én ene kër van de ratten aof, zaagte boer, en hae stöeëkde ze kot aof (=soms kunnen zware middelen de oplossing bieden) (Bilzers)
  49. t kot aofbraeke (=veel kabaal maken) (Munsterbilzen - Minsters)
  50. ter is gieën kot mee't aaën (=onhandelbaar zijn) (Kaprijks)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen