27 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ijte`
- aan de vishaak bijten (=zich laten vangen, toehappen)
- blaffende honden bijten niet (=zij die het hardst roepen, zijn het minst gevaarlijk)
- de duiten bijten hem (=hij verspilt zijn geld)
- de kap over de haag smijten (=zijn priester- of kloostergelofte verbreken)
- de spits afbijten (=als eerste ergens aan beginnen aan iets moeilijks)
- dode honden bijten niet (al zien ze lelijk) (=van doden is geen gevaar te duchten)
- door de zure appel (heen)bijten (=het onaangename doen of over zich heen laten gaan)
- een oortje in vieren zouden bijten (=erg gierig zijn)
- een pilaarbijter (=een zeer schijnheilig / hypocriet persoon)
- er komen met krabben en bijten (=er met heel veel moeite komen)
- geen ezel en kan zijn eigen oren afbijten. (=het onmogelijke hoef je niet te doen.)
- geld over de balk gooien (of smijten) (=geld verspillen, zonder nadenken uitgeven)
- hongerige luizen bijten scherp (=met de arme mensen heeft men de meeste last)
- iemand iets in het oor bijten (=iemand iets op bitsige wijze influisteren)
- in het zand bijten (=tegenstand verduren / verliezen)
- je op de lippen bijten (=je inhouden (niet lachen of kwaad worden))
- lachende monden, bijtende honden. (=mensen die vriendelijk of aardig lijken, kunnen in werkelijkheid kwade bedoelingen hebben)
- magere luizen bijten scherp (=met de armsten heb je de meeste last)
- nu heb je het schaap aan het schijten (=nu komen er problemen van)
- op de galg schijten (=nergens bang voor zijn)
- op de magerste paarden bijten de dazen. (=arme mensen hebben vaak pech)
- op de wereld schijten (=overal maling aan hebben)
- op een houtje bijten (=honger hebben)
- schaamte de kop afbijten (=je niet meer schamen)
- van zich afbijten/afslaan (=zich fel verdedigen)
- zeven kleuren bagger schijten (=erg bang zijn)
- zijn eigen luizen bijten hem (=hij wordt gekweld door zijn eigen kinderen)
6 betekenissen bevatten `ijte`
- wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft (=als je zoveel geeft zoveel je kunt, dan kan niemand je iets verwijten)
- gezouten scherts (=bijtende scherts)
- iemand iets op zijn brood geven (=iemand onvriendelijk iets verwijten)
- naar het hoofd gooien/slingeren (=scherpe verwijten maken)
- je tanden laten zien (=tonen dat men niet bang is, van zich afbijten; stevig uitvaren; streng zijn)
- haar op de tanden hebben (=van zich af kunnen bijten)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen