Spreekwoorden met `hij ziet`

Zoek
Er zijn geen spreekwoorden gevonden die `hij ziet` bevatten.

2 betekenissen bevatten `hij ziet`

  1. men zou hem een aalmoes geven (=hij ziet er armoedig uit)
  2. het huilen staat hem nader dan het lachen (=hij ziet er vooral de trieste kant van)

50 dialectgezegden bevatten `hij ziet`

  1. 't is pesies 'n ellef uren lijk (=hij ziet er slecht uit) (Bevers)
  2. 't Verstand (=hij ziet er niet zeer intelligent uit) (Achterhoeks)
  3. à ès zoè zwàt as Molleke on ze gat, à es zoe zwàt as Lamme Kaìoès. (=hij ziet er enorm vuil uit) (Bierbeeks)
  4. au bloest gelèk as ' t onderste van ne parau (=hij ziet (lijk) bleek) (Ninoofs)
  5. dae ès tinnes voert ! (=hij ziet er mooi afgeborsteld uit) (Munsterbilzen - Minsters)
  6. dae haet ein gezicht wie ein gezèt (=hij ziet er ongezond en vaal uit) (Heitsers)
  7. dae hèt ooge op zenne rëg (=hij ziet kompleet alles) (Munsterbilzen - Minsters)
  8. Dae kiek fazel (=hij ziet er niet florissant uit) (Roermonds)
  9. dae kiekt zwart vanne ieëlenj (=hij ziet er miserabel uit) (Heitsers)
  10. dae kiektj wie de doeëd van Iepere (=hij ziet er heel slecht uit (in Ieper zijn duizenden soldaten gestorven in de loopgraven tijdens WOI)) (Heitsers)
  11. dae zuut oet wie sjöppe zeve (=hij ziet er verfomfaaid uit) (Heitsers)
  12. das ne goeie om in dun kerseboom thaange (=hij ziet er uit als een vogelverschrikker) (Oudenbosch)
  13. de mismood zit'r ì (=hij ziet 't niet zitten) (Horster)
  14. die is zoa wit es de schitte (=hij ziet bleek) (Zaamslags)
  15. e grimmelt (=hij ziet zeer vuil) (Veurns)
  16. ee luept mee de duoe op zijn lijf (=hij ziet er heel ziek uit) (Lochristis)
  17. ée zietter em geen gat aen (=hij ziet het niet zitten) (Sint-Laureins)
  18. ei zee zu bliek as ne plattekèès (=hij ziet er bleek uit) (Hals)
  19. Ein gezich es 'ne sjòttelsplak. (=hij ziet er ongezond, grauw uit.) (Roermonds)
  20. ge zitj èm de kommune geven zinder biecht’n (=hij ziet er onschuldig uit) (Meers)
  21. ge zod 'em onziër/ d'absolusse geven zonder te biechten (=hij ziet er onschuldig uit) (Wichels)
  22. hae kiek wie eine boetsauto (=hij ziet er niet snugger uit) (Venloos)
  23. hae zuutj d' r vazel oet (=hij ziet er slecht uit) (Heels)
  24. Hai loopt te sterreve langes de weg. (=hij ziet er slecht uit.) (Zaans)
  25. hè is aardig duur de tek gegange (=hij ziet er de laatste tijd ziek uut) (Opglabbeeks)
  26. Hee hef de ogen krange in de kop. ( ) (=hij ziet er niet goed uit.) (Aaltens)
  27. hij 's broodmoager (=hij ziet er erg slecht uit) (Westerkwartiers)
  28. hij 's op zien poasbest (=hij ziet er geweldig uit) (Westerkwartiers)
  29. hij het een gezig as een deurgeschete erwt (=hij ziet er belabberd uit) (Arnhems)
  30. hij is doawet, mer hij wit het nog niej (=hij ziet er niet erg gezond uit) (Lommels)
  31. hij is wat wit omme snuut (=hij ziet wat pips) (Westerkwartiers)
  32. hij zicht overaal oap'n en beer'n (=hij ziet overal moeilijkheden) (Westerkwartiers)
  33. hij ziet er em geen gat aan (=hij ziet het niet zitten) (Hansbeeks)
  34. hij ziet er geen steek van. (=hij ziet er niks meer van.) (Bevers)
  35. ie kijkt noch ip noch omme (=hij ziet niemand staan) (Waregems)
  36. Ie zie moar oalf zynen beuk vul (=hij ziet onvoldoende) (Harelbeeks)
  37. ie ziet 'r kaduuk oit, ie 'n ee geeën skooïn kleur (=hij ziet er slecht uit) (Waregems)
  38. ij keu nooit ziuë ajt woorn of dat-ij d'eruit ziet (=hij ziet er oud uit) (Kaprijks)
  39. ij wee van gin èjt pijle moaken (=hij ziet het niet meer zitten) (Brakels)
  40. Ij ziet zoë graat as een pansj. (=hij ziet er niet goed uit) (Opwijks)
  41. je blienkt in ze vel (=hij ziet er gezond uit) (Kortemarks)
  42. je zie mao lik ne kaotre deur ze kloîtn (=hij ziet niet goed) (Kortemarks)
  43. je ziet er de kloîtn van (=hij ziet er niets van) (Kortemarks)
  44. jè zin spel nie mjèèster (=hij ziet graag de vrouwen) (Kortrijks)
  45. je zoot em ons hiere geven zonder biechten (=hij ziet er onschuldig uit) (Wetters)
  46. jeet oîgn up ze gat (=hij ziet alles) (Lichtervelds)
  47. jeet oîgn up ze gat, jeet oîgn up zne rik (=hij ziet werkelijk alles) (Kortemarks)
  48. ksoen em nie gièèrn teegnkomn tusschn doenkern en klaorn (=hij ziet er gevaarlijk uit) (Kortemarks)
  49. op ne goeie staul stoeën (=hij ziet er goeddoorvoed uit) (Meers)
  50. tis lik dn doîd up stoksjes (=hij ziet er ziek uit) (Kortemarks)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen