23 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `brek`
- bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien (=bij gebrek aan het goedkope, het dure gebruiken)
- bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. (=bij gemis aan het gewone moet men zijn toevlucht soms wel tot iets duurders nemen.)
- de liefde kent vlek nog gebrek. (=verliefde mensen zijn blind voor tekortkomingen van hun partner)
- de ontbrekende schakel (=iets dat nog mist om iets compleet te maken)
- distels breken is distels kweken (=`maar distels laten staan, is distels laten vergaan`)
- een fles de nek breken (=uitdrinken)
- een lans breken voor iemand (=het voor iemand opnemen, voor iemand de best doen diegene ergens mee te helpen iets te verkrijgen)
- een potje bij hen kunnen breken (=veel getolereerd worden)
- elke gek heeft zijn gebrek (=er valt op iedereen wel iets aan te merken)
- ergens een potje kunnen breken (=ergens graag gezien zijn)
- het hoofd breken over iets (=trachten een antwoord te vinden op een moeilijke vraag)
- het ijs breken / het ijs is gebroken (=een vriendelijk gesprek op gang brengen na een kil begin)
- iemand kunnen maken en breken (=de mogelijkheid hebben te beslissingen over iemands leven en dood en welbevinden)
- in gebreke blijven (=zijn taak (belofte) niet uitvoeren)
- in gebreke stellen (=officieel stellen dat de taak niet naar behoren is uitgevoerd)
- in gebreke zijn (=de taak niet naar behoren uitgevoerd hebben)
- je kan geen ijzer met handen breken (=men kan het onmogelijke niet doen)
- je kan geen omelet maken zonder eieren te breken (=soms moet men iets verliezen om een hoger doel te bereiken)
- kunnen maken en breken (=er veel macht over hebben)
- met iemand breken (=met iemand niet meer verder werken, leven)
- op het appèl ontbreken (=niet aanwezig zijn)
- ouderdom komt met gebreken (=als je ouder wordt ga je van alles mankeren)
- zuur opbreken (=ergens mee in moeilijkheden komen (later))
18 betekenissen bevatten `brek`
- het tafellaken doorsnijden (=alle bindingen met iemand verbreken)
- een spiering is vis als er anders niet is (=als je honger hebt, ben je niet kieskeurig / bij gebrek aan beter)
- bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien (=bij gebrek aan het goedkope, het dure gebruiken)
- liefde is blind (=door verliefdheid de gebreken van een ander niet zien)
- een muur van onbegrip (=een hardnekkig gebrek aan begrip)
- als je alles van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
- als je alles van tevoren weet, ga je liggen voor je valt (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
- iets over het hoofd zien (=iets vergeten of ontbreken)
- in mora (=in gebreke)
- ruiten tikken (=inbreken)
- bederf geen struif om een ei (=je moet het geheel niet afkeuren voor één gebrek)
- met horten en stoten (=langzaamaan, met veel onderbrekingen)
- geen vlees zonder been (=niets zonder gebreken)
- in de rede vallen (=onderbreken, het woord ontnemen)
- met blindheid geslagen zijn (=verblind zijn, volkomen gebrek hebben aan inzicht)
- de kap over de haag smijten (=zijn priester- of kloostergelofte verbreken)
- de kap op de tuin werpen (=zijn priester- of kloostergelofte verbreken)
- een lelijke pijp roken (=zuur opbreken)
9 dialectgezegden bevatten `brek`
- a't aj brek zu'j s zeen wo steenkn (=als die opzet mislukt komt er wat los) (Rijssens)
- Al op un ouwejaorsavend, toen sloogh dun bakker zun waif, al mee un ete knuppel de velle van eur laif, ut waif dat wou nie soreke, de knuppel, die wouw nie breken, de knuppen, die brek ut waif, da sprak, o, wa rara dingen zain dat. wa zullewe dun bak (=liedje met Oudjaar) (Hulsters (NL))
- brêk ówwe nek vurzichtig wah (=opgepast, niet struikelen.) (Horster)
- brekken een brek (kind dat ...) (=op straat spelen en zich vuil maken) (Leefdaals)
- Het ies brek (=Het ijs breekt) (Hoogeveens)
- Het is een sleg houtje wa van legge brek (=Dat ding is niet goed / in orde) (Geldermalsens)
- Nou brek mij de klompe (=Nu breekt mij de klomp) (Hoogeveens)
- Nouw brek mien de klump. (=Nou breekt mij de klomp.) (West-Vlaams)
- zoe zout as brék (=heel erg zout) (Meers)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen