Spreekwoorden met `OST`

Zoek

29 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `OST`

  1. bij Sint Joris in de kOST zijn (=ergens gratis eten)
  2. buurmans leed troOST (=door het verdriet of de pijn van een ander kun je je eigen verdriet en pijn beter verdragen)
  3. dat komt als mOSTerd na de maaltijd (=dat komt op een moment dat het geen nut meer heeft)
  4. de keel kOST veel (=herhaalde dronkenschap leidt tot armoede)
  5. de kOST gaat voor de baat uit (=eerst moeten er kosten worden gemaakt alvorens men er iets aan verdienen kan)
  6. de kraag kOSTen (=ergens bij om het leven komen)
  7. de paternOSTers aandoen (=boeien aandoen)
  8. er is geen ijs of het kOST mensenvleis (=als er ijs op de sloten en vijvers ligt, verdrinken er altijd mensen)
  9. iemand door de mOSTerd halen (=op duidelijke wijze kenbaar maken wat iemand fout gedaan heeft)
  10. in adamskOSTuum (=naakt, zonder kleren)
  11. je lot getroOST zijn (=zijn lot aanvaarden)
  12. je ogen de kOST geven (=alles goed in zich opnemen)
  13. je zult ze maar de kOST moeten geven (=het zijn er veel (mensen))
  14. JoOST mag het weten (=geen idee hebben (Joost = de duivel))
  15. kOSTe wat kOST (=hoe dan ook. (ook wel: coûte que coûte))
  16. mOSTerd na de maaltijd (=een oplossing die te laat komt)
  17. onze Lieve Heer heeft vreemde kOSTgangers (=er bestaan nu eenmaal merkwaardige mensen)
  18. ook van de mOSTerd eten (=veel geld aan iets verliezen)
  19. oOST west, thuis best (=waar je ook bent, thuis voel je beter op je gemak)
  20. OOST-Indisch doof zijn (=doen alsof er niets gehoord wordt)
  21. op de kloOSTers reizen (=altijd bij vrienden of kennissen logeren)
  22. op een apOSTelpaard rijden. (=lopen)
  23. op het apOSTelpaard rijden (=te voet gaan)
  24. op je pOST blijven (=niet weggaan)
  25. twee joden weten wat een bril kOST (=we hoeven elkaar niets wijs te maken)
  26. vragen kOST geen geld (=al heb je weinig kans, je kan het in elk geval maar vragen)
  27. wat doe je voor de kOST? (=hoe verdien je je geld?)
  28. weten waar Abraham de mOSTerd haalt (=weten hoe iets in zijn werk gaat; dingen goed snappen)
  29. zo het handje thuis tOST, tOST het nergens (=uiteindelijk gaat er niets boven het eigen huis)

51 betekenissen bevatten `OST`

  1. met de vork schrijven (=afzetten, meer kOSTen rekenen dan werkelijk gemaakt)
  2. uit de oude doos (=al oud, nOSTalgisch)
  3. het gelag betalen (=alle kOSTen moeten betalen terwijl ook anderen er schuld aan hebben)
  4. voor niets gaat de zon op (=alles kOST geld en/of moeite)
  5. dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelOST)
  6. dat is een klontje boter uit zijn pap (=dat kOST een flink deel van zijn fortuin)
  7. een bodemloze put (=dat kOST ontzettend veel geld)
  8. de groten rijden te paard en de kleinen hangen tussen hemel en aarde. (=de machtige lui leven op kOSTen van de gewone man)
  9. sijmen betaalt (=diegene die het minste verdient draagt de kOSTen)
  10. in de papieren lopen (=duur uitkomen, veel geld kOSTen)
  11. het is kruis of munt, zei de non en ze trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten kOSTe gaan van het spirituele)
  12. één zwaluw maakt nog geen zomer (=één positieve gebeurtenis betekent niet dat alle problemen opgelOST zijn.)
  13. doekje voor het bloeden (=een schrale troOST, of een ontoereikende, slechts symbolische maatregel)
  14. rosse buurt (=een slechte buurt (buurt met prOSTitutie))
  15. de kost gaat voor de baat uit (=eerst moeten er kOSTen worden gemaakt alvorens men er iets aan verdienen kan)
  16. er behoort meer tot een huishouden dan het zoutvat. (=er zijn veel bijkomende kOSTen)
  17. Joost mag het weten (=geen idee hebben (JoOST = de duivel))
  18. uit de brand zijn (=geholpen zijn, problemen opgelOST)
  19. aan de strijkstok blijven hangen (=geld dat aan een goed doel wordt besteed verdwijnt voor een groot deel bij mensen die oneerlijke onkOSTen maken)
  20. Keulen en Aken zijn niet op een dag gebouwd (=grote projecten kOSTen tijd (en vergen geduld))
  21. het is geen roofgoed (=het heeft veel geld (of moeite) gekOST)
  22. het is zondegeld (=het is jammer dat daar kOSTen voor gedaan zijn)
  23. de kou is uit de lucht. (=het is opgelOST)
  24. het eet geen brood (=het kOST niets om het te bewaren, behoeft geen onderhoud)
  25. het probleem onder de knie hebben (=het probleem is opgelOST)
  26. men vindt geen molenaar of hij at gestolen koren. (=ieder zoekt zijn voordeel, ook al is het ten kOSTe van anderen.)
  27. iemand doodverven met iets (=iemand bestemd voor een pOST achten, iemand als de dader van iets afschilderen (doodverf is grondverf)[1])
  28. iemand de rekening presenteren (=iemand de kOSTen ten laste brengen (ook figuurlijk))
  29. goedkoop is duurkoop (=iets goedkoops kan later kOSTen veroorzaken, bijvoorbeeld door slechte werking, reparaties of onderhoud)
  30. een pleister op de wonde leggen (=iets troOSTends aanbieden)
  31. wat in het vat zit, verzuurt niet (=iets wat goed is en goed bewaard wordt, verliest zijn waarde niet / wat beloofd is zal ook worden ingelOST)
  32. een kluwtje dat vanzelf afloopt. (=iets wat zich vanzelf oplOST)
  33. de kap/sluier/habijt aannemen (=in een kloOSTer gaan)
  34. met de witte perdekies naar Velzeke rijden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de `witte perdekies` (witte paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van OOST-Vlaanderen)
  35. cum expensis (=met (on)kOSTen)
  36. onder een staand zeiltje is het goed roeien (=met een klein vast inkomen, verdient men al gauw genoeg voor de kOST)
  37. een bliek (spiering) uitgooien om een snoek te vangen (=met zo min mogelijk kOSTen proberen maximale winst te behalen)
  38. de noppen van de kleren houden (=onkOSTen met zich meebrengen)
  39. beter rapen aan eigen dis dan elders vlees of vis (=oOST West thuis best)
  40. witte paarden hebben veel stro nodig (=pronkzieke vrouwen kOSTen veel geld)
  41. eten dat je zweet en werken dat je het koud krijgt, dat zijn de waren. (=slecht personeel. Uit de tijd dat meiden en knechts bij de boer in de kOST waren.)
  42. zachte heelmeesters maken stinkende wonden (=sommige problemen kunnen niet met zachtheid opgelOST worden)
  43. voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten (=tegen minimale kOSTen maximaal voordeel verlangen)
  44. je kap over de haag hangen (=uittreden uit kloOSTer of priesterschap)
  45. veel voeten in de aarde hebben (=veel moeite en tijd kOSTen)
  46. om de dooie dood niet (=volstrekt niet, in geen geval, al kOST het me mijn leven)
  47. wie niet werkt zal niet eten (=wie niet werkt verdient de kOST niet)
  48. een Pyrrhusoverwinning behalen (=winnen wat zoveel heeft gekOST dat je de volgende ronde niet meer aan kan)
  49. je ellebogen gebruiken (=zich ten kOSTe van anderen opwerken)
  50. de kap over de haag smijten (=zijn priester- of kloOSTergelofte verbreken)

Eén dialectgezegde bevat `OST`

  1. OST au is een bitjen, avvesseert (au) is (=Haast je eens wat) (Wichels)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen