Spreekwoorden met `slaan`

Zoek

41 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` slaan`

  1. aan de haak slaan (=te pakken krijgen)
  2. acht slaan op iets (=ergens goed op letten)
  3. alle hoop de bodem in (laten) slaan (=door iets geen enkele hoop meer (laten) hebben)
  4. alles kort en klein slaan (=de hele inboedel kapot slaan)
  5. als een tang op een varken slaan (=iets heeft totaal niets met een besproken onderwerp te maken)
  6. dat paard zal mij niet meer slaan (=dat zal mij niet meer gebeuren)
  7. de hand aan de ploeg slaan (=flink aan het werk gaan)
  8. de hand aan zichzelf slaan (=zelfmoord plegen)
  9. de handen slaan aan (=ontwijden)
  10. de spijker op de kop slaan (=de kern van de zaak benoemen)
  11. de stoppen slaan bij hem door (=hij verliest zijn zelfbeheersing)
  12. de verzenen tegen de prikkels slaan (=zich verzetten tegen iets wat niet tegen te gaan is)
  13. een (modder)figuur slaan (=een belachelijke of domme indruk maken)
  14. een flater slaan (=een nogal domme fout maken)
  15. een gat in de lucht slaan (=een onnozele handeling doen)
  16. een slecht figuur slaan (=een slechte indruk maken)
  17. een stok vinden om de hond te slaan (=om maar iemand te kunnen bekritiseren een nadelig punt vinden)
  18. een wak slaan (=vindingrijk zijn)
  19. er een slaatje uit slaan (=er een voordeeltje uit halen)
  20. er een slag naar slaan (=raden)
  21. geen klaviertje over slaan (=alle bijzonderheden in acht nemen)
  22. geld uit iets slaan (=ergens geld aan verdienen)
  23. iemand bont en blauw slaan (=iemand zo slaan dat hij een dik gezicht met blauwe en geel blauwe vlekken krijgt)
  24. iemand in het gareel slaan (=iemand dwingen voor je te werken, iemand aan het werk zetten)
  25. iemand van de sokken slaan (=iemand vellen, neerslaan)
  26. iets in de wind slaan (=naar een advies niet naar luisteren)
  27. je buik op de leest slaan (=te veel eten)
  28. je slag slaan (=op het goede moment de kansen benutten, bijv. dingen kopen)
  29. je wel voor de kop kunnen slaan (=kwaad zijn op jezelf over het feit dat men ergens niet aan gedacht heeft)
  30. jezelf op de borst slaan (=duidelijk aan de omgeving laten weten dat men ergens bijzonder trots op is)
  31. munt uit iets slaan (=voordelen halen uit)
  32. om het hart slaan (=schrik bezorgen)
  33. op de grote trom slaan (=aandacht proberen te krijgen voor diens zaak)
  34. spijkers met koppen slaan (=doortastend optreden)
  35. tot moes slaan (=iets helemaal kapot slaan)
  36. twee vliegen in een klap slaan (=twee problemen gelijktijdig oplossen)
  37. van de hand slaan/wijzen (=niet aannemen)
  38. wie een hond wil slaan, vindt altijd wel een stok (=als je kritiek wil hebben op iemand, vind je altijd wel een reden)
  39. wie een paard uit de wei wil halen, moet het beest niet eerst met het halster tegen de kop slaan. (=je bereikt meer met vriendelijkheid, dan met strengheid)
  40. ze slaan een snoek (=roeiers die een slag met hun riem missen)
  41. zijn zeis in een anders koren slaan (=stelen, zich in het werk van iemand anders bemoeien)

6 betekenissen bevatten ` slaan`

  1. alles kort en klein slaan (=de hele inboedel kapot slaan)
  2. met de muts naar iets gooien (=ergens geen zorg aan besteden / er een slag naar slaan, ernaar raden)
  3. de vingers jeuken hem (=het bijna niet kunnen laten er op los te slaan)
  4. ik maak een platvis van je (=iemand dreigen in elkaar te slaan)
  5. iemand bont en blauw slaan (=iemand zo slaan dat hij een dik gezicht met blauwe en geel blauwe vlekken krijgt)
  6. tot moes slaan (=iets helemaal kapot slaan)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen