Spreekwoorden met `gemakkelijk`

Zoek

Eén spreekwoord bevat ` gemakkelijk`

  1. wie zijn klomp breekt, schiet gemakkelijk uit zijn slof (=als je wordt teleurgesteld, kun je gemakkelijk boos worden)

33 betekenissen bevatten ` gemakkelijk`

  1. vele handen maken licht werk (=als een karwei samen wordt opgepakt is het snel en gemakkelijk gedaan)
  2. gedeelde smart is halve smart (=als je over problemen praat, dan kan je het makkelijker verwerken / door de problemen/ellende van een ander is het gemakkelijker de eigen problemen/ellende te dragen)
  3. wie zijn klomp breekt, schiet gemakkelijk uit zijn slof (=als je wordt teleurgesteld, kun je gemakkelijk boos worden)
  4. dat gaat erin als klokspijs (=dat gaat er gemakkelijk in)
  5. dat is ook geen heksen (=dat is wel heel gemakkelijk)
  6. als de ene hand de andere wast worden ze beide schoon (=de taak wordt gemakkelijk als je elkaar helpt)
  7. een ongeluk zit in een klein hoekje (=door een kleine fout kunnen gemakkelijk erg nare ongelukken gebeuren)
  8. de derde man brengt de spraak aan (=drie hebben gemakkelijker een gesprek dan twee)
  9. op oud ijs vriest het licht (=een oude kwaal komt gemakkelijk weer boven)
  10. om de vinger winden (=er gemakkelijk baas over worden)
  11. lopen als een kievit (=erg gemakkelijk en vlug lopen)
  12. geen katje om zonder handschoenen aan te pakken (=geen gemakkelijk persoon)
  13. een gat in zijn hand hebben (=geld te gemakkelijk uitgeven)
  14. een eitje (=heel gemakkelijk)
  15. op fluweel zitten (=het erg goed en gemakkelijk hebben)
  16. het op zijn pantoffels/sloffen afkunnen (=het gemakkelijk aankunnen)
  17. de breedste riemen worden uit andermans leer gesneden (=het is gemakkelijk met kwistige hand te beschikken over wat een ander toebehoort)
  18. je huid duur verkopen (=het niet gemakkelijk opgeven)
  19. het geld brandt hem in de zak (=hij geeft zijn geld graag en gemakkelijk uit)
  20. grote vissen scheuren het net (=hooggeplaatste personen worden niet zo gemakkelijk gestraft)
  21. iemand de pap in de mond geven (=iemand een gemakkelijke oplossing zomaar aanbieden)
  22. de vloer aanvegen met iemand (=iemand gemakkelijk kloppen/verslaan)
  23. iets op je vingers kunnen natellen (=iets erg gemakkelijk kunnen nagaan/checken)
  24. iets op zijn sloffen aankunnen (=iets heel gemakkelijk kunnen uitvoeren)
  25. in troebel water is het goed vissen (=in tijden van onlust of oorlog kan men gemakkelijk voordelen halen)
  26. de gelegenheid maakt de dief (=men laat zich gemakkelijk verleiden door een goede gelegenheid)
  27. het is goed riemen snijden uit andermans leer (=met andermans eigendom kan men gemakkelijk kwistig omgaan)
  28. een harde dobber (zijn/worden) (=niet gemakkelijk (zijn/worden))
  29. niet voor de poes zijn (=niet gemakkelijk zijn)
  30. voor de wind is het goed zeilen (=onder gunstige omstandigheden is het gemakkelijker succes te hebben)
  31. doen is een ding. (=praten of plannen maken is gemakkelijk gedaan, daadwerkelijk actie ondernemen is veel moeilijker)
  32. aanzien doet gedenken (=wat men met eigen ogen gezien heeft, is gemakkelijker te onthouden)
  33. niet erg vast in de schoenen staan (=zich gemakkelijk laten ompraten)

Eén dialectgezegde bevat ` gemakkelijk`

  1. a eet e gat in zèn and (=geld verkwisten, gemakkelijk geld uitgeven) (Meers)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen