Spreekwoorden met `Iemand`

Zoek


88 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` Iemand`

  1. aan Iemands leiband (=door iemand geleid)
  2. aan Iemands lippen hangen (=aandachtig luisteren)
  3. aan Iemands voeten liggen (=iemand vereren, een absolute fan van iemand zijn)
  4. achter Iemand zoeken (=iemand kwaad proberen te doen)
  5. als een luis in Iemands pels zijn (=iemand voortdurend in de weg lopen. Iemand tegenwerken)
  6. bij Iemand aankloppen (=hulp vragen)
  7. bij Iemand in het krijt staan (=aan iemand iets schuldig zijn)
  8. bij Iemand nog wel kunnen schoolgaan (=aan iemand nog een voorbeeld kunnen nemen)
  9. dat is Iemand met een gebruiksaanwijzing (=dat is iemand waarvan je weet hoe je met diegene om moet gaan)
  10. de gek met Iemand steken (=spotten met iemand)
  11. de handen van Iemand aftrekken (=iemand niet langer steunen)
  12. de kastanjes voor Iemand uit het vuur halen (=voor iemand anders het gevaarlijke werk of een lastig klusje doen)
  13. de pik op Iemand hebben (=iemand voortdurend plagen of aanvallen)
  14. de poten onder Iemands stoel wegzagen (=iemands positie verzwakken)
  15. de vlag voor Iemand strijken (=voor iemand onderdoen, zijn meerdere erkennen)
  16. de vloer aanvegen met Iemand (=iemand gemakkelijk kloppen/verslaan)
  17. een appeltje met Iemand te schillen hebben (=nog een vervelend onderwerp met iemand te bepraten hebben)
  18. een eitje met Iemand te pellen hebben (=hetzelfde als: een appeltje met iemand te schillen hebben. Nog iets met iemand moeten oplossen.)
  19. een goed woord voor Iemand doen (=iemand bij een ander aanbevelen)
  20. een lans breken voor Iemand (=het voor iemand opnemen, voor iemand de best doen diegene ergens mee te helpen iets te verkrijgen)
  21. een lelijke noot met Iemand te kraken hebben (=met iemand nog iets af te rekenen hebben)
  22. een lichtje opgaan bij Iemand (=iets wordt duidelijk en helder)
  23. een loopje met Iemand nemen (=zich weinig van iemand aantrekken (die de leiding heeft))
  24. een nagel aan Iemands doodkist (=een groot verdriet of iemand die een groot verdriet veroorzaakt)
  25. een oogje op Iemand hebben (=tedere, mogelijk verliefde, gevoelens voor iemand koesteren)
  26. een rib(be) uit Iemands lijf (=een grote uitgave)
  27. een zak zout met Iemand gegeten hebben (=iemand al lang kennen)
  28. een zwak voor iets of Iemand hebben (=iets/iemand leuk of aardig vinden)
  29. fiolen van toorn over Iemand uitstorten (=aan iemand duidelijk laten blijken dat je kwaad op diegene bent)
  30. geloof nooit Iemand die in de ene hand water en de andere hand vuur draagt (=wees niet lichtgelovig, niet iedereen is het vertrouwen waard)
  31. het Iemand warm maken (=iemand in moeilijkheden brengen)
  32. het met Iemand aan de stok hebben/krijgen (=ruzie met elkaar hebben/krijgen)
  33. het niet op Iemand hebben (=iemand niet goed kunnen verdragen)
  34. het op Iemand begrepen hebben (=iemand goed kunnen verdragen / iemand is altijd de pineut)
  35. het op Iemand gemunt hebben (=steeds dezelfde persoon die ergens last van heeft)
  36. het op Iemand niet begrepen hebben (=iemand niet vertrouwen)
  37. hoogmoed deed nooit Iemand goed. (=arrogantie en overmoed zijn slechte eigenschappen)
  38. huizen op Iemand kunnen bouwen (=sterk op iemand kunnen vertrouwen)
  39. iets of Iemand in de peiling hebben (=iets of iemand begrijpen)
  40. iets of Iemand op de korrel nemen (=kritiek op iets of iemand hebben)
  41. iets tegen Iemand hebben (=iemand niet goed kunnen verdragen)
  42. in Iemands gareel lopen (=zonder enige tegenwerping doen wat iemand je opdraagt)
  43. in Iemands huid kruipen (=zich in een ander verplaatsen)
  44. in Iemands kielzog varen (=het net zo doen als iemands voorganger)
  45. in Iemands kraam te pas komen (=iets wat iemand nodig had)
  46. in Iemands schaduw staan (=niet opvallen omdat iemand anders meer opvalt)
  47. in Iemands schoenen staan (=het lot van iemand anders ondergaan)
  48. in Iemands vaarwater zitten (=iemand hinderen of concurreren)
  49. in Iemands vel steken (=het lichamelijke lot van iemand anders ondervinden)
  50. in Iemands zakken zitten (=iemand plagen)

261 betekenissen bevatten ` Iemand`

  1. naar iemands pijpen dansen (=(onderdanig) alles doen wat Iemand vraagt)
  2. op de vingers kijken (=(Op een vervelende manier) scherp toezien hoe Iemand iets doet, zodat elke fout direct opgemerkt wordt)
  3. aan de veren kent men de vogel (=aan het uiterlijk (verzorging/kleding) kun je zien met wat voor Iemand je te maken hebt)
  4. niet in iemands schaduw kunnen staan (=aan Iemand absoluut niet kunnen tippen)
  5. je hart uitstorten (=aan Iemand alles (in vertrouwen) vertellen)
  6. fiolen van toorn over iemand uitstorten (=aan Iemand duidelijk laten blijken dat je kwaad op diegene bent)
  7. bij iemand in het krijt staan (=aan Iemand iets schuldig zijn)
  8. iemands maat niet kunnen halen (=aan Iemand niet kunnen tippen)
  9. bij iemand nog wel kunnen schoolgaan (=aan Iemand nog een voorbeeld kunnen nemen)
  10. plat op de buik gaan (=aan Iemand toegeven, zich overleveren)
  11. iemand het hof maken (=aardig tegen Iemand doen in de hoop aardig gevonden te worden)
  12. het tafellaken doorsnijden (=alle bindingen met Iemand verbreken)
  13. iemand over de hekel halen (=allerlei slechte dingen vertellen over Iemand)
  14. de wereld op zijn duim kunnen draaien (=alles doen wat Iemand wil)
  15. zo vrij als een vogeltje in de lucht (=alles kunnen doen en laten wat Iemand wil)
  16. iemand tot op zijn hemd uitkleden (=alles van Iemand afnemen, een te hoge prijs laten betalen)
  17. iemand om zijn vinger (kunnen) winden (=alles van Iemand gedaan (kunnen) krijgen of alles mogen)
  18. je hebben en houwen verliezen (=alles wat Iemand bezit kwijtraken)
  19. als de maan vol is schijnt ze overal (=als Iemand gelukkig is, kan iedereen dat zien)
  20. eens gezegd, blijft gezegd (=als Iemand iets belooft moet die dat ook uitvoeren)
  21. dan moet de wal het schip maar keren (=als Iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
  22. opgestaan is plaats vergaan (=als je even wegloopt kan Iemand anders op je stoel gaan zitten)
  23. wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
  24. als je hem een vinger geeft, neemt hij de hele hand (=als je Iemand een beetje helpt, wil diegene altijd je hulp)
  25. wie een hond wil slaan, vindt altijd wel een stok (=als je kritiek wil hebben op Iemand, vind je altijd wel een reden)
  26. geen bericht is goed bericht (=als je niet weet hoe het met iets of Iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt)
  27. of je worst lust! (=antwoord als Iemand `Wat?!` zegt)
  28. begaan zijn met (=bedroefd zijn omdat het met Iemand niet goed gaat, meeleven met)
  29. geen mens is zijn eigen maker. (=beoordeel Iemand niet om hun uiterlijk.)
  30. beter blooie Piet dan dooie Piet (=beter een aarzelend Iemand dan Iemand die ondoordacht handelt)
  31. iemand iets heten liegen (=beweren dat Iemand gelogen heeft)
  32. iemand in het zeer tasten (=bij Iemand de gevoelige plek raken)
  33. iemand de oren van het hoofd eten (=bij Iemand erg veel eten)
  34. met opgestoken/opgestreken/opgezet zeil naar iemand toe gaan (=boos naar Iemand toe gaan of boos bij Iemand binnen komen)
  35. dat is lariekoek (=dat heeft Iemand verzonnen)
  36. dat is iemand met een gebruiksaanwijzing (=dat is Iemand waarvan je weet hoe je met diegene om moet gaan)
  37. uit het oog, uit het hart (=de aandacht voor Iemand verliezen, als die persoon niet meer in de nabijheid is)
  38. bomen ontmoeten elkaar niet, mensen wel (=de kans dat je Iemand toevallig tegenkomt is groot)
  39. iemand kunnen maken en breken (=de mogelijkheid hebben te beslissingen over Iemands leven en dood en welbevinden)
  40. een streep door de rekening halen (=de schuld van Iemand kwijtschelden en het er niet meer over hebben)
  41. weten waar de aal kruipt (=de ware bedoelingen van Iemand doorzien)
  42. aan hetzelfde euvel mank gaan (=dezelfde fouten maken als Iemand anders)
  43. het hart op de tong dragen (=direct zeggen wat Iemand denkt, ongeacht of dat slim is of niet)
  44. scherven brengen geluk. (=dit zeg je om Iemand zich minder schuldig te laten voelen)
  45. iemand links laten liggen (=doen alsof Iemand er niet is, niet bemoeien met Iemand)
  46. woord houden (=doen wat Iemand beloofd heeft)
  47. je woord gestand doen (=doen wat Iemand beloofd heeft)
  48. in het gevlij komen (=doen wat Iemand graag ziet om in de gunst te komen)
  49. verkikkerd zijn (=dol zijn op Iemand/iets of verliefd zijn op Iemand)
  50. aan iemands leiband (=door Iemand geleid)

12 dialectgezegden bevatten ` Iemand`

  1. ge koomt oe schaoi mer us terug haole (=Bij een gastvrij onthaal, Iemand uitnodigen) (Heezers)
  2. immand ba zén pitjen émmen (=iemand bij zijn pietje hebben Iemand beetnemen) (Meers)
  3. immand e struë steken (=iemand een stro steken Iemand bedriegen, beetnemen) (Meers)
  4. immand fluitjens wijsmauken (=iemand fluitjes wijsmaken Iemand iets wijsmaken) (Meers)
  5. immand ne kluët aftrékken (=iemand een kloot aftrekken Iemand een loer draaien) (Meers)
  6. immand ne poeëter skiljeren (=iemand een pater schilderen Iemand goed liggen hebben, Iemand voor schut zetten) (Meers)
  7. immand uit zènnen nést langen (=iemand uit de nest nemen Iemand trachten te bedriegen) (Meers)
  8. Kletsmeier (=Praatjesmaker, Iemand die veel onzin uitkraamt) (Amsterdams)
  9. mé immand de vijf mennuten augen (=met Iemand de vijf minuten houden Iemand voor de gek houden) (Meers)
  10. nen dikkop (=rijk persoon, Iemand die het voor het zeggen heeft) (Lummens)
  11. Ouwehoer/ster / Natte krant / Het Utrechts nieuwsblad (=roddelaar / ster / Iemand die roddelt) (Utrechts)
  12. Prooten as een metworst waor 't vet is uut eleupen (=Een humorloze vertelling, Iemand die oud nieuws vertelt) (Giethoorns)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen