de schuld

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [sxʏlt]
Verbuigingen:  schuld|en (meerv.)

1) geldbedrag dat je moet betalen
Voorbeelden:  `hypotheekschuld`,
`speelschulden`,
`schulden maken`,
`Ik moet de bank nog een schuld van 10.000 euro afbetalen.`

2) situatie dat je gedrag er de oorzaak van was dat iets verkeerd gegaan is
Voorbeelden:  `Ik kreeg er de schuld van dat er een fout in de rekening zat.`,
`Het is zijn schuld dat het ongeluk gebeurde.`
Antoniem:  onschuld
Eigen schuld, dikke bult.  (<je zegt dit als iemand klaagt over het negatieve gevolg van zijn eigen handelen>)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
fout schuldenlast verantwoordelijkheid verplichting onschuld (antoniem)

Taaladvies
In fout zijn / schuld hebben: Is in fout zijn correct?

17 definities op Encyclo
  1. •een geldbedrag dat ondanks de verplichting daartoe niet betaald wordt. •een verantwoordelijkheid die iemand wordt toegeschreven voor een laakbare gebeurtenis of toes...
  2. verantwoordelijk zijn voor een fout vb: het is zijn schuld dat ik verkeerd reed schuld bekennen [toegeven dat je schuldig bent] buiten zijn schuld [hij kan er niets aan d...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), wat men (wegens aankoop, leen enz.) behoort
  4. Zie: Eigen schuld.
  5. Bedrag dat iemand had moeten betalen, maar waarvan de betaling nog niet is verricht [euro] {Spreektaal}. Bedrag dat direct opvorderbaar is in het geval van een faillissem...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met schuld:
schuldbekentenisschuldbekentenissenschuldbewustschuldeiserschuldeisersschuldeloosschuldenschuldenaarschuldenaarsschuldenarenschuldencrisesschuldencrisisschuldencrisissenschuldgevoelschuldgevoelensschuldhulpverleningschuldigschuldigeschuldigheidschuldloos
Toon alle woorden die beginnen met schuld

Deze woorden eindigen op schuld:
onschuldstaatsschuldoverheidsschuld
Toon alle woorden die eindigen op schuld

Herkomst volgens etymologiebank.nl
schuld (verplichting; verantwoordelijkheid)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `schuld` kennen.