het zicht

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [zɪxt]

het kunnen zien
Voorbeeld:  `slecht zicht vanwege de mist`
zicht hebben op  ((iets) redelijkerwijs kunnen verwachten) `Ze heeft zicht op een leukere functie bij hetzelfde bedrijf.`
aan het zicht onttrekken  (zorgen dat iets niet meer gezien wordt) `Door een rij struiken worden de afvalcontainers aan het zicht onttrokken.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gezicht gezichtsveld inzicht kijk panorama prospect sikkel uitzicht vergezicht vue

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn gezicht verliezen (=zijn eer verliezen)
• in het zicht van de haven schipbreuk lijden (=op het laatste nippertje nog verliezen)
• hou je gezicht (=zwijg!)
• een vriendelijk gezicht brengt overal licht. (=een vrolijk persoon weet vaak meer te bereiken dan een nors persoon)
• een lang gezicht trekken/zetten (=laten merken dat men niet tevreden is)
Toon alle 7 spreekwoorden die zicht bevatten

Taaladvies
Zicht / gezicht: (op het eerste -) Wat is correct: op het eerste zicht of op het eerste gezicht?

15 definities op Encyclo
  1. Oudtijds een stuk handgereedschap voor het maaien (`zichten`) van graan, peulvruchten e.d. Een zicht bestond uit een licht gebogen, spits toelopend mes, van ca. 70 cm la...
  2. de mogelijke waarneming van een karakteristiek landschap vanaf een bepaalde standplaats. Van de geselecteerde zichten moet enerzijds de standplaats publiek toegankelijk w...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), sikkel, zeis.
  4. Het meteorologisch zicht is de grootste afstand waarop een zwart object te zien en te herkennen is. Het zicht kan in verschillende richtingen verschillen. Een verminderin...
  5. • [n] de afstand die je kunt kijken door de lucht. • [f] - [m] [gereedschap] kleine zeis
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met zicht:
zichtaszichtbaarzichtbaarheidzichtenzichterzichtlijnzichtlijnenzichtlocatieszichtrekeningzichtrekeningenzichttezichttenzichtzendingzichtzendingenzichtzone

Deze woorden eindigen op zicht:
blotebillengezichtcameratoezichtgezichtinzichtjaaroverzichtrattengezichtgrammaticaoverzichtopzichtoverzichtstadsgezichtnachtzichtpoppengezichtspelinzichtstadstoezichtweekoverzichtmaandoverzichteeuwoverzichtzeezichttoezichtkasstroomoverzicht

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. zicht (het zien)
  2. zicht (soort zeis)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `zicht` kennen.