I de piet

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [pit]
Verbuigingen:  piet|en (meerv.)

1) kanarie
Voorbeeld:  `Mijn piet mag ik gelukkig bij me houden in het bejaardenhuis.`

2)
een hele piet  (een flinke vent)
een hoge piet  (iemand met een belangrijke functie)

3)
pietjes hebben  (hoofdluis hebben)


II de Piet

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [pit]

er voor Piet Snot bij zitten  (erbij zitten zonder mee te (mogen) doen)
voor Piet Snot staan  (voor gek staan)
een Pietje precies  (iemand die alles heel nauwkeurig doet, een perfectionist)
Pietje de Dood  (de dood) Synoniem: magere Hein

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
baas expert hoge pieten hoofdluis joint kanarie pieterman

Spreekwoorden en zegswijzen
• staan kijken als Piet Snot (=voor gek staan)
• jan pet en piet boezeroen (=de arbeiders)
• hij is een Piet Lut (=hij is kleinzerig.)
• hij deed mee voor Piet Snot. (=hij deed mee zonder toegevoegde waarde, en zonder erkenning.)
• er voor piet snot bij zitten (=er voor niets bijzitten)
Toon alle 7 spreekwoorden die piet bevatten

9 definities op Encyclo
  1. Piet is een Nederlandse jongensnaam. Het betekent `steen`. Extra info: Waar wordt het gebruikt? De naam Piet wordt voornamelijk gebruikt in Nederland. Wat zegt men in and...
  2. jongensnaam vb: mijn broer heet toevallig Piet Zwarte Piet [de knecht van Sinterklaas] voor Piet Snot staan [een dom of gek figuur slaan] er voor Piet Snot bij zitten [ni...
  3. iemand die veel weet vb: hij is een hele piet op het gebied van computers iemand de zwarte piet toespelen [hem de schuld of het probleem toeschuiven] stinken als de piete...
  4. [Belgisch Nederlands] mannelijk lid
  5. voornaam voor mannen
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met piet:
piëteitpietepeuterenpietepeuterigpieterigpietjepietje-preciespietje-preciezerigpietlutpietluttenpietlutterpietluttigpietluttigheid

Deze woorden eindigen op piet:
gezwartepietkanariepietzeurpietzielenpietschoepietzwartepiet

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. piet (luis)
  2. piet (naam)
  3. piet (vogel)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `piet`.