zich

pronoun
Uitspraak:  [zɪx]

<woord waarmee je naar een andere, al genoemde persoon verwijst>
Voorbeelden:  `Hij heeft zich vergist.`,
`Mensen laten zich het gemakkelijkst overtuigen door oudere, blanke mannen met een bril.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
zichzelf

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn schepen achter zich verbranden (=obstinaat doorgaan, zodanig dat men niet meer terug kan)
zich wezenloos schrikken (=erg schrikken)
zich weren als een kat in de krullen (=zich fel verweren)
zich wel voor de kop kunnen slaan. (=kwaad zijn op zichzelf over het feit dat men ergens niet aan gedacht heeft.)
zich voor de kop schieten (=inzien dat men een grote stommiteit gedaan heeft - zelfmoord plegen)
Toon alle 94 spreekwoorden die zich bevatten

Taaladvies
  1. Zich / u: (U hebt - vergist) Is het u hebt zich vergist of u hebt u vergist?
  2. Zich: (niet) Is zich (niet) laten doen in de betekenis van '(niet) met zich laten sollen' correct?
  3. Zich / u: (U vergist -) Is het u vergist zich of u vergist u?


6 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ww. -zelf, -zelve, -zelven; hij leeft voor -zelven, hij verkeert niet in gezelschappen; (ook) hij is zeer baatzuchtig; geen geld bij - ...
  2. wederkerend vb: hij wast zich
  3. •derde persoon enkelvoud en meervoud. • [WikiW
  4. 1) Reflexief pronomen 2) Reflexief voornaamwoord 3) Tsjechische componist 4) Voornaamwoord 5) Wederkerend voornaamwoord 6) Wederkerig voornaamwoord 7) Zichzelf
  5. Zich is het wederkerend voornaamwoord 3e persoon enkelvoud in het Nederlands. ==Geschiedenis== In het Nederlands, Nederduits, Engels en Fries ontbrak dit voornaamwoord v...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met zich:
zichronotzichtzichtaszichtbaarzichtbaarheidzichtenzichterzichtlijnzichtlijnenzichtlocatieszichtrekeningzichtrekeningenzichttezichttenzichtzendingzichtzendingenzichtzonezichzelf

Deze woorden eindigen op zich:
aanmatigen, zichop zichopzich

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zich (voornaamwoord)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `zich`.