het wiel

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [wil]
Verbuigingen:  wiel|en (meerv.)

ronde schijf die aan een as draait en over de grond rijdt, bijvoorbeeld van een auto of fiets
Voorbeeld:  `een stoel op wieltjes`
iemand in de wielen rijden  (iemand hinderen)
het vijfde wiel aan de wagen zijn  ((van iemand) overbodig en ongewenst zijn)
het wiel weer/opnieuw uitvinden  (iets bedenken wat een ander al heeft bedacht)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
rad wagenwiel

Spreekwoorden en zegswijzen
• iemand in de wielen rijden (=iemand tegenwerken om te zorgen dat het mis gaat)
• het wiel opnieuw uitvinden (=dubbel werk doen.)
• een spaak in het wiel steken (=door iemands ingrijpen gaat een plan van de ander niet door)
• alleen een piepend wiel krijgt olie. (=door zich opvallend te gedragen bekomt men aandacht.)
Naar de spreekwoorden

19 definities op Encyclo
  1. rond voorwerp dat kan draaien en dat op de bodem rust vb: de wielen zorgen ervoor dat een auto kan rijden hem in de wielen rijden [hinderen] het wiel opnieuw uitvinden [i...
  2. Wielen zijn vaak diepe plassen gelegen aan een dijk en zijn ontstaan door een plaatselijke dijkdoorbraak. Bij een dijkdoorbraak kolkt het water met grote kracht het achte...
  3. Diepe, ronde of ovale plas, ontstaan bij een doorbraak van een dijk. Gelegen achter de gedichtte dijk.
  4. diepe, ronde plas, ontstaan omdat hier eens een dijkdoorbraak was.
  5. Plaats waar na een dijkdoorbraak het water met grof geweld het land uitholde en een diepe put achterliet, waar later een weer nieuwe dijk omheen werd gelegd. In het rivie...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met wiel:
wielassenwielbasiswieldewieldenwieldopwielenwielerpelotonwielersportwielertoeristenwielerwedstrijdwielewaalwielklemwielklemmenwielmoerwielrenbroekwielrennenwielrennerwielrennerswielrensterwielrensters
Toon alle woorden die beginnen met wiel

Deze woorden eindigen op wiel:
achterwielhefwielfietswielzwenkwielrijwielreservewielmotorrijwieltandwielwormwielvoorwielbinnenwiel
Toon alle woorden die eindigen op wiel

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. wiel (kolk)
  2. wiel (rad)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `wiel` kennen.