het wiel

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [wil]
Verbuigingen:  wiel|en (meerv.)

ronde schijf die aan een as draait en over de grond rijdt, bijvoorbeeld van een auto of fiets
Voorbeeld:  `een stoel op wieltjes`
iemand in de wielen rijden  (iemand hinderen)
het vijfde wiel aan de wagen zijn  ((van iemand) overbodig en ongewenst zijn)
het wiel weer/opnieuw uitvinden  (iets bedenken wat een ander al heeft bedacht)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
rad wagenwiel

Spreekwoorden en zegswijzen
• iemand in de wielen rijden (=iemand tegenwerken om te zorgen dat het mis gaat)
• het wiel opnieuw uitvinden (=dubbel werk doen.)
• een spaak in het wiel steken (=door iemands ingrijpen gaat een plan van de ander niet door)
• alleen een piepend wiel krijgt olie. (=door zich opvallend te gedragen bekomt men aandacht.)
Naar de spreekwoorden

17 definities op Encyclo
  • •ronddraaiende schijf voor voortbeweging met minimale weestand. •een poel net achter de dijk, ontstaan door verspoeling tijdens een dijkdoorbraak.
  • rond voorwerp dat kan draaien en dat op de bodem rust vb: de wielen zorgen ervoor dat een auto kan rijden hem in de wielen rijden [hinderen] het wiel opnieuw uitvinden [i...
  • Let op: Spelling van 1858 Wieling, waal, kolk, die door eene dijkbreuk ontstaat; draaikolk, afgrond
  • [voortbeweging] - Een wiel is een cilindrisch object dat samen met een as voor lage weerstand zorgt bij het voortrollen. Kenmerkend voor het wiel is dat het als vorm van...
  • Uit `De lagere vaktalen: De spinners-en weverstaal` 1914 een rolvormig verdiksel van den garenboom, op dezer rechter uiteinde geschoven, bij getouwen die met den regelaar...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met wiel:
    wielassenwielbasiswieldewieldenwieldopwielenwielerpelotonwielersportwielertoeristenwielerwedstrijdwielewaalwielklemwielklemmenwielmoerwielrenbroekwielrennenwielrennerwielrennerswielrensterwielrensters
    Toon alle woorden die beginnen met wiel

    Deze woorden eindigen op wiel:
    achterwielbinnenwielfietswielhefwielmotorrijwielreservewielrijwieltandwielvoorwielwormwielzwenkwiel
    Toon alle woorden die eindigen op wiel

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. wiel (kolk)
    2. wiel (rad)