I de rad

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [rɑt]
Verbuigingen:  rad|eren (meerv.)

ronddraaiend wiel
Voorbeelden:  `rad van avontuur`,
`reuzenrad`,
`de radertjes in een ouderwets horloge`
Synoniem:  wiel
Iemand een rad voor ogen draaien.  (Iemand voor de gek houden.)


II rad

bijv.naamw.
Uitspraak:  [rɑt]

snel
Synoniemen:  vlot, rap
Zij heeft een radde tong.  (Ze heeft altijd snel een antwoord.)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bijdehand glad molenrad scheprad tandwiel wagenwiel waterrad wiel

Spreekwoorden en zegswijzen
• voor galg en rad opgroeien (=vanaf de jeugd een levenspad volgen dat later waarschijnlijk naar criminaliteit leidt)
• iemand een rad voor de ogen draaien (=iemand iets wijsmaken / iemand op gemene wijze bedriegen)
• een rad voor de ogen draaien (=iets wijsmaken)
Naar de spreekwoorden

25 definities op Encyclo
  1. [Vergeten woorden] (o. raden) rij, reeks [in honderd, = IJslands röð (v.), ? rad ‘wiel’, mogelijk ~ raden]
  2. Verouderde eenheid van de geabsorbeerde energie (rad betekende oorspronkelijk `radiation absorbed dose'). Een rad komt overeen met de absorptie van een stralingsenergie v...
  3. Rapid Application Development, programmeeromgeving-programmeertaal om snel en makkelijk kant-en-klare programma's te maken Zie ook: programmeren
  4. Rappid Application Development, programmeeromgeving om snel kant-en-klare applicaties te genereren
  5. Rapid application development
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met rad:
radarradarantenneradarantennesradarcontroleradarsradbraakradbraaktradbraakteradbraaktenradbrakenraddraaierraderadeerradeerderadeerdenradeerpotloodradeertradeloosradeloosheidraden
Toon alle woorden die beginnen met rad

Deze woorden eindigen op rad:
betradovertradreuzenradtandradkettingschepradschepradyottafaradexafaradzettafaradgigafaradterafaradpetafaradkilofaradmegafaraddecafaradhectofaradfemtofaradcentifaraddecifaradzeptofarad
Toon alle woorden die eindigen op rad

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. rad (grote munt)
  2. rad (vlug)
  3. rad (wiel)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `rad`.