wanhopen

werkw.
Uitspraak:  ['wɑnhopə(n)]
Vervoegingen:  wanhoopte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gewanhoopt (volt.deelw.)

voelen dat je niets meer kunt veranderen aan een treurige of gevaarlijke situatie
Voorbeeld:  `Niet wanhopen, het komt allemaal wel in orde!`
Synoniem:  de moed opgeven

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
hopen (antoniem)

1 definitie op Encyclo
  • 1) Desespereren 2) Despereren 3) Vertwijfelen 4) Zich geen raad weten
  • Toon uitgebreidere definities