I het retour

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [rəˈtur]
Verbuigingen:  retour|s (meerv.)

kaartje voor een heenreis en een terugreis
Voorbeeld:  `Wil je een enkeltje of een retourtje?`
Antoniem:  enkeltje


II retour

bijwoord
Uitspraak:  [rəˈtur]

terug naar waar iets vandaan kwam
Voorbeeld:  `retourzending`
op je retour zijn  (over het hoogtepunt van je carrière heen zijn)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
achteruit achterwaarts terug terugkeer terugreis

11 definities op Encyclo
  1. treinkaartje waarmee je heen en terug kunt reizen vb: mag ik van u een retourtje Amsterdam? op zijn retour zijn [aan het aftakelen zijn]
  2. terug naar waar het vandaan kwam vb: ik stuur u dit pakket retour
  3. • [n] : kaartje voor heen- en terugreis. • [m] : teruggang, neergang.
  4. Let op: Spelling van 1858 Fr., terugkeer, wederkeering, terugreis; hetgene men bij eene ruiling toegeeft, retourvracht, terugvracht; ook wissel- of geldterugzending. Reto...
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: Retoer, v. (-en), terugkeer, het terugkomen; (in den koophandel.) terugzending (van geld of wissels); teruglading; voordeelen der terug...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met retour:
retourneerretourneerderetourneerdenretourneertretournerenretoursretourtjeretourzending

Herkomst volgens etymologiebank.nl
retour (bijwoord van richting: terug)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `retour`.