voordat

conjunction
Uitspraak:  ['vor'dɑt]

eerder dan dat iets anders gebeurt
Voorbeelden:  `Kinderen kunnen al tellen, voordat ze kunnen lezen.`,
`Voordat je weer boos wordt: ik heb het niet gedaan.`
Antoniem:  nadat
Synoniemen:  voor, alvorens

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aleer alvoor alvorens eer voor nadat (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• roep geen mosselen voordat ze aan de wal zijn (=verkoop de huid niet voordat de beer geschoten is)
• men moet geen oude schoenen wegwerpen voordat men nieuwe heeft. (=je moet niet iets al afdanken zonder dat er een vervanger voor is)
• men moet de huid niet verkopen voordat de beer geschoten is. (=je moet niet geld uitgeven voordat je het hebt verdiend)
• je moet geen 'hei' roepen voordat je de brug over bent. (=vreugde over een goede afloop is pas toepasselijk als er niets meer verkeerd kan gaan.)
Naar de spreekwoorden

4 definities op Encyclo
  1. eerder dan vb: voordat het begon te regenen scheen de zon nog Synoniemen: voor [2] alvorens Tegenstelling: nadat
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: vw. alvorens.
  3. 1) Aleer 2) Alvoor 3) Alvorens 4) Bevorens 5) Bijaldien 6) Eer 7) Eerdat 8) Eerst 9) Voegwoord 10) Vooraleer 11) Vroeger
  4. onderschikkend voegwoord Jaar van herkomst: 1524 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
voordat (onderschikkend voegwoord)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `voordat`.