jou

pronoun
Uitspraak:  [jɑu]

<je zegt dit woord als degene tegen wie je praat het meewerkend voorwerp of lijdend voorwerp van de zin is>
Voorbeelden:  `Dit boek geef ik aan jou, het andere aan hem.`,
`Ik heb jou gisteren nog gebeld.`
Synoniem:  je

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
je

Taaladvies
  1. Jij / jou: (als ik - was) Wat is juist: Als ik jij was, ging ik snel naar huis of Als ik jou was, ging ik snel naar huis?
  2. Jou / jouw: Waar staat er een w in Ik heb jou(w) jou(w) auto zien parkeren?


5 definities op Encyclo
  1. tweede persoon enkelvoud, object vb: ik heb jou iets te vertellen Synoniem: je
  2. •tweede persoon enkelvoud [nv.acc] ( [nv.dat] ) informeel.
  3. 1) Je 2) Jij 3) Persoonlijk voornaamwoord 4) Stam uit laos 5) Voornaamwoord 6) Voorwerpsvorm van een persoonlijk voornaamwoord
  4. Jou is een plaats (freguesia) in de Portugese gemeente Murça en telt 794 inwoners (2001). ==Externe link== ...
  5. persoonlijk voornaamwoord Jaar van herkomst: 1330 (MNW )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met jou:
joukerjouleJoule-effectjoulesJoum Kippoerjournaaljournaallusjournaalsjournaillejournalenjournalistjournalistejournalistenjournalistiekjoutsejouwjouw najouw uitjouwdejouwden
Toon alle woorden die beginnen met jou

Deze woorden eindigen op jou:
acajou
Toon alle woorden die eindigen op jou

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. jou (tussenwerpsel)
  2. jou (voornaamwoord)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `jou`.