vinden

werkw.
Uitspraak:  ['vɪndə(n)]
Vervoegingen:  vond (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gevonden (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (een verborgen, verdwenen of onbekend iets of iemand) per toeval of na gezocht te hebben zien
Voorbeelden:  `Ik kan mijn sleutels niet vinden.`,
`Waar vind je zo iemand?`,
`Kijk eens wat ik op straat gevonden heb!`,
`geen oplossing voor iets vinden`,
`het loket voor gevonden voorwerpen`
Antoniem:  verliezen
Synoniemen:  ontdekken, aantreffen, achterhalen,
Wie zoekt, die vindt.  (<spreekwoord>)
er iets op gevonden hebben  (een oplossing bedacht hebben)
voor iets te vinden zijn  (iets graag doen) `Voor zulke karweitjes ben ik wel te vinden.`

2) beschouwen of ervaren als
Voorbeelden:  `Ik vind je zo lief!`,
`Ik vind het heel erg voor je.`,
`Ik ben erg benieuwd naar wat je van hem vindt.`
Synoniem:  achten
Ik vind er niets aan.  (ik vind het helemaal niet leuk of interessant)

3) van mening zijn
Voorbeelden:  `Wat vind je? Moet ik het doen of niet?`,
`Hij vond dat hij genoeg had gedaan.`
Synoniem:  denken

4)
het goed kunnen vinden met iemand  (iemand mogen, graag met iemand omgaan) `Die twee kunnen het goed met elkaar vinden.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aantreffen achten bedenken lokaliseren merken ontdekken opsporen tegenkomen traceren

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn draai vinden (=er aarden)
• zijn draai niet kunnen vinden (=er niet aarden)
• stal noch haard vinden (=er niets meer van begrijpen - de weg totaal kwijt zijn)
• het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven.)
• genade vinden (=ergens geen straf voor krijgen of iets niet toegerekend worden)
Toon alle 8 spreekwoorden die vinden bevatten

5 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [ongelijkvloeiend] (ik vond, heb gevonden), in handen krijgen, aantreffen -, ontmoeten wat of wien men zoekt; [i...
  2. een mening hebben vb: ik vind dat een goed plan daar kan ik me wel in vinden [daar ben ik het mee eens] ik vind er niets aan [het is oninteressant]
  3. • [ov] iets aantreffen nadat ernaar gezocht is. •iets bedenken. •iets op een bepaalde wijze beschouwen of ervaren. •iets ondervinden, iets ten deel krijgen.
  4. 1) Aanboren 2) Aantreffen 3) Achten 4) Achterhalen 5) Bedenken 6) Door zoeken verwerven 7) Lokaliseren 8) Menen 9) Merken 10) Ontdekken 11) Oordelen 12) Op de kop tikken ...
  5. aantreffen Jaar van herkomst: 901-1000 (WPS )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met vinden:
vinden in

Deze woorden eindigen op vinden:
bevindengoedvindenhervindenondervindenplaatsvindenterugvindenuitvinden

Herkomst volgens etymologiebank.nl
vinden (aantreffen; tot een overtuiging komen, oordelen)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `vinden` kennen.