vergrendelen

werkw.
Uitspraak:  [vər'xrɛndələ(n)]
Vervoegingen:  vergrendelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft vergrendeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

iets vastzetten of tijdelijk ontoegankelijk maken
Voorbeelden:  `je mobiele telefoon vergrendelen met een cijfercode`,
`je auto vergrendelen met je sleutel`
Antoniem:  ontgrendelen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afgrendelen afsluiten blokkeren borgen dichtdoen dichtmaken grendelen klemmen locken sluiten vastzetten

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Afgrendelen 2) Afsluiten 3) Blokkeren 4) Borgen 5) Dichtdoen 6) Dichtmaken 7) Grendelen 8) Hermetisch afsluiten 9) Klemmen 10) Locken 11) Sluiten 12) Vastzetten
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `vergrendelen` kennen.