beethebben

werkw.
Uitspraak:  ['bethɛbə(n)]
Vervoegingen:  had beet (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft beetgehad (volt.deelw.)

te pakken hebben, in handen hebben
Voorbeeld:  `een touw beethebben`
Synoniem:  vasthebben
iemand beethebben  (iemand opzettelijk iets laten geloven dat niet waar is)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bedotten oplopen vasthebben

2 definities op Encyclo
  • Spreekwoorden: (1914) Iemand beethebben (of -nemen) iemand door hem te slim te wezen in zijne macht hebben, hem bedotten, foppen, een verbale uitdr. ontstaan uit iemand i...
  • 1) Bedotten 2) Foppen 3) Neppen 4) Oplopen 5) Vasthebben 6) Vasthouden
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    beethebben