uitspuiten

werkw.
Verbuigingen:  spoot uit
Verbuigingen:  uitgespoten

1) door met kracht te spuiten iets schoonmaken of deblokkeren
Voorbeeld:  `De dokten had net zijn oren uitgespoten.`

2) een vloeistof wijd verspreid lozen
Voorbeeld:  `Na elk spoelstadium wordt het spoelwater uitgespoten over een oppervlakte bij het bedrijf met vegetatie met een lage milieuwaarde, waar weinig schade kan worden aangericht.`

3) enz.

4) tweede betekenisomschrijving
Voorbeeld:  `Zin met het uitspuiten in de tweede betekenis erin.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
spuiten

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Spuiten 2) Uitschieten
Toon uitgebreidere definities