uitklappen

werkw.
Uitspraak:  ['œytklɑpə(n)]
Vervoegingen:  klapte uit (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft uitgeklapt (volt.deelw.)

naar buiten toe opendoen
Voorbeelden:  `een menu in je tekstverwerker uitklappen`,
`je paraplu uitklappen`,
`je slaapbank uitklappen als je een gast hebt die blijft slapen`
Antoniem:  inklappen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
eruit flappen ontvouwen openspreiden openvouwen uitslaan uitspreiden uitvouwen

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Naar buiten vouwen 2) Ontvouwen 3) Openen 4) Openslaan 5) Openspreiden 6) Openvouwen 7) Uitslaan 8) Uitspreiden 9) Uitvouwen
Toon uitgebreidere definities