uitspuwen
werkw.
| Uitspraak: | ['œytspywə(n)] |
| Afbreekpatroon: | uit·spu·wen |
| Vervoegingen: | spuwde uit (verl.tijd enkelv.) |
| Vervoegingen: | uitgespuwd (volt.deelw.) |
met kracht uit je mond laten gaan | Voorbeeld: | `je kauwgum uitspuwen` | |
Synoniemen
spuien uitspugen 1 definitie op Encyclo
- 1) Uitspugen 2) Spuien 3) Uitkitsen 4) Spiersen
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van uitspuwen?
De verleden tijd van uitspuwen is 'spuwde uit'. Het voltooid deelwoord is 'uitgespuwd'.
Wat betekent uitspuwen?
'met kracht uit je mond laten gaan'
Hoe spel je uitspuwen?
uitspuwen spel je U I T S P U W E N
Wat is een ander woord voor uitspuwen?
Andere woorden voor uitspuwen zijn spuien en uitspugen.Op andere websites
Zoek uitspuwen in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek uitspuwen op
Google
Zoek uitspuwen op
Woordenlijst.org
Zoek uitspuwen in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek uitspuwen op
Wikipedia