I de schoppen

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [ˈsxɔpə(n)]

vorm waarmee een van de vier 'kleuren' in het kaartspel wordt onderscheiden
Voorbeeld:  `schoppen aas`
Antoniemen:  harten, ruiten, klaver,


II schoppen

werkw.
Uitspraak:  [ˈsxɔpə(n)]
Vervoegingen:  schopte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geschopt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(iemand of iets) opzettelijk hard met je voet raken
tegen iets aan schoppen  (tegen iets protesteren)
het ver geschopt hebben  (een hoge maatschappelijke positie bereikt hebben) Synoniem: carrière gemaakt hebben

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
scheppen schoppenmotief spades trappen trappen geven uithalen harten (antoniem)klaver (antoniem)ruiten (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• tegen het zere been schoppen (=een pijnlijke opmerking maken over iets wat gevoelig ligt.)
• tegen de schenen schoppen (=ruzie zoeken)
Naar de spreekwoorden

8 definities op Encyclo
  1. [Vergeten woorden] (zw. -te), schobben bespotten [? schoppen ‘trappen’, ~ schop ‘dichter’, schop ‘gedicht, spot’]
  2. Gereedschap met een breed blad of brede bak aan een lang handvat. Wordt gebruikt om los materiaal zoals aarde, sneeuw of kolen op te pakken, verwijderen of verplaatsen. C...
  3. er een harde stoot met je voet tegen geven vb: hij schopte de bal in het doel hij zal het nog ver schoppen [zal veel bereiken] ergens tegenaan schoppen [er steeds kritiek...
  4. •een trap geven. •"het ver schoppen": succesvol zijn in het leven
  5. 1) Bepaalde kaart 2) Bridgeterm 3) Deel van een kaartspel 4) Een van de vier figuren van een speelkaart 5) Figuur uit het kaartspel 6) Gevoelig treffen 7) Kaartfiguur 8) ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met schoppen:
schoppens

Deze woorden eindigen op schoppen:
aartsbisschoppenbisschoppenhoekschoppenkolenschoppenomschoppenstrafschoppen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. schoppen (kleur in kaartspel)
  2. schoppen (met de voet treffen)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `schoppen` kennen.