sparen

werkw.
Uitspraak:  [ˈsparə(n)]
Vervoegingen:  spaarde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gespaard (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (geld) niet uitgeven en bewaren voor later
Voorbeeld:  `elke maand 100 euro sparen`

2) zuinig zijn met of voorzichtig omgaan met (iets of iemand)
Voorbeelden:  `met een spaarlamp stroom sparen`,
`je krachten sparen`,
`iemand sparen en met rust laten, omdat hij problemen heeft`

3) verzamelen
Voorbeelden:  `Spaart u zegeltjes?`,
`bierviltjes sparen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
behoeden besparen bewaren bijeenzamelen collectioneren in acht nemen ontzien op bankrekening zetten opeenhopen oppotten vergaren verschonen verzamelen besteden (antoniem)uitgeven (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• iets uit zijn mond sparen (=iets niet opeten)
• de leer veroordelen maar de leraar sparen (=de wortel van het probleem niet aanpakken)
• de kool en de geit sparen (=een oplossing vinden waar beide partijen tevreden mee kunnen zijn)
Naar de spreekwoorden

14 definities op Encyclo
  1. is (per definitie) afzien van consumptie. Dit heeft tot gevolg dat men productiefactoren vrijmaakt, waardoor nieuwe kapitaalgoederen gemaakt (zouden kunnen) worden. Zie...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] ow. [gelijkvloeiend] (ik spaarde, heb gespaard), niet verteren, bewaren, zuinig omgaan met; voor den ouden dag -...
  3. Het apart zetten van een deel van het geld dat je niet direct nodig hebt.
  4. bewaren en niet uitgeven vb: hij heeft geld gespaard voor een skelter Synoniem: wegleggen zuinig of voorzichtig met iets iemand zijn vb: hij spaart zijn broertje niet met...
  5. Geld niet uitgeven (synoniem = besparen) {Spreektaal}. Geld niet consumeren {Macro-economie}. Geld uitzetten tegen vergoeding op een bank of geld beleggen in aandelen of ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op sparen:
besparenkoningsparenlangetermijnsparenuitsparen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
sparen (ontzien, zuinig omgaan met, bewaren)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `sparen`.