de reiziger

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈrɛizəxər]
Verbuigingen:  reiziger|s (meerv.)

de rei|zigster

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [ˈrɛi|zəxstər]
Verbuigingen:  reizigster|s (meerv.)

iemand die reist
Voorbeelden:  `bericht voor de reizigers in de richting Groningen`,
`ontdekkingsreiziger`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
avonturier handelsreiziger inzittende passagier toerist

6 definities op Encyclo
  1. iemand die een tocht maakt vb: de reiziger kwam laat in het hotel aan
  2. •iemand die bezig is een reis te maken. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  3. 1) Avonturier 2) Beroep 3) Handelsreiziger 4) Iemand die op reis is 5) Inzittende 6) Passagier 7) Reizer 8) Toerist 9) Trekker 10) Vakantieganger 11) Vertegenwoordiger
  4. iemand die reist, meestal voor zijn genoegen maar soms ook voor zijn werk
  5. [vervoer] - Een reiziger is iemand die zich verplaatst van een herkomst naar een bestemming. Reizen kan te voet, door gebruik te maken van een eigen vervoermiddel, of do...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met reiziger:
reizigersreizigerscompartimentreizigerscompartimentenreizigerstreinreizigersvervoer

Deze woorden eindigen op reiziger:
tijdreizigertreinreizigermedereizigerrugzakreizigerzakenreizigerontdekkingsreiziger

Herkomst volgens etymologiebank.nl
reiziger (iemand die reist)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `reiziger` kennen.