de eendagstoerist
zelfst.naamw. (m.)
| Uitspraak: | [en'dɑxsturɪst] |
| Afbreekpatroon: | een·dags·toe·rist |
| Verbuigingen: | eendagstoeristen (meerv.) |
iemand die één dag als toerist ergens is | Voorbeeld: | `Dat kasteel is een favoriete bestemming van eendagstoeristen.` | |
| Synoniemen: | dagjesmens, dagrecreant |
1 definitie op Encyclo
- toerist die slechts voor een enkele dag afreist naar een toeristische plaats; toerist die voor een dag een plaats bezoekt; dagtoerist
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de eendagstoerist' of 'het eendagstoerist'?
Het is 'de eendagstoerist', want eendagstoerist is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die eendagstoerist'.
Wat is het meervoud van eendagstoerist?
Het meervoud van eendagstoerist is 'eendagstoeristen'. Eén eendagstoerist, twee eendagstoeristen.
Wat betekent eendagstoerist?
'iemand die één dag als toerist ergens is'
Hoe spel je eendagstoerist?
eendagstoerist spel je E E N D A G S T O E R I S T Op andere websites
Zoek eendagstoerist in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek eendagstoerist op
Google
Zoek eendagstoerist op
Woordenlijst.org
Zoek eendagstoerist in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek eendagstoerist op
Wikipedia