bebouwen

werkw.
Uitspraak:  [bəˈbɑuwə(n)]
Afbreekpatroon:  be·bou·wen
Vervoegingen:  bebouwde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft bebouwd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) gebouwen neerzetten op (een terrein) architectuur
Voorbeeld:  `nieuwbouw in bebouwd gebied`
bebouwde kom  (deel van een dorp of stad waar de gebouwen staan)

2) gewassen laten groeien op (een stuk land) landbouw
Voorbeeld:  `een akker met mais bebouwen`


2 definities op Encyclo
  • •vullen met gebouwen.
  • 1) Exploiteren 2) Terrein met huizen bezetten 3) Betelen 4) Bedrichten 5) Cultiveren 6) Ontginnen 7) Land bewerken 8) Aanbouwen
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van bebouwen?
De verleden tijd van bebouwen is 'bebouwde'. Het voltooid deelwoord is 'heeft bebouwd'.
Wat betekent bebouwen?
'gebouwen neerzetten op (een terrein)' en 'gewassen laten groeien op (een stuk land)'
Hoe spel je bebouwen?
bebouwen spel je B E B O U W E N

Op andere websites
Zoek bebouwen op Woordenlijst.org
Zoek bebouwen op Google
Zoek bebouwen op Wikipedia