strijken

werkw.
Uitspraak:  [ˈstrɛikə(n)]
Vervoegingen:  streek (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gestreken (volt.deelw.)

1) (kleren) gladmaken met een strijkbout
Voorbeeld:  `Ik heb de hele avond staan strijken.`

2) (iets) laten zakken
Voorbeelden:  `een gehesen vlag strijken`,
`de mast van een zeilboot strijken`
Synoniem:  neerhalen

3) met je hand of een voorwerp zacht (op, langs of door iets) bewegen
Voorbeelden:  `met je hand door je haar strijken`,
`met een strijkstok over de snaren van je viool strijken`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
doorhaling gladstrijken neerhalen opstrijken persen scheren schrapping uitstrijken vegen

Spreekwoorden en zegswijzen
• tegen de vleug strijken (=prikkelen, boos maken)
• iemand onder de kin strijken (=vriendelijke of vleiende dingen tegen iemand zeggen)
• het zeil strijken (=het opgeven / flauw vallen / van iemand verliezen)
• er is geen zalf aan te strijken (=ergens niets aan kunnen doen of geen enke zinvol advies mogelijk voor iemand)
• een vaantje strijken (=flauw vallen, sterven, het opgeven)
Toon alle 9 spreekwoorden die strijken bevatten

Taaladvies
  1. Schrijf je deze combinatie van een zelfstandig naamwoord en een werkwoord losofaaneen? Zie recht strijken / rechtstrijken
  2. Schrijf je deze combinatie van een zelfstandig naamwoord en een werkwoord losofaaneen? Zie gladstrijken / glad strijken
  3. Schrijf je gladstrijken met ei of ij? Zie gladstrijken / gladstreiken


8 definities op Encyclo
  • 1> het naar beneden halen van iets. De zeilen strijken, de vlag strijken, de mast strijken, de stuw strijken. Gerelateerde termen:reggen, enz. 2> achteruit roeien
  • glad maken met een heet ijzer vb: dit overhemd moet gestreken worden er zachtjes overheen gaan vb: ik streek met mijn hand langs zijn wang laten zakken vb: vanwege de har...
  • •over een oppervlak laten glijden. •wasgoed desinfecteren en gladmaken met hulp van een heet ijzer.
  • beschieten of bekleden met planken.
  • Uit `De lagere vaktalen: Timmermanstaal` 1914 met een vijl over de scherpe tanden der zaag strijken.
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op strijken:
    aanstrijkenafstrijkenbestrijkengladstrijkenneerstrijkenplatstrijkenuitstrijkenverstrijken

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    strijken (langs of over iets gaan; glad maken)