afstrijken

werkw.
Uitspraak:  ['ɑfstrɛikə(n)]
Vervoegingen:  streek af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgestreken (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) aansteken door stevig langs een ruw oppevlak te wrijven
Voorbeeld:  `vier lucifers afstrijken voordat de kaars wil branden`

2) (wat overtollig is) door vegen weghalen
Voorbeeld:  `kit afstrijken met terpentine`
Synoniem:  wegvegen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
lepafstrijken

2 definities op Encyclo
  1. afsnijden, afscheuren van een strook stof
  2. Uit `De lagere vaktalen: De steenbakkerstaal` 1914 de overtollige aarde van den vorm wegstrijken met een houten spaan.
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 96% van de Nederlanders en 90% van de Vlamingen het woord `afstrijken`.