de spat

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [spɑt]
Verbuigingen:  spatten (meerv.)

klein beetje (van een vloeistof) dat op of van iets komt, of de vlek die doordoor ontstaat
Voorbeelden:  `Er valt geen spat regen.`,
`Je hebt allemaal spatten op je jas.`,
`vetspat`
Synoniem:  druppel
geen spat  (helemaal niets) `geen spat veranderd zijn`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bespikkelen bevlekken druppel flecker moesje nop spatje spatter spikkel sproet stip stipje stippel vlek vlekje

Intensiveringen
Hoe kun je met spat een ander begrip versterken?
geen spat;

8 definities op Encyclo
  • [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Spat``] Een gebrek bij paarden; de S., ware S., koespat of beenspat is eene beenuitzetting aan het ondereinde der inwendige zijde v...
  • [slang] das; dazzzzz; pia; ploesa; spat = weg
  • •'spat' - tweede persoon enkelvoud van spatten; morst, drupt, spuit •'spat' - derde persoon enkelvoud van spatten; morst, drupt, spuit (+audio)
  • druppels vocht of modder, die soms vlekken veroorzaken vb: moeder Hildegonda zat helemaal onder de verfspatten geen spat veranderd zijn [helemaal niets]
  • Let op: Spelling van 1858 hard gezwel aan de pooten der paarden
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met spat:
    spat uiteenspataderspatbordspatbordenspatelspatelenspatelsspatiaalspatiespatiebalkspatieerspatieerdespatieerdenspatieertspatiesspationautspatlapspatlappenspatsspatsmering
    Toon alle woorden die beginnen met spat

    Deze woorden eindigen op spat:
    aderspatbespatgespatuiteengespatuiteenspatvetspat
    Toon alle woorden die eindigen op spat

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. spat (knobbel aan het kniegewricht van een paard)
    2. spat (slobkous)
    3. spat (vlekje ; ook in de uitdrukkingen de spat erin zetten)