ervoor

bijwoord
Uitspraak:  [ɛr'vor]

voor (het eerder of later genoemde)
Voorbeelden:  `een kerk met een plein ervoor`,
`ervoor terugdeinzen om het koude water in te gaan`
ervoor gaan  (er erg je best voor doen) `Die wedstrijd ga ik winnen. Ik ga ervoor.` Synoniem: je erg inzetten voor
ervoor zijn  ((iets) steunen) `Een goed plan. Ik ben ervoor.` Antoniem: ertegen zijn
ervoor zijn  (eraan voorafgaan) `Nu is deze film in de bioscoop, die andere was ervoor.` Antoniem: erna zijn

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
daarvoor voor

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn hand ervoor in het vuur durven steken (=ergens heel erg zeker van zijn)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
  1. Zorgen dat / ervoor zorgen dat: Kan ervoor weg worden gelaten in zinnen als zorg ervoor dat ze op tijd komt?
  2. Ervooruit / ervoor uit: (hij komt -) Komt er een spatie in Hij komt ervoor()uit ('hij bekent het')?


2 definities op Encyclo
  1. voor wat je noemt of bedoelt vb: de deur kon niet open; de bank stond ervoor er slecht voor staan [het ziet er slecht uit] er alleen voor staan [het alleen moeten doen] i...
  2. 1) Aan de voorzijde 2) Bijwoord 3) Daarvoor 4) Voordat 5) Voornaamwoordelijk bijwoord 6) Voordien
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op ervoor:
hiervoor

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `ervoor`.